Ruku 534 komt uit soera Al-Layl (verzen 1 tot 21). Hij bevat 21 verzen en behoort tot Djoez 30.
Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41
coran.read_full_page : Ruku 534 van de Koran lezen →
لَا يَصْلَىٰهَآ إِلَّا ٱلْأَشْقَى ﴿١٥﴾
Waarin niemand zal worden geworpen om verbrand te worden, behalve de meest verdorvenen.
ٱلَّذِى كَذَّبَ وَتَوَلَّىٰ ﴿١٦﴾
Die niet geloofd en zich afgewend zullen hebben.
وَسَيُجَنَّبُهَا ٱلْأَتْقَى ﴿١٧﴾
Maar hij die zich gestreng (voor afgoderij en weêrspannigheid) in acht neemt, dien zullen wij ver van daar voeren:
ٱلَّذِى يُؤْتِى مَالَهُۥ يَتَزَكَّىٰ ﴿١٨﴾
Die zijn vermogen aan aalmoezen besteedt, om zich meer te zuiveren,
وَمَا لِأَحَدٍ عِندَهُۥ مِن نِّعْمَةٍۢ تُجْزَىٰٓ ﴿١٩﴾
En niet opdat hem zijne weldaden zullen worden beloond.
إِلَّا ٱبْتِغَآءَ وَجْهِ رَبِّهِ ٱلْأَعْلَىٰ ﴿٢٠﴾
Maar die zijn vermogen voor de zaak van zijn Heer, den Verhevenste besteedt.
وَلَسَوْفَ يَرْضَىٰ ﴿٢١﴾
En hierna zal hij gewis voldaan zijn met zijne belooning.