Pagina 375 van de Koran lezen

Pagina 375 van de Mushaf bevat 23 verzen. Ze behoort tot Djoez 19, Hizb 38.

Bijgewerkt op 28 oktober 2026 om 00h24

Pagina 375 in de Koran

23
verzen
19
Djoez
38
Hizb
1
Soera
الشعراء · Djoez 19
Navigatie
Favorieten
Audio
Memorisatie
Weergave
Djoez 19
◄ Pagina 375 ►
سورة الشعراء
Djoez 19 70.8% (240/339)
Hizb 38 42.4% (73/172)

وَٱتَّقُوا۟ ٱلَّذِى خَلَقَكُمْ وَٱلْجِبِلَّةَ ٱلْأَوَّلِينَ ﴿184﴾

En vreest hem die u en de vroegere geslachten heeft geschapen.

قَالُوٓا۟ إِنَّمَآ أَنتَ مِنَ ٱلْمُسَحَّرِينَ ﴿185﴾

Zij antwoordden: Waarlijk gij zijt bezeten.

وَمَآ أَنتَ إِلَّا بَشَرٌۭ مِّثْلُنَا وَإِن نَّظُنُّكَ لَمِنَ ٱلْكَـٰذِبِينَ ﴿186﴾

Gij zijt niets meer dan een mensch gelijk wij en waarlijk, wij houden u voor een leugenaar.

فَأَسْقِطْ عَلَيْنَا كِسَفًۭا مِّنَ ٱلسَّمَآءِ إِن كُنتَ مِنَ ٱلصَّـٰدِقِينَ ﴿187﴾

Doe thans een deel van den hemel op ons nedervallen, indien gij de Waarheid spreekt.

قَالَ رَبِّىٓ أَعْلَمُ بِمَا تَعْمَلُونَ ﴿188﴾

Shoaib zeide. Mijn Heer weet het beste wat gij doet.

فَكَذَّبُوهُ فَأَخَذَهُمْ عَذَابُ يَوْمِ ٱلظُّلَّةِ ۚ إِنَّهُۥ كَانَ عَذَابَ يَوْمٍ عَظِيمٍ ﴿189﴾

En zij beschuldigden hen van bedrog; daarom overviel hen de straf van den dag der schaduwgevende wolk, en dit was de straf van den vreeselijken dag.

إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَـَٔايَةًۭ ۖ وَمَا كَانَ أَكْثَرُهُم مُّؤْمِنِينَ ﴿190﴾

Waarlijk, hierin was een teeken; maar het grootste deel hunner geloofde niet.

وَإِنَّ رَبَّكَ لَهُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلرَّحِيمُ ﴿191﴾

Uw Heer is de machtige, de barmhartige.

وَإِنَّهُۥ لَتَنزِيلُ رَبِّ ٱلْعَـٰلَمِينَ ﴿192﴾

Dit boek is zekerlijk eene openbaring van den Heer van alle schepselen.

نَزَلَ بِهِ ٱلرُّوحُ ٱلْأَمِينُ ﴿193﴾

Welke de getrouwe geest op uw hart heeft doen nederdalen.

عَلَىٰ قَلْبِكَ لِتَكُونَ مِنَ ٱلْمُنذِرِينَ ﴿194﴾

Opdat gij een prediker voor uw volk zoudt zijn,

بِلِسَانٍ عَرَبِىٍّۢ مُّبِينٍۢ ﴿195﴾

In de duidelijke Arabische taal.

وَإِنَّهُۥ لَفِى زُبُرِ ٱلْأَوَّلِينَ ﴿196﴾

Waarvan de getuigenis door de schriften van vroegere tijden wordt geleverd.

أَوَلَمْ يَكُن لَّهُمْ ءَايَةً أَن يَعْلَمَهُۥ عُلَمَـٰٓؤُا۟ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ ﴿197﴾

Was het geen teeken voor hen, dat de wijze mannen onder de kinderen Israëls die kenden?

وَلَوْ نَزَّلْنَـٰهُ عَلَىٰ بَعْضِ ٱلْأَعْجَمِينَ ﴿198﴾

Hadden wij het aan een der vreemdelingen geopenbaard.

فَقَرَأَهُۥ عَلَيْهِم مَّا كَانُوا۟ بِهِۦ مُؤْمِنِينَ ﴿199﴾

En hij zou het hun hebben voorgelezen, dan zouden zij daaraan niet hebben willen gelooven.

كَذَٰلِكَ سَلَكْنَـٰهُ فِى قُلُوبِ ٱلْمُجْرِمِينَ ﴿200﴾

Zoo deden wij hardnekkig ongeloof in de harten der zondaren binnentreden.

لَا يُؤْمِنُونَ بِهِۦ حَتَّىٰ يَرَوُا۟ ٱلْعَذَابَ ٱلْأَلِيمَ ﴿201﴾

Zij zullen daarin niet gelooven, dan nadat zij eene pijnlijke straf hebben gezien.

فَيَأْتِيَهُم بَغْتَةًۭ وَهُمْ لَا يَشْعُرُونَ ﴿202﴾

Deze zal plotseling over hen komen, en zij zullen deze niet voorzien.

فَيَقُولُوا۟ هَلْ نَحْنُ مُنظَرُونَ ﴿203﴾

En zij zullen zeggen: zal ons uitstel worden verleend?

أَفَبِعَذَابِنَا يَسْتَعْجِلُونَ ﴿204﴾

Verlangen zij dus dat onze straf zal worden verhaast?

أَفَرَءَيْتَ إِن مَّتَّعْنَـٰهُمْ سِنِينَ ﴿205﴾

Wat denkt gij? Indien wij hun toestaan het voordeel van dit leven voor vele jaren te genieten.

ثُمَّ جَآءَهُم مَّا كَانُوا۟ يُوعَدُونَ ﴿206﴾

En datgene, waarmede zij bedreigd werden, later over hen komt.

بسم الله الرحمن الرحيم wo 23 Djoemaada al-oela
الأربعاء 23 جمادى الأولى
التربيع الأخير Laatste Kwartier Dag 23.9 / 29.5
Verlichting 32%
Nieuwe maan over 6 dagen
الحمد لله Alle lof zij Allah

إِنَّ ٱللَّهَ وَمَلَٰٓئِكَتَهُۥ يُصَلُّونَ عَلَى ٱلنَّبِىِّ ۚ يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ صَلُّوا۟ عَلَيْهِ وَسَلِّمُوا۟ تَسْلِيمًا

Waarlijk, God en zijne engelen zegenen den profeet. O ware geloovigen! zegent hem mede en groet hem met eene eerbiedvolle groete.

Al-Ahzab 33:56

Gebed voor de Profeet