Ruku 389 komt uit soera As-Saffat (verzen 114 tot 138). Hij bevat 25 verzen en behoort tot Djoez 23.
Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41
coran.read_full_page : Ruku 389 van de Koran lezen →
فَكَذَّبُوهُ فَإِنَّهُمْ لَمُحْضَرُونَ ﴿١٢٧﴾
Maar zij beschuldigden hem van bedrog.
إِلَّا عِبَادَ ٱللَّهِ ٱلْمُخْلَصِينَ ﴿١٢٨﴾
Weshalve zij aan de eeuwige straf zullen worden overgeleverd, behalve de oprechte dienaren Gods
وَتَرَكْنَا عَلَيْهِ فِى ٱلْـَٔاخِرِينَ ﴿١٢٩﴾
En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hem bewaren.
سَلَـٰمٌ عَلَىٰٓ إِلْ يَاسِينَ ﴿١٣٠﴾
Namelijk: Vrede zij op Ilyasin!
إِنَّا كَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْمُحْسِنِينَ ﴿١٣١﴾
Zoo beloonen wij den rechtvaardige.
إِنَّهُۥ مِنْ عِبَادِنَا ٱلْمُؤْمِنِينَ ﴿١٣٢﴾
Want hij was een onzer geloovige dienaren.
وَإِنَّ لُوطًۭا لَّمِنَ ٱلْمُرْسَلِينَ ﴿١٣٣﴾
En Lot was mede een dergenen, die door ons werden gezonden.
إِذْ نَجَّيْنَـٰهُ وَأَهْلَهُۥٓ أَجْمَعِينَ ﴿١٣٤﴾
Toen wij hem en zijn geheel gezin bevrijden.
إِلَّا عَجُوزًۭا فِى ٱلْغَـٰبِرِينَ ﴿١٣٥﴾
Behalve eene oude vrouw, zijne huisvrouw, die omkwam met hen die achterbleven.
ثُمَّ دَمَّرْنَا ٱلْـَٔاخَرِينَ ﴿١٣٦﴾
Daarna verdelgden wij de anderen.
وَإِنَّكُمْ لَتَمُرُّونَ عَلَيْهِم مُّصْبِحِينَ ﴿١٣٧﴾
En gij, o bewoners van Mekka! komt de plaatsen voorbij waar zij eens hebben gewoond, als gij des ochtends reist.
وَبِٱلَّيْلِ ۗ أَفَلَا تَعْقِلُونَ ﴿١٣٨﴾
En des nachts. Zult gij dan niet begrijpen?