Ruku 465 komt uit soera Al-Qamar (verzen 41 tot 55). Hij bevat 15 verzen en behoort tot Djoez 27.
Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41
coran.read_full_page : Ruku 465 van de Koran lezen →
وَمَآ أَمْرُنَآ إِلَّا وَٰحِدَةٌۭ كَلَمْحٍۭ بِٱلْبَصَرِ ﴿٥٠﴾
En ons bevel bestaat slechts in een enkel woord, aan een oogwenk gelijk.
وَلَقَدْ أَهْلَكْنَآ أَشْيَاعَكُمْ فَهَلْ مِن مُّدَّكِرٍۢ ﴿٥١﴾
Wij hebben vroeger volken verdelgd, die u gelijk waren; maar is iemand uwer door hun voorbeeld gewaarschuwd?
وَكُلُّ شَىْءٍۢ فَعَلُوهُ فِى ٱلزُّبُرِ ﴿٥٢﴾
Alles wat gij doet, is in het boek vermeld, dat door de wakende engelen wordt bewaard.
وَكُلُّ صَغِيرٍۢ وَكَبِيرٍۢ مُّسْتَطَرٌ ﴿٥٣﴾
Elke daad, klein of groot, is op de welbewaarde tafel nedergeschreven.
إِنَّ ٱلْمُتَّقِينَ فِى جَنَّـٰتٍۢ وَنَهَرٍۢ ﴿٥٤﴾
De vromen zullen echter te midden van tuinen en meren wonen.
فِى مَقْعَدِ صِدْقٍ عِندَ مَلِيكٍۢ مُّقْتَدِرٍۭ ﴿٥٥﴾
In de vergadering der waarheid, in tegenwoordigheid van den machtigsten koning.