طه · Djoez 16
Ga naar
Favorieten
Reciteerder
Afspeelsnelheid
Vers herhalen
Herhalen
Automatisch scrollen
Vertaling
Arabisch lettertype
Tekstgrootte
Arabisch
Vertaling
Te memoriseren bereik
Herhalingen
Per vers
Volledige lus
Hoofdreciteerder
Bezig - A-B-lus /

Pagina 313 van de Koran lezen

Pagina 313 van de Mushaf bevat 25 verzen. Ze behoort tot Djoez 16, Hizb 32.

Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41

Page 313 dans le Coran

25
verzen
16
Djoez
32
Hizb
1
Soera

Sourate dans la page 313

Djoez 16
Pagina 313
سورة طه
Djoez 16 54.3% (146/269)
Hizb 32 8.9% (12/135)

وَأَنَا ٱخْتَرْتُكَ فَٱسْتَمِعْ لِمَا يُوحَىٰٓ ﴿١٣﴾

En ik heb u gekozen; luister dus aandachtig naar hetgeen u is geopenbaard.

إِنَّنِىٓ أَنَا ٱللَّهُ لَآ إِلَـٰهَ إِلَّآ أَنَا۠ فَٱعْبُدْنِى وَأَقِمِ ٱلصَّلَوٰةَ لِذِكْرِىٓ ﴿١٤﴾

Waarlijk, ik ben God; er is geen God buiten mij: aanbid mij dus en doe uw gebed ter mijner herinnering.

إِنَّ ٱلسَّاعَةَ ءَاتِيَةٌ أَكَادُ أُخْفِيهَا لِتُجْزَىٰ كُلُّ نَفْسٍۭ بِمَا تَسْعَىٰ ﴿١٥﴾

Waarlijk, het uur komt; ik zal het gewis duidelijk verkondigen. Opdat iedere ziel hare vergelding moge ontvangen voor hetgeen zij met overleg heeft gedaan.

فَلَا يَصُدَّنَّكَ عَنْهَا مَن لَّا يُؤْمِنُ بِهَا وَٱتَّبَعَ هَوَىٰهُ فَتَرْدَىٰ ﴿١٦﴾

Laat hij, die niet daarin gelooft en die zijne lusten volgt, u niet er van afhouden, daaraan te gelooven, opdat gij niet verdoemd wordet.

وَمَا تِلْكَ بِيَمِينِكَ يَـٰمُوسَىٰ ﴿١٧﴾

Wat hebt gij in uwe rechterhand, Mozes?

قَالَ هِىَ عَصَاىَ أَتَوَكَّؤُا۟ عَلَيْهَا وَأَهُشُّ بِهَا عَلَىٰ غَنَمِى وَلِىَ فِيهَا مَـَٔارِبُ أُخْرَىٰ ﴿١٨﴾

Hij antwoordde; Het is mijn staf, waarop ik leun, en waarmede ik bladeren voor mijne kudde afbreek, en welken ik ook voor andere doeleinden bezig.

قَالَ أَلْقِهَا يَـٰمُوسَىٰ ﴿١٩﴾

God zeide tot hem: Werp dien weg; o Mozes!

فَأَلْقَىٰهَا فَإِذَا هِىَ حَيَّةٌۭ تَسْعَىٰ ﴿٢٠﴾

En hij wierp dien weg en zie hij werd eene slang, die voortliep.

قَالَ خُذْهَا وَلَا تَخَفْ ۖ سَنُعِيدُهَا سِيرَتَهَا ٱلْأُولَىٰ ﴿٢١﴾

God zeide: Vat haar aan en vrees niet; wij zullen haar tot haren vorigen toestand terugbrengen.

وَٱضْمُمْ يَدَكَ إِلَىٰ جَنَاحِكَ تَخْرُجْ بَيْضَآءَ مِنْ غَيْرِ سُوٓءٍ ءَايَةً أُخْرَىٰ ﴿٢٢﴾

En leg uwe rechterhand onder uwen linkerarm en zij zal wit worden, zonder eenig nadeel. Dit zal een ander teeken wezen.

لِنُرِيَكَ مِنْ ءَايَـٰتِنَا ٱلْكُبْرَى ﴿٢٣﴾

Opdat wij u eenige onzer grootste teekenen zullen doen zien.

ٱذْهَبْ إِلَىٰ فِرْعَوْنَ إِنَّهُۥ طَغَىٰ ﴿٢٤﴾

Ga tot Pharao; want hij is zeer goddeloos.

قَالَ رَبِّ ٱشْرَحْ لِى صَدْرِى ﴿٢٥﴾

Mozes antwoordde: Heer! verwijd mijne borst.

وَيَسِّرْ لِىٓ أَمْرِى ﴿٢٦﴾

En maak mij gemakkelijk wat gij mij hebt bevolen.

وَٱحْلُلْ عُقْدَةًۭ مِّن لِّسَانِى ﴿٢٧﴾

En ontbindt den knoop van mijne tong.

يَفْقَهُوا۟ قَوْلِى ﴿٢٨﴾

Opdat zij mijne woorden kunnen verstaan.

وَٱجْعَل لِّى وَزِيرًۭا مِّنْ أَهْلِى ﴿٢٩﴾

Geef mij een raadgever uit mijn gezin.

هَـٰرُونَ أَخِى ﴿٣٠﴾

Namelijk Aäron, mijn broeder.

ٱشْدُدْ بِهِۦٓ أَزْرِى ﴿٣١﴾

Omgord mijne lendenen met hem.

وَأَشْرِكْهُ فِىٓ أَمْرِى ﴿٣٢﴾

En maak hem tot mijn makker in de zaak.

كَىْ نُسَبِّحَكَ كَثِيرًۭا ﴿٣٣﴾

Opdat wij u dankbaar loven

وَنَذْكُرَكَ كَثِيرًا ﴿٣٤﴾

En u dikwijls herdenken mogen.

إِنَّكَ كُنتَ بِنَا بَصِيرًۭا ﴿٣٥﴾

Want gij ziet ons.

قَالَ قَدْ أُوتِيتَ سُؤْلَكَ يَـٰمُوسَىٰ ﴿٣٦﴾

God antwoordde: Nu is aan uw verzoek voldaan, o Mozes!

وَلَقَدْ مَنَنَّا عَلَيْكَ مَرَّةً أُخْرَىٰٓ ﴿٣٧﴾

En wij zijn vroeger genadig omtrent u geweest.

بسم الله الرحمن الرحيم vr 24 Moeharram
الجمعة 24 محرّم
هلال متناقص Afnemende Maan Dag 25.1 / 29.5
Verlichting 21%
Nieuwe maan over 4 dagen
الله أكبر Allah is de Grootste