Ruku 134 komt uit soera Al-Araf (verzen 100 tot 108). Hij bevat 9 verzen en behoort tot Djoez 9.
Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41
coran.read_full_page : Ruku 134 van de Koran lezen →
حَقِيقٌ عَلَىٰٓ أَن لَّآ أَقُولَ عَلَى ٱللَّهِ إِلَّا ٱلْحَقَّ ۚ قَدْ جِئْتُكُم بِبَيِّنَةٍۢ مِّن رَّبِّكُمْ فَأَرْسِلْ مَعِىَ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ ﴿١٠٥﴾
Het is rechtvaardig dat ik van God niets anders dan de waarheid zegge. Thans ben ik tot u gekomen met een duidelijk teeken van uwen Heer; zend dus de kinderen Israëls met mij weg.
قَالَ إِن كُنتَ جِئْتَ بِـَٔايَةٍۢ فَأْتِ بِهَآ إِن كُنتَ مِنَ ٱلصَّـٰدِقِينَ ﴿١٠٦﴾
Pharao antwoordde: Indien gij met een wonder komt, toon het, indien gij waarheid spreekt.
فَأَلْقَىٰ عَصَاهُ فَإِذَا هِىَ ثُعْبَانٌۭ مُّبِينٌۭ ﴿١٠٧﴾
Hij wierp daarom zijn staf weg en, onthoud het, hij werd eene slang.
وَنَزَعَ يَدَهُۥ فَإِذَا هِىَ بَيْضَآءُ لِلنَّـٰظِرِينَ ﴿١٠٨﴾
Hij trok zijne hand uit zijne borst en, onthoud het, zij was voor de toeschouwers wit geworden