Pagina 604 van de Mushaf bevat 15 verzen. Ze behoort tot Djoez 30, Hizb 60.
Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41
coran.read_full_page : Pagina 604 van de Koran lezen →
قُلْ هُوَ ٱللَّهُ أَحَدٌ ﴿١﴾
Zeg: God is een eenig God.
ٱللَّهُ ٱلصَّمَدُ ﴿٢﴾
De eeuwige God.
لَمْ يَلِدْ وَلَمْ يُولَدْ ﴿٣﴾
Hij baarde niet, en werd niet gebaard.
وَلَمْ يَكُن لَّهُۥ كُفُوًا أَحَدٌۢ ﴿٤﴾
En niemand is Hem in eenig opzicht gelijk.
قُلْ أَعُوذُ بِرَبِّ ٱلْفَلَقِ ﴿١﴾
Zeg: Ik zoek mijn toevlucht bij den Heer van den dageraad,
مِن شَرِّ مَا خَلَقَ ﴿٢﴾
Opdat hij mij moge bevrijden van de boosheid der schepselen, welke hij heeft geschapen.
وَمِن شَرِّ غَاسِقٍ إِذَا وَقَبَ ﴿٣﴾
En van het kwaad des nachts, als die invalt.
وَمِن شَرِّ ٱلنَّفَّـٰثَـٰتِ فِى ٱلْعُقَدِ ﴿٤﴾
En van het kwaad der vrouwen die op knoopen blazen,
وَمِن شَرِّ حَاسِدٍ إِذَا حَسَدَ ﴿٥﴾
En van het kwaad van den benijder, als hij ons benijdt.
قُلْ أَعُوذُ بِرَبِّ ٱلنَّاسِ ﴿١﴾
Zeg: Ik zoek mijne toevlucht bij den Heer der menschen,
مَلِكِ ٱلنَّاسِ ﴿٢﴾
Den Koning der menschen,
إِلَـٰهِ ٱلنَّاسِ ﴿٣﴾
Den God der menschen;
مِن شَرِّ ٱلْوَسْوَاسِ ٱلْخَنَّاسِ ﴿٤﴾
Dat hij mij bevrijde van de boosheid van den luisteraar, die snoode gedachten inblaast en zich dan verborgen terugtrekt.
ٱلَّذِى يُوَسْوِسُ فِى صُدُورِ ٱلنَّاسِ ﴿٥﴾
Die kwaade ingevingen der menschen aan de harten toefluistert.
مِنَ ٱلْجِنَّةِ وَٱلنَّاسِ ﴿٦﴾
Tegen de geniussen en de menschen.