Ruku 467 komt uit soera Ar-Rahman (verzen 26 tot 45). Hij bevat 20 verzen en behoort tot Djoez 27.
Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41
coran.read_full_page : Ruku 467 van de Koran lezen →
يُعْرَفُ ٱلْمُجْرِمُونَ بِسِيمَـٰهُمْ فَيُؤْخَذُ بِٱلنَّوَٰصِى وَٱلْأَقْدَامِ ﴿٤١﴾
De zondaren zullen door hunne werken worden herkend, en zij zullen van voren bij hunne lokken en bij hunne voeten gegrepen, en in de hel geworpen worden.
فَبِأَىِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ ﴿٤٢﴾
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
هَـٰذِهِۦ جَهَنَّمُ ٱلَّتِى يُكَذِّبُ بِهَا ٱلْمُجْرِمُونَ ﴿٤٣﴾
Dit is de hel, welke de zondaren als eene valschheid loochenen.
يَطُوفُونَ بَيْنَهَا وَبَيْنَ حَمِيمٍ ءَانٍۢ ﴿٤٤﴾
Zij zullen daar, tusschen vlammen en kokend water, op- en nedergaan.
فَبِأَىِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ ﴿٤٥﴾
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?