الشمس · Djoez 30
Ga naar
Favorieten
Reciteerder
Afspeelsnelheid
Vers herhalen
Herhalen
Automatisch scrollen
Vertaling
Arabisch lettertype
Tekstgrootte
Arabisch
Vertaling
Te memoriseren bereik
Herhalingen
Per vers
Volledige lus
Hoofdreciteerder
Bezig - A-B-lus /

Pagina 595 van de Koran lezen

Pagina 595 van de Mushaf bevat 29 verzen. Ze behoort tot Djoez 30, Hizb 60.

Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41

Page 595 dans le Coran

29
verzen
30
Djoez
60
Hizb
2
Soera's
Djoez 30
Pagina 595
سورة الشمس
Djoez 30 65.8% (371/564)
Hizb 60 33.0% (95/288)

وَٱلشَّمْسِ وَضُحَىٰهَا ﴿١﴾

Ik zweer bij de zon en haren opgaanden glans,

وَٱلْقَمَرِ إِذَا تَلَىٰهَا ﴿٢﴾

Bij de maan, als zij deze volgt,

وَٱلنَّهَارِ إِذَا جَلَّىٰهَا ﴿٣﴾

Bij den dag, als hij zijn glans vertoont,

وَٱلَّيْلِ إِذَا يَغْشَىٰهَا ﴿٤﴾

Bij den nacht, als die alles met duisternis bedekt;

وَٱلسَّمَآءِ وَمَا بَنَىٰهَا ﴿٥﴾

Bij den hemel en bij Hem, die dien heeft gebouwd,

وَٱلْأَرْضِ وَمَا طَحَىٰهَا ﴿٦﴾

Bij de aarde en bij Hem die haar uitspreidde,

وَنَفْسٍۢ وَمَا سَوَّىٰهَا ﴿٧﴾

Bij de ziel en bij Hem die haar volkomen vormde,

فَأَلْهَمَهَا فُجُورَهَا وَتَقْوَىٰهَا ﴿٨﴾

En haar het vermogen van onderscheiding ingaf, en de macht, tusschen zonde en godsvrucht te kiezen.

قَدْ أَفْلَحَ مَن زَكَّىٰهَا ﴿٩﴾

Hij die haar zuiver bewaart, is gelukkig:

وَقَدْ خَابَ مَن دَسَّىٰهَا ﴿١٠﴾

Maar hij die haar heeft verdorven, is ellendig.

كَذَّبَتْ ثَمُودُ بِطَغْوَىٰهَآ ﴿١١﴾

Thamoed beschuldigde hunnen profeet Saleh van bedrog, door de groote mate hunner zonden.

إِذِ ٱنۢبَعَثَ أَشْقَىٰهَا ﴿١٢﴾

Toen de meest verdorvene onder hen werd gezonden, om den wijfjes-kameel te dooden.

فَقَالَ لَهُمْ رَسُولُ ٱللَّهِ نَاقَةَ ٱللَّهِ وَسُقْيَـٰهَا ﴿١٣﴾

En Gods gezant tot hen zeide: Laat Gods (wijfjes-)kameel met vrede en verhindert haar niet te drinken.

فَكَذَّبُوهُ فَعَقَرُوهَا فَدَمْدَمَ عَلَيْهِمْ رَبُّهُم بِذَنۢبِهِمْ فَسَوَّىٰهَا ﴿١٤﴾

Maar zij beschuldigden hem van bedrog, en doodden het dier. Daarom verdelgde hun Heer hen, om hunne misdaad, en hij maakte hunne straf voor hen allen gelijk,

وَلَا يَخَافُ عُقْبَـٰهَا ﴿١٥﴾

En hij vreest daarvan de gevolgen niet.

وَٱلَّيْلِ إِذَا يَغْشَىٰ ﴿١﴾

Ik zweer bij den nacht, als die alle dingen met duisternis bedekt.

وَٱلنَّهَارِ إِذَا تَجَلَّىٰ ﴿٢﴾

Bij den dag als die met glans schittert;

وَمَا خَلَقَ ٱلذَّكَرَ وَٱلْأُنثَىٰٓ ﴿٣﴾

Bij Hem, die het mannelijke en het vrouwelijke schepsel heeft geschapen.

إِنَّ سَعْيَكُمْ لَشَتَّىٰ ﴿٤﴾

Waarlijk, uwe pogingen hebben verschillende doeleinden.

فَأَمَّا مَنْ أَعْطَىٰ وَٱتَّقَىٰ ﴿٥﴾

Maar hem, die gehoorzaam is en God vreest,

وَصَدَّقَ بِٱلْحُسْنَىٰ ﴿٦﴾

En de waarheid van het geloof belijdt, dat het uitnemendst is.

فَسَنُيَسِّرُهُۥ لِلْيُسْرَىٰ ﴿٧﴾

Dien zullen wij den weg des geluks gemakkelijk maken.

وَأَمَّا مَنۢ بَخِلَ وَٱسْتَغْنَىٰ ﴿٨﴾

Maar hem, die gierig zal wezen, en zich om niets dan deze wereld bekommert,

وَكَذَّبَ بِٱلْحُسْنَىٰ ﴿٩﴾

En de waarheid zal loochenen van datgene, wat het uitnemendst is.

فَسَنُيَسِّرُهُۥ لِلْعُسْرَىٰ ﴿١٠﴾

Dien zulle wij den weg tot de ellende vergemakkelijken.

وَمَا يُغْنِى عَنْهُ مَالُهُۥٓ إِذَا تَرَدَّىٰٓ ﴿١١﴾

En zijne rijkdommen zullen hem niet baten, als hij, het onderst boven, in de hel zal vallen.

إِنَّ عَلَيْنَا لَلْهُدَىٰ ﴿١٢﴾

Waarlijk, ons behoort de leiding van den mensch.

وَإِنَّ لَنَا لَلْـَٔاخِرَةَ وَٱلْأُولَىٰ ﴿١٣﴾

Ons is het tegenwoordige en het volgende leven.

فَأَنذَرْتُكُمْ نَارًۭا تَلَظَّىٰ ﴿١٤﴾

Daarom bedreig ik u met het vreeselijk brandend vuur.

بسم الله الرحمن الرحيم vr 24 Moeharram
الجمعة 24 محرّم
هلال متناقص Afnemende Maan Dag 25 / 29.5
Verlichting 21%
Nieuwe maan over 5 dagen
أستغفر الله Ik vraag Allah om vergeving