Pagina 446 van de Mushaf bevat 24 verzen. Ze behoort tot Djoez 23, Hizb 45.
Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41
coran.read_full_page : Pagina 446 van de Koran lezen →
وَٱلصَّـٰٓفَّـٰتِ صَفًّۭا ﴿١﴾
Ik zweer bij de engelen, die zich in orde scharen.
فَٱلزَّٰجِرَٰتِ زَجْرًۭا ﴿٢﴾
En bij hen die de wolken voortdrijven en verspreiden.
فَٱلتَّـٰلِيَـٰتِ ذِكْرًا ﴿٣﴾
En bij hen, die den Koran lezen als eene vermaning,
إِنَّ إِلَـٰهَكُمْ لَوَٰحِدٌۭ ﴿٤﴾
Waarlijk, uw Heer is eenig.
رَّبُّ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَمَا بَيْنَهُمَا وَرَبُّ ٱلْمَشَـٰرِقِ ﴿٥﴾
De Heer van hemel en aarde en van alles wat daartusschen is, en de Heer van het Oosten.
إِنَّا زَيَّنَّا ٱلسَّمَآءَ ٱلدُّنْيَا بِزِينَةٍ ٱلْكَوَاكِبِ ﴿٦﴾
Wij hebben den ondersten hemel met het versiersel der sterrren getooid.
وَحِفْظًۭا مِّن كُلِّ شَيْطَـٰنٍۢ مَّارِدٍۢ ﴿٧﴾
En wij hebben daarin een wachter tegen iederen weerspannigen duivel geplaatst.
لَّا يَسَّمَّعُونَ إِلَى ٱلْمَلَإِ ٱلْأَعْلَىٰ وَيُقْذَفُونَ مِن كُلِّ جَانِبٍۢ ﴿٨﴾
Opdat zij niet luisteren naar het gesprek der verheven vorsten (want zij worden van alle zijden bestormd),
دُحُورًۭا ۖ وَلَهُمْ عَذَابٌۭ وَاصِبٌ ﴿٩﴾
En eene zware marteling is voor hen gereed gemaakt.
إِلَّا مَنْ خَطِفَ ٱلْخَطْفَةَ فَأَتْبَعَهُۥ شِهَابٌۭ ثَاقِبٌۭ ﴿١٠﴾
Behalve hij, die een woord steelsgewijze opvangt, en door eene vlammende schicht wordt getroffen.
فَٱسْتَفْتِهِمْ أَهُمْ أَشَدُّ خَلْقًا أَم مَّنْ خَلَقْنَآ ۚ إِنَّا خَلَقْنَـٰهُم مِّن طِينٍۢ لَّازِبٍۭ ﴿١١﴾
Vraag daarom den bewoners van Mekka, of zij van nature sterker zijn dan de engelen welke wij hebben geschapen? Waarlijk wij hebben hen van harde klei geschapen.
بَلْ عَجِبْتَ وَيَسْخَرُونَ ﴿١٢﴾
Gij verbaast u over Gods macht en hunne weêrspannigheid; maar zij spotten over de bewijsmiddelen, welke aangevoerd worden om hen te overtuigen.
وَإِذَا ذُكِّرُوا۟ لَا يَذْكُرُونَ ﴿١٣﴾
Als zij gewaarschuwd worden, nemen zij geene waarschuwing aan.
وَإِذَا رَأَوْا۟ ءَايَةًۭ يَسْتَسْخِرُونَ ﴿١٤﴾
En als zij iets zien, spotten zij er mede.
وَقَالُوٓا۟ إِنْ هَـٰذَآ إِلَّا سِحْرٌۭ مُّبِينٌ ﴿١٥﴾
En zeggen: Dit is niet anders dan duidelijke tooverij.
أَءِذَا مِتْنَا وَكُنَّا تُرَابًۭا وَعِظَـٰمًا أَءِنَّا لَمَبْعُوثُونَ ﴿١٦﴾
Nadat wij dood zullen wezen en tot stof en beenderen zijn geworden, zullen wij dan werkelijk tot het leven worden opgewekt.
أَوَءَابَآؤُنَا ٱلْأَوَّلُونَ ﴿١٧﴾
En onze voorvaderen ook?
قُلْ نَعَمْ وَأَنتُمْ دَٰخِرُونَ ﴿١٨﴾
Antwoord: Ja! en dan zult gij veracht wezen.
فَإِنَّمَا هِىَ زَجْرَةٌۭ وَٰحِدَةٌۭ فَإِذَا هُمْ يَنظُرُونَ ﴿١٩﴾
Er zal slechts eenmaal op de trompet worden geblazen, en zij zullen rond zien.
وَقَالُوا۟ يَـٰوَيْلَنَا هَـٰذَا يَوْمُ ٱلدِّينِ ﴿٢٠﴾
En zullen zeggen: Wee over ons! Dit is de dag des oordeels.
هَـٰذَا يَوْمُ ٱلْفَصْلِ ٱلَّذِى كُنتُم بِهِۦ تُكَذِّبُونَ ﴿٢١﴾
Dit is de dag der onderscheiding tusschen de rechtvaardigen en de zondaren, dien gij als eene leugen verwerpt.
۞ ٱحْشُرُوا۟ ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ وَأَزْوَٰجَهُمْ وَمَا كَانُوا۟ يَعْبُدُونَ ﴿٢٢﴾
Verzamel degenen, die onrechtvaardig hebben gehandeld en hunne makkers, en de afgoden welke zij aanbaden.
مِن دُونِ ٱللَّهِ فَٱهْدُوهُمْ إِلَىٰ صِرَٰطِ ٱلْجَحِيمِ ﴿٢٣﴾
Naast God, en leidt hen op den weg der hel.
وَقِفُوهُمْ ۖ إِنَّهُم مَّسْـُٔولُونَ ﴿٢٤﴾
En plaats hen voor Gods vierschaar; want zij zullen geroepen worden om rekenschap af te leggen.