Pagina 531 van de Mushaf bevat 22 verzen. Ze behoort tot Djoez 27, Hizb 53.
Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41
coran.read_full_page : Pagina 531 van de Koran lezen →
وَمَآ أَمْرُنَآ إِلَّا وَٰحِدَةٌۭ كَلَمْحٍۭ بِٱلْبَصَرِ ﴿٥٠﴾
En ons bevel bestaat slechts in een enkel woord, aan een oogwenk gelijk.
وَلَقَدْ أَهْلَكْنَآ أَشْيَاعَكُمْ فَهَلْ مِن مُّدَّكِرٍۢ ﴿٥١﴾
Wij hebben vroeger volken verdelgd, die u gelijk waren; maar is iemand uwer door hun voorbeeld gewaarschuwd?
وَكُلُّ شَىْءٍۢ فَعَلُوهُ فِى ٱلزُّبُرِ ﴿٥٢﴾
Alles wat gij doet, is in het boek vermeld, dat door de wakende engelen wordt bewaard.
وَكُلُّ صَغِيرٍۢ وَكَبِيرٍۢ مُّسْتَطَرٌ ﴿٥٣﴾
Elke daad, klein of groot, is op de welbewaarde tafel nedergeschreven.
إِنَّ ٱلْمُتَّقِينَ فِى جَنَّـٰتٍۢ وَنَهَرٍۢ ﴿٥٤﴾
De vromen zullen echter te midden van tuinen en meren wonen.
فِى مَقْعَدِ صِدْقٍ عِندَ مَلِيكٍۢ مُّقْتَدِرٍۭ ﴿٥٥﴾
In de vergadering der waarheid, in tegenwoordigheid van den machtigsten koning.
ٱلرَّحْمَـٰنُ ﴿١﴾
De Barmhartige
عَلَّمَ ٱلْقُرْءَانَ ﴿٢﴾
Heeft zijn dienaar in den Koran onderwezen.
خَلَقَ ٱلْإِنسَـٰنَ ﴿٣﴾
Hij schiep den mensch.
عَلَّمَهُ ٱلْبَيَانَ ﴿٤﴾
Hij heeft hem eene duidelijke spraak geleerd.
ٱلشَّمْسُ وَٱلْقَمَرُ بِحُسْبَانٍۢ ﴿٥﴾
De zon en de maan leggen haren loop af, overeenkomstig eene zekere wet.
وَٱلنَّجْمُ وَٱلشَّجَرُ يَسْجُدَانِ ﴿٦﴾
En de planten, die over den grond kruipen, en de boomen zijn aan zijne beschikking onderworpen.
وَٱلسَّمَآءَ رَفَعَهَا وَوَضَعَ ٱلْمِيزَانَ ﴿٧﴾
Hij verhief den hemel, en stelde de weegschaal vast.
أَلَّا تَطْغَوْا۟ فِى ٱلْمِيزَانِ ﴿٨﴾
Opdat gij niet zoudt zondigen tegen het gewicht.
وَأَقِيمُوا۟ ٱلْوَزْنَ بِٱلْقِسْطِ وَلَا تُخْسِرُوا۟ ٱلْمِيزَانَ ﴿٩﴾
Weeg dus juist, en verminder het gewicht niet.
وَٱلْأَرْضَ وَضَعَهَا لِلْأَنَامِ ﴿١٠﴾
En hij heeft de aarde voor levende schepselen ingericht.
فِيهَا فَـٰكِهَةٌۭ وَٱلنَّخْلُ ذَاتُ ٱلْأَكْمَامِ ﴿١١﴾
Daarop zijn verschillende vruchten en palmboomen, die bloemtrossen dragen.
وَٱلْحَبُّ ذُو ٱلْعَصْفِ وَٱلرَّيْحَانُ ﴿١٢﴾
En graan dat kaf en bladeren heeft.
فَبِأَىِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ ﴿١٣﴾
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
خَلَقَ ٱلْإِنسَـٰنَ مِن صَلْصَـٰلٍۢ كَٱلْفَخَّارِ ﴿١٤﴾
Hij schiep den mensch van gedroogde klei, als een aarden vaatwerk.
وَخَلَقَ ٱلْجَآنَّ مِن مَّارِجٍۢ مِّن نَّارٍۢ ﴿١٥﴾
Maar hij schiep de geniussen van vuur, dat rein van rook was.
فَبِأَىِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ ﴿١٦﴾
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?