Pagina 583 van de Mushaf bevat 25 verzen. Ze behoort tot Djoez 30, Hizb 59.
Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41
coran.read_full_page : Pagina 583 van de Koran lezen →
إِنَّ لِلْمُتَّقِينَ مَفَازًا ﴿٣١﴾
Maar voor de godvruchtigen is eene plaats van heil gereed gemaakt:
حَدَآئِقَ وَأَعْنَـٰبًۭا ﴿٣٢﴾
Tuinen met boomen beplant en wijngaarden.
وَكَوَاعِبَ أَتْرَابًۭا ﴿٣٣﴾
En maagden met zwellende borsten, van gelijken ouderdom met hen.
وَكَأْسًۭا دِهَاقًۭا ﴿٣٤﴾
En een vollen beker.
لَّا يَسْمَعُونَ فِيهَا لَغْوًۭا وَلَا كِذَّٰبًۭا ﴿٣٥﴾
Zij zullen daar geene ijdele gesprekken, of eenige onwaarheid hooren.
جَزَآءًۭ مِّن رَّبِّكَ عَطَآءً حِسَابًۭا ﴿٣٦﴾
Dit zal hunne belooning wezen van hunnen Heer; eene volkomen toereikende gift.
رَّبِّ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَمَا بَيْنَهُمَا ٱلرَّحْمَـٰنِ ۖ لَا يَمْلِكُونَ مِنْهُ خِطَابًۭا ﴿٣٧﴾
Van den Heer over hemel en aarde, en over alles wat daartusschen is: den Barmhartigen; maar de bewoners van den hemel of de aarde zullen hem geen gehoor durven vragen.
يَوْمَ يَقُومُ ٱلرُّوحُ وَٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ صَفًّۭا ۖ لَّا يَتَكَلَّمُونَ إِلَّا مَنْ أَذِنَ لَهُ ٱلرَّحْمَـٰنُ وَقَالَ صَوَابًۭا ﴿٣٨﴾
Den dag waarop de geest (Gabriël) en de andere engelen in orde geschaard zullen staan, zullen zij niet ten behoeve van zich zelven of van anderen spreken, behalve hij alleen, aan wien de Barmhartige verlof zal geven, en die zeggen zal, wat recht is.
ذَٰلِكَ ٱلْيَوْمُ ٱلْحَقُّ ۖ فَمَن شَآءَ ٱتَّخَذَ إِلَىٰ رَبِّهِۦ مَـَٔابًا ﴿٣٩﴾
Dit is de onvermijdelijke dag. Wie dus wil, laat die tot zijn Heer terugkeeren.
إِنَّآ أَنذَرْنَـٰكُمْ عَذَابًۭا قَرِيبًۭا يَوْمَ يَنظُرُ ٱلْمَرْءُ مَا قَدَّمَتْ يَدَاهُ وَيَقُولُ ٱلْكَافِرُ يَـٰلَيْتَنِى كُنتُ تُرَٰبًۢا ﴿٤٠﴾
Waarlijk, wij bedreigen u met eene straf die nabij ligt. Op den dag waarop de mensch de goede of slechte daden zal aanschouwen, welke zijne handen voor hem uit hebben gezonden, en waarop de on geloovige zal zeggen: God gaf, ik ware stof!
وَٱلنَّـٰزِعَـٰتِ غَرْقًۭا ﴿١﴾
(Ik zweer) bij de engelen, die de zielen van sommigen met geweld uitscheuren.
وَٱلنَّـٰشِطَـٰتِ نَشْطًۭا ﴿٢﴾
En bij hen, die de zielen van anderen met zachtheid verwijderen.
وَٱلسَّـٰبِحَـٰتِ سَبْحًۭا ﴿٣﴾
Bij hen, die al zwemmende, met de bevelen van God (door de lucht) voortglijden;
فَٱلسَّـٰبِقَـٰتِ سَبْقًۭا ﴿٤﴾
Bij hen, die den rechtvaardige naar het paradijs voorafgaan en leiden.
فَٱلْمُدَبِّرَٰتِ أَمْرًۭا ﴿٥﴾
En die als ondergeschikten de zaken van deze wereld leiden.
يَوْمَ تَرْجُفُ ٱلرَّاجِفَةُ ﴿٦﴾
Op een zekeren dag zal de benarrende klank der trompet het heelal verontrusten:
تَتْبَعُهَا ٱلرَّادِفَةُ ﴿٧﴾
En een tweede klank zal daarop volgen.
قُلُوبٌۭ يَوْمَئِذٍۢ وَاجِفَةٌ ﴿٨﴾
Op dien dag zullen de harten der menschen beven;
أَبْصَـٰرُهَا خَـٰشِعَةٌۭ ﴿٩﴾
Zij zullen hunne oogen nederslaan.
يَقُولُونَ أَءِنَّا لَمَرْدُودُونَ فِى ٱلْحَافِرَةِ ﴿١٠﴾
De ongeloovigen zeggen: Zal men ons zekerlijk daarheen doen terugkeeren, van waar wij kwamen?
أَءِذَا كُنَّا عِظَـٰمًۭا نَّخِرَةًۭ ﴿١١﴾
Nadat wij verrotte beenderen zijn geworden, zullen wij dan weder tot het leven worden opgewekt?
قَالُوا۟ تِلْكَ إِذًۭا كَرَّةٌ خَاسِرَةٌۭ ﴿١٢﴾
Zij zeggen: waarlijk deze opstanding is hersenschimming.
فَإِنَّمَا هِىَ زَجْرَةٌۭ وَٰحِدَةٌۭ ﴿١٣﴾
Waarlijk, de trompet zal zich slechts eenmaal doen hooren.
فَإِذَا هُم بِٱلسَّاهِرَةِ ﴿١٤﴾
En ziet, zij zullen levend op de oppervlakte der aarde verschijnen.
هَلْ أَتَىٰكَ حَدِيثُ مُوسَىٰٓ ﴿١٥﴾
Heeft het verhaal van Mozes u niet bereikt.