Pagina 599 van de Mushaf bevat 18 verzen. Ze behoort tot Djoez 30, Hizb 60.
Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41
coran.read_full_page : Pagina 599 van de Koran lezen →
جَزَآؤُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ جَنَّـٰتُ عَدْنٍۢ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَـٰرُ خَـٰلِدِينَ فِيهَآ أَبَدًۭا ۖ رَّضِىَ ٱللَّهُ عَنْهُمْ وَرَضُوا۟ عَنْهُ ۚ ذَٰلِكَ لِمَنْ خَشِىَ رَبَّهُۥ ﴿٨﴾
Hunne belooning met hunnen Heer bestaat in tuinen van eeuwig verblijf met rivieren doorsneden. Eeuwig zullen zij daarin verblijven. God zal voldaan over hen wezen, en zij zullen voldaan zijn over Hem. Dit is gereed gemaakt voor hem, die zijn Heer vreest.
إِذَا زُلْزِلَتِ ٱلْأَرْضُ زِلْزَالَهَا ﴿١﴾
Als de aarde door een aardbeving zal geschud worden,
وَأَخْرَجَتِ ٱلْأَرْضُ أَثْقَالَهَا ﴿٢﴾
En de aarde haren last zal wegwerpen.
وَقَالَ ٱلْإِنسَـٰنُ مَا لَهَا ﴿٣﴾
En de mensch zal zeggen: Wat schort haar?
يَوْمَئِذٍۢ تُحَدِّثُ أَخْبَارَهَا ﴿٤﴾
Op dien dag zal zij hare tijdingen verklaren.
بِأَنَّ رَبَّكَ أَوْحَىٰ لَهَا ﴿٥﴾
Volgens hetgeen uw Heer haar zal ingeven.
يَوْمَئِذٍۢ يَصْدُرُ ٱلنَّاسُ أَشْتَاتًۭا لِّيُرَوْا۟ أَعْمَـٰلَهُمْ ﴿٦﴾
Op dien dag zullen de menschen in onderscheiden klassen voorwaarts gaan, om hunne werken te aanschouwen.
فَمَن يَعْمَلْ مِثْقَالَ ذَرَّةٍ خَيْرًۭا يَرَهُۥ ﴿٧﴾
En wie slechts goed zal gedaan hebben, ter zwaarte van een atoom, zal dat aanschouwen.
وَمَن يَعْمَلْ مِثْقَالَ ذَرَّةٍۢ شَرًّۭا يَرَهُۥ ﴿٨﴾
En wie slechts kwaad zal gedaan hebben ter zwaarte van een atoom, zal dat aanschouwen.
وَٱلْعَـٰدِيَـٰتِ ضَبْحًۭا ﴿١﴾
Ik zweer bij de oorlogspaarden, die snel en hoorbaar hijgend ten strijd draven.
فَٱلْمُورِيَـٰتِ قَدْحًۭا ﴿٢﴾
En bij de oorlogspaarden die vuur slaan door het aanraken (der steenen met hunne hoeven);
فَٱلْمُغِيرَٰتِ صُبْحًۭا ﴿٣﴾
Bij hen die plotseling en vroeg in den ochtend, een inval bij den vijand doen,
فَأَثَرْنَ بِهِۦ نَقْعًۭا ﴿٤﴾
Daar het stof doen oprijzen,
فَوَسَطْنَ بِهِۦ جَمْعًا ﴿٥﴾
En zich door het midden der vijandelijke troepen een weg banen;
إِنَّ ٱلْإِنسَـٰنَ لِرَبِّهِۦ لَكَنُودٌۭ ﴿٦﴾
Waarlijk, de mensch is ondankbaar jegens zijn Heer;
وَإِنَّهُۥ عَلَىٰ ذَٰلِكَ لَشَهِيدٌۭ ﴿٧﴾
En hij is getuige daarvan;
وَإِنَّهُۥ لِحُبِّ ٱلْخَيْرِ لَشَدِيدٌ ﴿٨﴾
En hij is ontembaar in zijne liefde voor het wereldsche goed.
۞ أَفَلَا يَعْلَمُ إِذَا بُعْثِرَ مَا فِى ٱلْقُبُورِ ﴿٩﴾
Weet hij dan niet dat hetgene zich in de graven bevindt, weder zal oprijzen,