Ruku 466 van de Koran lezen

Ruku 466 komt uit soera Ar-Rahman (verzen 1 tot 25). Hij bevat 25 verzen en behoort tot Djoez 27.

Bijgewerkt op 05 augustus 2026 om 16h34

Ruku 466 in de Koran

25
verzen
1
Soera
27
Djoez
v.1 – v.25
Verzen
الرحمن · Djoez 27
Pagina 531
Ruku 466
سورة القمر
Djoez 27 49.1% (196/399)
Hizb 54 0.0% (0/203)

ٱلرَّحْمَـٰنُ ﴿١﴾

De Barmhartige

عَلَّمَ ٱلْقُرْءَانَ ﴿٢﴾

Heeft zijn dienaar in den Koran onderwezen.

خَلَقَ ٱلْإِنسَـٰنَ ﴿٣﴾

Hij schiep den mensch.

عَلَّمَهُ ٱلْبَيَانَ ﴿٤﴾

Hij heeft hem eene duidelijke spraak geleerd.

ٱلشَّمْسُ وَٱلْقَمَرُ بِحُسْبَانٍۢ ﴿٥﴾

De zon en de maan leggen haren loop af, overeenkomstig eene zekere wet.

وَٱلنَّجْمُ وَٱلشَّجَرُ يَسْجُدَانِ ﴿٦﴾

En de planten, die over den grond kruipen, en de boomen zijn aan zijne beschikking onderworpen.

وَٱلسَّمَآءَ رَفَعَهَا وَوَضَعَ ٱلْمِيزَانَ ﴿٧﴾

Hij verhief den hemel, en stelde de weegschaal vast.

أَلَّا تَطْغَوْا۟ فِى ٱلْمِيزَانِ ﴿٨﴾

Opdat gij niet zoudt zondigen tegen het gewicht.

وَأَقِيمُوا۟ ٱلْوَزْنَ بِٱلْقِسْطِ وَلَا تُخْسِرُوا۟ ٱلْمِيزَانَ ﴿٩﴾

Weeg dus juist, en verminder het gewicht niet.

وَٱلْأَرْضَ وَضَعَهَا لِلْأَنَامِ ﴿١٠﴾

En hij heeft de aarde voor levende schepselen ingericht.

فِيهَا فَـٰكِهَةٌۭ وَٱلنَّخْلُ ذَاتُ ٱلْأَكْمَامِ ﴿١١﴾

Daarop zijn verschillende vruchten en palmboomen, die bloemtrossen dragen.

وَٱلْحَبُّ ذُو ٱلْعَصْفِ وَٱلرَّيْحَانُ ﴿١٢﴾

En graan dat kaf en bladeren heeft.

فَبِأَىِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ ﴿١٣﴾

Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?

خَلَقَ ٱلْإِنسَـٰنَ مِن صَلْصَـٰلٍۢ كَٱلْفَخَّارِ ﴿١٤﴾

Hij schiep den mensch van gedroogde klei, als een aarden vaatwerk.

وَخَلَقَ ٱلْجَآنَّ مِن مَّارِجٍۢ مِّن نَّارٍۢ ﴿١٥﴾

Maar hij schiep de geniussen van vuur, dat rein van rook was.

فَبِأَىِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ ﴿١٦﴾

Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?

رَبُّ ٱلْمَشْرِقَيْنِ وَرَبُّ ٱلْمَغْرِبَيْنِ ﴿١٧﴾

Hij is de Heer van het Oosten; En de Heer van het Westen.

فَبِأَىِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ ﴿١٨﴾

Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?

مَرَجَ ٱلْبَحْرَيْنِ يَلْتَقِيَانِ ﴿١٩﴾

Hij heeft de beide zeeën gescheiden.

بَيْنَهُمَا بَرْزَخٌۭ لَّا يَبْغِيَانِ ﴿٢٠﴾

Opdat zij elkander zouden ontmoeten; tusschen haar is eene afscheiding geplaatst, welke zij niet kunnen overschrijden.

فَبِأَىِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ ﴿٢١﴾

Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?

يَخْرُجُ مِنْهُمَا ٱللُّؤْلُؤُ وَٱلْمَرْجَانُ ﴿٢٢﴾

Zij beide leveren paarlen en koraal op.

فَبِأَىِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ ﴿٢٣﴾

Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?

وَلَهُ ٱلْجَوَارِ ٱلْمُنشَـَٔاتُ فِى ٱلْبَحْرِ كَٱلْأَعْلَـٰمِ ﴿٢٤﴾

Hem behooren ook de schepen, die, als bergen, de zee doorklieven.

فَبِأَىِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ ﴿٢٥﴾

Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?

بسم الله الرحمن الرحيم ma 10 Rabi' al-awwal
الاثنين 10 ربيع الأول
أحدب متزايد Wassende Bol Dag 11.1 / 29.5
Verlichting 86%
Volle maan over 4 dagen
أستغفر الله Ik vraag Allah om vergeving