الجن · Djoez 29
Ga naar
Favorieten
Reciteerder
Afspeelsnelheid
Vers herhalen
Herhalen
Automatisch scrollen
Vertaling
Arabisch lettertype
Tekstgrootte
Arabisch
Vertaling
Te memoriseren bereik
Herhalingen
Per vers
Volledige lus
Hoofdreciteerder
Bezig - A-B-lus /

Hizb 58 van de Koran lezen

Hizb 58 maakt deel uit van Djoez 29. Hij bevat 225 verzen op 10 pagina('s) van de Mushaf.

Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41

Pagina 572
Hizb 58
سورة الجن
Djoez 29 47.8% (206/431)
Hizb 58 0.0% (0/225)

قُلْ أُوحِىَ إِلَىَّ أَنَّهُ ٱسْتَمَعَ نَفَرٌۭ مِّنَ ٱلْجِنِّ فَقَالُوٓا۟ إِنَّا سَمِعْنَا قُرْءَانًا عَجَبًۭا ﴿١﴾

Zeg: Het is mij geopenbaard, dat een aantal geniussen mijne lezing van den Koran aandachtig hebben aangehoord, en zeiden: Waarlijk, wij hebben een bewonderenswaardig gesprek gehoord.

يَهْدِىٓ إِلَى ٱلرُّشْدِ فَـَٔامَنَّا بِهِۦ ۖ وَلَن نُّشْرِكَ بِرَبِّنَآ أَحَدًۭا ﴿٢﴾

Dat op den rechten weg leidt; daarom gelooven wij er in, en wij willen volstrekt geen ander met onzen Heer vereenigen.

وَأَنَّهُۥ تَعَـٰلَىٰ جَدُّ رَبِّنَا مَا ٱتَّخَذَ صَـٰحِبَةًۭ وَلَا وَلَدًۭا ﴿٣﴾

Hij (dat zijne majesteit verheven zij!) heeft geene vrouw genomen, en heeft evenmin kinderen gebaard

وَأَنَّهُۥ كَانَ يَقُولُ سَفِيهُنَا عَلَى ٱللَّهِ شَطَطًۭا ﴿٤﴾

Een dwaze van ons heeft iets van God gezegd, wat geheel valsch is.

وَأَنَّا ظَنَنَّآ أَن لَّن تَقُولَ ٱلْإِنسُ وَٱلْجِنُّ عَلَى ٱللَّهِ كَذِبًۭا ﴿٥﴾

Maar wij dachten waarlijk, dat noch mensch, noch genius op eenigerlei wijze eene leugen tegen God zou hebben uitgedacht.

وَأَنَّهُۥ كَانَ رِجَالٌۭ مِّنَ ٱلْإِنسِ يَعُوذُونَ بِرِجَالٍۢ مِّنَ ٱلْجِنِّ فَزَادُوهُمْ رَهَقًۭا ﴿٦﴾

En er zijn zekere menschen, die, als toevlucht, tot sommigen der geniussen vloden.

وَأَنَّهُمْ ظَنُّوا۟ كَمَا ظَنَنتُمْ أَن لَّن يَبْعَثَ ٱللَّهُ أَحَدًۭا ﴿٧﴾

Maar zij vermeerderden hunne dwaasheid en hunne zonden. Zij dachten, zooals gij denkt, dat God niemand tot het leven zal doen verrijzen.

وَأَنَّا لَمَسْنَا ٱلسَّمَآءَ فَوَجَدْنَـٰهَا مُلِئَتْ حَرَسًۭا شَدِيدًۭا وَشُهُبًۭا ﴿٨﴾

En wij trachtten vroeger te bespieden, wat er in den hemel voortging; maar wij bevonden, dat die met eene sterke wacht van engelen en vlammende flitsen opgevuld was.

وَأَنَّا كُنَّا نَقْعُدُ مِنْهَا مَقَـٰعِدَ لِلسَّمْعِ ۖ فَمَن يَسْتَمِعِ ٱلْـَٔانَ يَجِدْ لَهُۥ شِهَابًۭا رَّصَدًۭا ﴿٩﴾

En wij plaatsten ons op sommige der zetels om de gesprekken zijner bewoners te hooren; maar wie thans zou luisteren, zou den vlammenden schicht vinden, die in hinderlaag gelegd is, om de grenzen van den hemel te beschermen (hem te treffen).

وَأَنَّا لَا نَدْرِىٓ أَشَرٌّ أُرِيدَ بِمَن فِى ٱلْأَرْضِ أَمْ أَرَادَ بِهِمْ رَبُّهُمْ رَشَدًۭا ﴿١٠﴾

Wij weten niet, of daardoor eene ramp voor hen wordt bedoeld, die op de aarde wonen, dan wel of hun Heer voornemens is, hen op den rechten weg te leiden.

وَأَنَّا مِنَّا ٱلصَّـٰلِحُونَ وَمِنَّا دُونَ ذَٰلِكَ ۖ كُنَّا طَرَآئِقَ قِدَدًۭا ﴿١١﴾

Er zijn sommigen onder ons, die rechtschapen zijn, en er zijn sommigen onder ons, die anders zijn; wij zijn in verschillende soorten verdeeld.

وَأَنَّا ظَنَنَّآ أَن لَّن نُّعْجِزَ ٱللَّهَ فِى ٱلْأَرْضِ وَلَن نُّعْجِزَهُۥ هَرَبًۭا ﴿١٢﴾

En wij erkennen waarlijk, dat wij Gods macht op aarde geenszins zouden kunnen verzwakken, noch dat wij hem door de vlucht zouden kunnen ontsnappen.

وَأَنَّا لَمَّا سَمِعْنَا ٱلْهُدَىٰٓ ءَامَنَّا بِهِۦ ۖ فَمَن يُؤْمِنۢ بِرَبِّهِۦ فَلَا يَخَافُ بَخْسًۭا وَلَا رَهَقًۭا ﴿١٣﴾

Daarom geloofden wij in den Koran, toen wij de leiding hadden gehoord, die daarin is vervat. En wie in zijn Heer gelooft, behoeft geene vermindering van zijne belooning, noch eenige onrechtvaardigheid te vreezen.

Pagina 573
Hizb 58
سورة الجن
Djoez 29 50.8% (219/431)
Hizb 58 5.8% (13/225)

وَأَنَّا مِنَّا ٱلْمُسْلِمُونَ وَمِنَّا ٱلْقَـٰسِطُونَ ۖ فَمَنْ أَسْلَمَ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ تَحَرَّوْا۟ رَشَدًۭا ﴿١٤﴾

Er zijn sommige Moslems onder ons, en er zijn anderen onder ons, die van de rechtvaardigheid afdwalen. En zij die den Islam omhelzen, zoeken de ware leiding op ernstige wijze.

وَأَمَّا ٱلْقَـٰسِطُونَ فَكَانُوا۟ لِجَهَنَّمَ حَطَبًۭا ﴿١٥﴾

Maar zij die van de rechtvaardigheid afwijken, zullen tot voedsel der hel verstrekken.

وَأَلَّوِ ٱسْتَقَـٰمُوا۟ عَلَى ٱلطَّرِيقَةِ لَأَسْقَيْنَـٰهُم مَّآءً غَدَقًۭا ﴿١٦﴾

Indien zij den weg der waarheid betreden, zullen wij hen zekerlijk met een overvloedigen regen bevochtigen.

لِّنَفْتِنَهُمْ فِيهِ ۚ وَمَن يُعْرِضْ عَن ذِكْرِ رَبِّهِۦ يَسْلُكْهُ عَذَابًۭا صَعَدًۭا ﴿١٧﴾

Ten einde hun daardoor te bewijzen, dat degeen die zich van de vermaning van zijn Heer afwendt, eene strenge marteling zal ondergaan.

وَأَنَّ ٱلْمَسَـٰجِدَ لِلَّهِ فَلَا تَدْعُوا۟ مَعَ ٱللَّهِ أَحَدًۭا ﴿١٨﴾

Waarlijk de plaatsen der vereering zijn aan God toegewijd; roept dus geen ander tegelijk met God aan.

وَأَنَّهُۥ لَمَّا قَامَ عَبْدُ ٱللَّهِ يَدْعُوهُ كَادُوا۟ يَكُونُونَ عَلَيْهِ لِبَدًۭا ﴿١٩﴾

Toen Gods dienaar opstond om hem aan te roepen, had het weinig gescheeld, of de geniussen hadden hem doodgedrongen, om hem den Koran te hooren opzeggen.

قُلْ إِنَّمَآ أَدْعُوا۟ رَبِّى وَلَآ أُشْرِكُ بِهِۦٓ أَحَدًۭا ﴿٢٠﴾

Zeg: Waarlijk, ik roep slechts mijn Heer aan, en ik vereenig geen anderen God met hem.

قُلْ إِنِّى لَآ أَمْلِكُ لَكُمْ ضَرًّۭا وَلَا رَشَدًۭا ﴿٢١﴾

Zeg: Waarlijk, ik ben uit mij zelven niet in staat, u leed of goed te doen.

قُلْ إِنِّى لَن يُجِيرَنِى مِنَ ٱللَّهِ أَحَدٌۭ وَلَنْ أَجِدَ مِن دُونِهِۦ مُلْتَحَدًا ﴿٢٢﴾

Zeg: Waarlijk, niemand kan mij tegen God bijstaan. Nimmer zal ik eene toevlucht buiten hem vinden.

إِلَّا بَلَـٰغًۭا مِّنَ ٱللَّهِ وَرِسَـٰلَـٰتِهِۦ ۚ وَمَن يَعْصِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ فَإِنَّ لَهُۥ نَارَ جَهَنَّمَ خَـٰلِدِينَ فِيهَآ أَبَدًا ﴿٢٣﴾

Ik kan niets meer doen, dan wat mij van God werd geopenbaard, en zijne zendingen openbaar maken. En hij, die God en zijn gezant ongehoorzaam zal zijn, voor dien is het hellevuur gereed gemaakt; eeuwig zal hij daarin verblijven.

حَتَّىٰٓ إِذَا رَأَوْا۟ مَا يُوعَدُونَ فَسَيَعْلَمُونَ مَنْ أَضْعَفُ نَاصِرًۭا وَأَقَلُّ عَدَدًۭا ﴿٢٤﴾

Zij zullen hunnen wederstand niet staken, dan nadat zij de wraak gezien zullen hebben, waarmede zij zijn bedreigd; maar dan zullen zij weten, wie onzer zwakker in zijne ondersteuning, en wie kleiner in getal is.

قُلْ إِنْ أَدْرِىٓ أَقَرِيبٌۭ مَّا تُوعَدُونَ أَمْ يَجْعَلُ لَهُۥ رَبِّىٓ أَمَدًا ﴿٢٥﴾

Zeg hun: Ik weet niet of de straf waarmede gij bedreigd zijt, nabij is, dan wel, of mijn heer die voor een verwijderd tijdstip heeft bepaald.

عَـٰلِمُ ٱلْغَيْبِ فَلَا يُظْهِرُ عَلَىٰ غَيْبِهِۦٓ أَحَدًا ﴿٢٦﴾

Hij kent de geheimen der toekomst, en hij deelt zijne geheimen aan niemand mede.

إِلَّا مَنِ ٱرْتَضَىٰ مِن رَّسُولٍۢ فَإِنَّهُۥ يَسْلُكُ مِنۢ بَيْنِ يَدَيْهِ وَمِنْ خَلْفِهِۦ رَصَدًۭا ﴿٢٧﴾

Behalve aan den gezant in wien hij behagen schept, en hij doet eene wacht van engelen voor hem en achter hem gaan.

لِّيَعْلَمَ أَن قَدْ أَبْلَغُوا۟ رِسَـٰلَـٰتِ رَبِّهِمْ وَأَحَاطَ بِمَا لَدَيْهِمْ وَأَحْصَىٰ كُلَّ شَىْءٍ عَدَدًۢا ﴿٢٨﴾

Opdat hij zou weten, dat de gezanten de zending van hunnen Heer hebben volbracht. Hij weet alles, wat met hen is, en telt alle dingen bij het getal.

Pagina 574
Hizb 58
سورة المزمل
Djoez 29 54.3% (234/431)
Hizb 58 12.4% (28/225)

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلْمُزَّمِّلُ ﴿١﴾

O gij omwikkelde profeet!

قُمِ ٱلَّيْلَ إِلَّا قَلِيلًۭا ﴿٢﴾

Sta op om te bidden, en ga daarmede voort gedurende den nacht, behalve een klein gedeelte:

نِّصْفَهُۥٓ أَوِ ٱنقُصْ مِنْهُ قَلِيلًا ﴿٣﴾

Dat is te zeggen, gedurende de helft daarvan, of verkort dit een weinig.

أَوْ زِدْ عَلَيْهِ وَرَتِّلِ ٱلْقُرْءَانَ تَرْتِيلًا ﴿٤﴾

Of voeg er iets bij, en herhaal den Koran met eene duidelijke en welluidende stem.

إِنَّا سَنُلْقِى عَلَيْكَ قَوْلًۭا ثَقِيلًا ﴿٥﴾

Want wij zullen u een zeer gewichtig woord openbaren.

إِنَّ نَاشِئَةَ ٱلَّيْلِ هِىَ أَشَدُّ وَطْـًۭٔا وَأَقْوَمُ قِيلًا ﴿٦﴾

Waarlijk, het begin des nachts heeft meer kracht voor het standvastige gebed en geeft meer gemak om ons uit te drukken;

إِنَّ لَكَ فِى ٱلنَّهَارِ سَبْحًۭا طَوِيلًۭا ﴿٧﴾

Want des daags hebt gij vele bezigheden.

وَٱذْكُرِ ٱسْمَ رَبِّكَ وَتَبَتَّلْ إِلَيْهِ تَبْتِيلًۭا ﴿٨﴾

En herdenk den naam van uwen Heer en geef u geheel aan hem over, terwijl gij van de wereldsche ijdelheden afstand doet.

رَّبُّ ٱلْمَشْرِقِ وَٱلْمَغْرِبِ لَآ إِلَـٰهَ إِلَّا هُوَ فَٱتَّخِذْهُ وَكِيلًۭا ﴿٩﴾

Hij is de Heer van het Oosten en het Westen. Er is geen god buiten hem. Neem hem dus tot uwen beschermer.

وَٱصْبِرْ عَلَىٰ مَا يَقُولُونَ وَٱهْجُرْهُمْ هَجْرًۭا جَمِيلًۭا ﴿١٠﴾

Draag den schimp geduldig, dien de ongeloovigen u toevoegen, en vertrek van hen op een voegzame wijze.

وَذَرْنِى وَٱلْمُكَذِّبِينَ أُو۟لِى ٱلنَّعْمَةِ وَمَهِّلْهُمْ قَلِيلًا ﴿١١﴾

En laat mij alleen met hen, die den Koran van valschheid beschuldigen, die de genoegens van dit leven genieten. Verleen hun een weinig uitstel.

إِنَّ لَدَيْنَآ أَنكَالًۭا وَجَحِيمًۭا ﴿١٢﴾

Waarlijk wij hebben voor hen zware ketenen, en een brandend vuur.

وَطَعَامًۭا ذَا غُصَّةٍۢ وَعَذَابًا أَلِيمًۭا ﴿١٣﴾

En voedsel dat hen zal doen verstikken, die het opzwelgen, en eene pijnlijke marteling.

يَوْمَ تَرْجُفُ ٱلْأَرْضُ وَٱلْجِبَالُ وَكَانَتِ ٱلْجِبَالُ كَثِيبًۭا مَّهِيلًا ﴿١٤﴾

Op een zekeren dag zal de aarde geschud worden en de bergen mede; en de bergen zullen tot een zandhoop worden, die voortgedreven wordt.

إِنَّآ أَرْسَلْنَآ إِلَيْكُمْ رَسُولًۭا شَـٰهِدًا عَلَيْكُمْ كَمَآ أَرْسَلْنَآ إِلَىٰ فِرْعَوْنَ رَسُولًۭا ﴿١٥﴾

Waarlijk, wij hebben u een profeet gezonden, om getuigenis tegen u af te leggen, zooals wij een gezant aan Pharao zonden.

فَعَصَىٰ فِرْعَوْنُ ٱلرَّسُولَ فَأَخَذْنَـٰهُ أَخْذًۭا وَبِيلًۭا ﴿١٦﴾

Maar Pharao was ongehoorzaam aan den gezant, daarom kastijdden wij hem met eene zware straf.

فَكَيْفَ تَتَّقُونَ إِن كَفَرْتُمْ يَوْمًۭا يَجْعَلُ ٱلْوِلْدَٰنَ شِيبًا ﴿١٧﴾

Indien gij niet gelooft, hoe wilt gij u dan beveiligen voor den dag waarop de kinderen grijze haren van den schrik zullen krijgen?

ٱلسَّمَآءُ مُنفَطِرٌۢ بِهِۦ ۚ كَانَ وَعْدُهُۥ مَفْعُولًا ﴿١٨﴾

De hemel zal van schrik gespleten worden; de belofte daarvan zal zekerlijk worden vervuld.

إِنَّ هَـٰذِهِۦ تَذْكِرَةٌۭ ۖ فَمَن شَآءَ ٱتَّخَذَ إِلَىٰ رَبِّهِۦ سَبِيلًا ﴿١٩﴾

Waarlijk, dit is eene vermaning, en hij die geneigd is vermaand te worden, zal den weg tot zijn Heer nemen.

Pagina 575
Hizb 58
سورة المزمل
Djoez 29 58.7% (253/431)
Hizb 58 20.9% (47/225)

۞ إِنَّ رَبَّكَ يَعْلَمُ أَنَّكَ تَقُومُ أَدْنَىٰ مِن ثُلُثَىِ ٱلَّيْلِ وَنِصْفَهُۥ وَثُلُثَهُۥ وَطَآئِفَةٌۭ مِّنَ ٱلَّذِينَ مَعَكَ ۚ وَٱللَّهُ يُقَدِّرُ ٱلَّيْلَ وَٱلنَّهَارَ ۚ عَلِمَ أَن لَّن تُحْصُوهُ فَتَابَ عَلَيْكُمْ ۖ فَٱقْرَءُوا۟ مَا تَيَسَّرَ مِنَ ٱلْقُرْءَانِ ۚ عَلِمَ أَن سَيَكُونُ مِنكُم مَّرْضَىٰ ۙ وَءَاخَرُونَ يَضْرِبُونَ فِى ٱلْأَرْضِ يَبْتَغُونَ مِن فَضْلِ ٱللَّهِ ۙ وَءَاخَرُونَ يُقَـٰتِلُونَ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ ۖ فَٱقْرَءُوا۟ مَا تَيَسَّرَ مِنْهُ ۚ وَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُوا۟ ٱلزَّكَوٰةَ وَأَقْرِضُوا۟ ٱللَّهَ قَرْضًا حَسَنًۭا ۚ وَمَا تُقَدِّمُوا۟ لِأَنفُسِكُم مِّنْ خَيْرٍۢ تَجِدُوهُ عِندَ ٱللَّهِ هُوَ خَيْرًۭا وَأَعْظَمَ أَجْرًۭا ۚ وَٱسْتَغْفِرُوا۟ ٱللَّهَ ۖ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌۭ رَّحِيمٌۢ ﴿٢٠﴾

Uw Heer, o Mahomet! weet dat gij in gebed en overpeinzing dikwijls bijna twee derde gedeelten van een nacht, en somtijds de helft daarvan doorbrengt, en op andere tijden weder een derde gedeelte daarvan, en een deel uwer makkers die met u zijn, doen hetzelfde. Maar God weet den dag en den nacht; hij weet, dat gij die niet nauwkeurig kunt berekenen, daarom wendt hij zich gunstig tot u. Lees dus zooveel van den Koran als u gemakkelijk zal wezen. Hij weet dat er zieken onder u zijn, terwijl anderen op de aarde reizen, opdat zij door Gods goedheid, zich bezittingen zouden verwerven; en dat anderen strijden ter verdediging van Gods geloof. Lees dus zooveel daarvan, als u niet moeilijk zal wezen. Neem de vaste tijden van het gebed in acht, geef de behoorlijke aalmoezen, en leen God eene aannemelijke leening; want al hetgeen gij Gode (in goede werken) voor uwe zielen zendt, zult gij bij God terugvinden. Dit is beter, en zal eene grootere belooning verdienen. En vraag God vergiffenis; want God is vergevensgezind en barmhartig.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلْمُدَّثِّرُ ﴿١﴾

O gij die met een mantel bedekt zijt!

قُمْ فَأَنذِرْ ﴿٢﴾

Rijs op en predik.

وَرَبَّكَ فَكَبِّرْ ﴿٣﴾

Verheerlijk uwen Heer.

وَثِيَابَكَ فَطَهِّرْ ﴿٤﴾

Reinig uwe kleederen!

وَٱلرُّجْزَ فَٱهْجُرْ ﴿٥﴾

Ontvlucht iedere schande.

وَلَا تَمْنُن تَسْتَكْثِرُ ﴿٦﴾

Geef niet in de hoop, daarvoor meer terug te ontvangen.

وَلِرَبِّكَ فَٱصْبِرْ ﴿٧﴾

En wacht geduldig op uwen Heer.

فَإِذَا نُقِرَ فِى ٱلنَّاقُورِ ﴿٨﴾

Als de trompet zal klinken.

فَذَٰلِكَ يَوْمَئِذٍۢ يَوْمٌ عَسِيرٌ ﴿٩﴾

Waarlijk die dag zal een dag der droefheid wezen.

عَلَى ٱلْكَـٰفِرِينَ غَيْرُ يَسِيرٍۢ ﴿١٠﴾

En pijnlijk voor de ongeloovigen.

ذَرْنِى وَمَنْ خَلَقْتُ وَحِيدًۭا ﴿١١﴾

Laat mij alleen met hem dien ik geschonken heb;

وَجَعَلْتُ لَهُۥ مَالًۭا مَّمْدُودًۭا ﴿١٢﴾

Wien ik overvloedige rijkdommen heb geschapen.

وَبَنِينَ شُهُودًۭا ﴿١٣﴾

En kinderen die in zijne tegenwoordigheid wonen;

وَمَهَّدتُّ لَهُۥ تَمْهِيدًۭا ﴿١٤﴾

Voor wien ik de zaken gemakkelijk en gebaand heb gemaakt,

ثُمَّ يَطْمَعُ أَنْ أَزِيدَ ﴿١٥﴾

En die begeert, dat ik hem nog andere zegeningen zal zenden.

كَلَّآ ۖ إِنَّهُۥ كَانَ لِـَٔايَـٰتِنَا عَنِيدًۭا ﴿١٦﴾

Volstrekt niet; want hij is een tegenstander onzer wonderteekens.

سَأُرْهِقُهُۥ صَعُودًا ﴿١٧﴾

Ik zal hem met ernstige rampen bedroeven;

Pagina 576
Hizb 58
سورة المدثر
Djoez 29 62.9% (271/431)
Hizb 58 28.9% (65/225)

إِنَّهُۥ فَكَّرَ وَقَدَّرَ ﴿١٨﴾

Want hij heeft honende uitdrukkingen uitgedacht en gereed gemaakt, om den Koran belachelijk te maken.

فَقُتِلَ كَيْفَ قَدَّرَ ﴿١٩﴾

Gevloekt zij hij. Hoe kwaadwillig heeft hij die gereed gemaakt!

ثُمَّ قُتِلَ كَيْفَ قَدَّرَ ﴿٢٠﴾

En hij moge nog eens gevloekt zijn. Hoe kwaadwillig heeft hij die gereed gemaakt!

ثُمَّ نَظَرَ ﴿٢١﴾

Hij heeft zijne blikken om zich heen geworpen.

ثُمَّ عَبَسَ وَبَسَرَ ﴿٢٢﴾

Daarop heeft hij zijn voorhoofd gefronsd en een ernstig gelaat aangenomen.

ثُمَّ أَدْبَرَ وَٱسْتَكْبَرَ ﴿٢٣﴾

Vervolgens keerde hij zich van de waarheid en hij was opgeblazen van trotschheid.

فَقَالَ إِنْ هَـٰذَآ إِلَّا سِحْرٌۭ يُؤْثَرُ ﴿٢٤﴾

En hij zeide: Dit is slechts een goochelstuk, aan anderen ontleend.

إِنْ هَـٰذَآ إِلَّا قَوْلُ ٱلْبَشَرِ ﴿٢٥﴾

Dit zijn slechts de woorden van een mensch.

سَأُصْلِيهِ سَقَرَ ﴿٢٦﴾

Ik zal hem in de hel nederwerpen, om verbrand te worden.

وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا سَقَرُ ﴿٢٧﴾

En wat zal u doen verstaan, wat de hel is?

لَا تُبْقِى وَلَا تَذَرُ ﴿٢٨﴾

Zij laat geen ding onverteerd, noch laat eenige zaak ontsnappen.

لَوَّاحَةٌۭ لِّلْبَشَرِ ﴿٢٩﴾

Zij verbrandt des menschen vleesch.

عَلَيْهَا تِسْعَةَ عَشَرَ ﴿٣٠﴾

Negentien engelen zijn daarover geplaatst.

وَمَا جَعَلْنَآ أَصْحَـٰبَ ٱلنَّارِ إِلَّا مَلَـٰٓئِكَةًۭ ۙ وَمَا جَعَلْنَا عِدَّتَهُمْ إِلَّا فِتْنَةًۭ لِّلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لِيَسْتَيْقِنَ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَـٰبَ وَيَزْدَادَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِيمَـٰنًۭا ۙ وَلَا يَرْتَابَ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَـٰبَ وَٱلْمُؤْمِنُونَ ۙ وَلِيَقُولَ ٱلَّذِينَ فِى قُلُوبِهِم مَّرَضٌۭ وَٱلْكَـٰفِرُونَ مَاذَآ أَرَادَ ٱللَّهُ بِهَـٰذَا مَثَلًۭا ۚ كَذَٰلِكَ يُضِلُّ ٱللَّهُ مَن يَشَآءُ وَيَهْدِى مَن يَشَآءُ ۚ وَمَا يَعْلَمُ جُنُودَ رَبِّكَ إِلَّا هُوَ ۚ وَمَا هِىَ إِلَّا ذِكْرَىٰ لِلْبَشَرِ ﴿٣١﴾

Wij hebben niemand buiten de engelen aangewezen, om het toezicht over het hellevuur te houden, en wij hebben hun getal slechts uitgedrukt als eene aanleiding tot tweedracht onder de ongeloovigen; opdat zij, aan wie de schriften werden gegeven, zeker mogen zijn van de waarachtigheid van dit boek, en dat de ware geloovigen in geloof mogen vermeerderen. En dat zij, aan wie de schriften werden gegeven en de ware geloovigen, daaraan niet twijfelen; En dat zij, in wier harten een gebrek schuilt, alsmede de ongeloovigen, mogen zeggen: Welke verborgenheid bedoelt God met dit getal? Zoo doet God dwalen naar zijn welbehagen, en hij richt naar zijn welbehagen. Niemand kent de legers van uwen Heer, buiten hem. Dit is slechts eene waarschuwing voor den mensch.

كَلَّا وَٱلْقَمَرِ ﴿٣٢﴾

Zekerlijk. Bij de maan.

وَٱلَّيْلِ إِذْ أَدْبَرَ ﴿٣٣﴾

En den nacht, als die zich verwijdert.

وَٱلصُّبْحِ إِذَآ أَسْفَرَ ﴿٣٤﴾

En den ochtend, als die zich roodkleurt.

إِنَّهَا لَإِحْدَى ٱلْكُبَرِ ﴿٣٥﴾

(Zweer ik) dat dit eene der vreeselijkste rampen is.

نَذِيرًۭا لِّلْبَشَرِ ﴿٣٦﴾

Strekkende tot waarschuwing voor den mensch;

لِمَن شَآءَ مِنكُمْ أَن يَتَقَدَّمَ أَوْ يَتَأَخَّرَ ﴿٣٧﴾

Zoowel voor diegenen uwer, welke vooruit loopen, als voor hen die achterblijven.

كُلُّ نَفْسٍۭ بِمَا كَسَبَتْ رَهِينَةٌ ﴿٣٨﴾

Iedere ziel wordt in pand gegeven, voor hetgeen zij zal hebben verricht;

إِلَّآ أَصْحَـٰبَ ٱلْيَمِينِ ﴿٣٩﴾

Behalve de makkers van de rechterhand.

فِى جَنَّـٰتٍۢ يَتَسَآءَلُونَ ﴿٤٠﴾

Die in tuinen zullen wonen, en vragen tot elkander zullen

عَنِ ٱلْمُجْرِمِينَ ﴿٤١﴾

Richten nopens de zondaars, (en de snoodaards zelven zullen ondervragen, zeggende:)

مَا سَلَكَكُمْ فِى سَقَرَ ﴿٤٢﴾

Wat heeft u in de hel gebracht?

قَالُوا۟ لَمْ نَكُ مِنَ ٱلْمُصَلِّينَ ﴿٤٣﴾

Zij zullen antwoorden: Wij behooren niet tot hen die standvastig in het gebed waren.

وَلَمْ نَكُ نُطْعِمُ ٱلْمِسْكِينَ ﴿٤٤﴾

Nimmer laafden wij de armen.

وَكُنَّا نَخُوضُ مَعَ ٱلْخَآئِضِينَ ﴿٤٥﴾

Wij baadden ons in lichtvaardige gesprekken met degenen, die zich daartoe leenden.

وَكُنَّا نُكَذِّبُ بِيَوْمِ ٱلدِّينِ ﴿٤٦﴾

Wij loochenden den dag des oordeels.

حَتَّىٰٓ أَتَىٰنَا ٱلْيَقِينُ ﴿٤٧﴾

Tot de dood ons overviel.

Pagina 577
Hizb 58
سورة المدثر
Djoez 29 69.8% (301/431)
Hizb 58 42.2% (95/225)

فَمَا تَنفَعُهُمْ شَفَـٰعَةُ ٱلشَّـٰفِعِينَ ﴿٤٨﴾

De tusschentreding der tusschenpersonen zal hen niet helpen.

فَمَا لَهُمْ عَنِ ٱلتَّذْكِرَةِ مُعْرِضِينَ ﴿٤٩﴾

Wat scheelde hun dus, dat zij zich van de vermaning des Korans afwendden.

كَأَنَّهُمْ حُمُرٌۭ مُّسْتَنفِرَةٌۭ ﴿٥٠﴾

Als waren zij verschrikte ezels,

فَرَّتْ مِن قَسْوَرَةٍۭ ﴿٥١﴾

Die den leeuw ontvluchten.

بَلْ يُرِيدُ كُلُّ ٱمْرِئٍۢ مِّنْهُمْ أَن يُؤْتَىٰ صُحُفًۭا مُّنَشَّرَةًۭ ﴿٥٢﴾

Maar ieder van hen wilde, dat hem een bijzonder besluit van God zou toekomen.

كَلَّا ۖ بَل لَّا يَخَافُونَ ٱلْـَٔاخِرَةَ ﴿٥٣﴾

Volstrekt niet. Zij vreezen het volgende leven niet.

كَلَّآ إِنَّهُۥ تَذْكِرَةٌۭ ﴿٥٤﴾

Volstrekt niet. Waarlijk, dit is eene toereikende waarschuwing;

فَمَن شَآءَ ذَكَرَهُۥ ﴿٥٥﴾

En wie geneigd is, gewaarschuwd te worden, dien zal hij (de Koran) waarschuwen.

وَمَا يَذْكُرُونَ إِلَّآ أَن يَشَآءَ ٱللَّهُ ۚ هُوَ أَهْلُ ٱلتَّقْوَىٰ وَأَهْلُ ٱلْمَغْفِرَةِ ﴿٥٦﴾

Doch zij zullen niet gewaarschuwd worden tenzij het Gode zal behagen. Hij is waardig gevreesd te worden, en hij is geneigd te vergeven.

لَآ أُقْسِمُ بِيَوْمِ ٱلْقِيَـٰمَةِ ﴿١﴾

Waarlijk, ik zweer bij den dag der opstanding;

وَلَآ أُقْسِمُ بِٱلنَّفْسِ ٱللَّوَّامَةِ ﴿٢﴾

En ik zweer bij de ziel die zich zelve beschuldigt.

أَيَحْسَبُ ٱلْإِنسَـٰنُ أَلَّن نَّجْمَعَ عِظَامَهُۥ ﴿٣﴾

Denkt de mensch, dat wij zijne beenderen niet bij elkander zullen verzamelen?

بَلَىٰ قَـٰدِرِينَ عَلَىٰٓ أَن نُّسَوِّىَ بَنَانَهُۥ ﴿٤﴾

Ja, wij zijn in staat de kleinste beenderen zijner vingers bijeen te brengen.

بَلْ يُرِيدُ ٱلْإِنسَـٰنُ لِيَفْجُرَ أَمَامَهُۥ ﴿٥﴾

Maar de mensch verkiest zondig te zijn (te loochenen) den tijd die vóór hem is.

يَسْـَٔلُ أَيَّانَ يَوْمُ ٱلْقِيَـٰمَةِ ﴿٦﴾

Hij vraagt: Wanneer zal de dag der opstanding zijn?

فَإِذَا بَرِقَ ٱلْبَصَرُ ﴿٧﴾

Maar als het oog verblind.

وَخَسَفَ ٱلْقَمَرُ ﴿٨﴾

Als de maan verduisterd zal wezen.

وَجُمِعَ ٱلشَّمْسُ وَٱلْقَمَرُ ﴿٩﴾

En de zon en de maan vereenigd zullen zijn.

يَقُولُ ٱلْإِنسَـٰنُ يَوْمَئِذٍ أَيْنَ ٱلْمَفَرُّ ﴿١٠﴾

Op dien dag zal de mensch zeggen: Waar is een toevluchtsoord?

كَلَّا لَا وَزَرَ ﴿١١﴾

Volstrekt niet. Er zal geene plaats zijn, om er heen te vluchten.

إِلَىٰ رَبِّكَ يَوْمَئِذٍ ٱلْمُسْتَقَرُّ ﴿١٢﴾

Op dien dag zal de veilige rustplaats met uwen Heer zijn.

يُنَبَّؤُا۟ ٱلْإِنسَـٰنُ يَوْمَئِذٍۭ بِمَا قَدَّمَ وَأَخَّرَ ﴿١٣﴾

Op dien dag zal de mensch vernemen, wat hij het eerste en het laatste heeft gedaan.

بَلِ ٱلْإِنسَـٰنُ عَلَىٰ نَفْسِهِۦ بَصِيرَةٌۭ ﴿١٤﴾

Ja, de mensch zal getuigenis tegen zich zelven afleggen.

وَلَوْ أَلْقَىٰ مَعَاذِيرَهُۥ ﴿١٥﴾

En hoewel hij zijne verontschuldigingen aanbiedt, zullen zij niet worden aangenomen.

لَا تُحَرِّكْ بِهِۦ لِسَانَكَ لِتَعْجَلَ بِهِۦٓ ﴿١٦﴾

Beweeg uwe tong niet (o Mahomet!) door (de openbaringen te herhalen, u door Gabriël gebracht, alvorens hij die geëindigd zal hebben), opdat gij haar spoedig in het geheugen zoudt prenten.

إِنَّ عَلَيْنَا جَمْعَهُۥ وَقُرْءَانَهُۥ ﴿١٧﴾

Want het verzamelen van den Koran in uw geheugen, en u de ware lezing daarvan te leeren, komen ons toe.

فَإِذَا قَرَأْنَـٰهُ فَٱتَّبِعْ قُرْءَانَهُۥ ﴿١٨﴾

Maar als wij u dien door de tong van den engel zullen hebben voorgelezen, volg dan de lezing daarvan.

ثُمَّ إِنَّ عَلَيْنَا بَيَانَهُۥ ﴿١٩﴾

En daarna belasten wij ons, u dien uit te leggen.

Pagina 578
Hizb 58
سورة القيامة
Djoez 29 76.3% (329/431)
Hizb 58 54.7% (123/225)

كَلَّا بَلْ تُحِبُّونَ ٱلْعَاجِلَةَ ﴿٢٠﴾

Gij zult volstrekt zoo haastig niet zijn voor de toekomst. Maar gij menschen bemint datgene, wat haastig voorbijgaat (het wereldsche).

وَتَذَرُونَ ٱلْـَٔاخِرَةَ ﴿٢١﴾

En gij verwaarloost het volgende leven.

وُجُوهٌۭ يَوْمَئِذٍۢ نَّاضِرَةٌ ﴿٢٢﴾

Op dien dag zullen er aangezichten zijn, die met een levendigen glans zullen schitteren.

إِلَىٰ رَبِّهَا نَاظِرَةٌۭ ﴿٢٣﴾

En die hunne blikken naar den Heer zullen wenden.

وَوُجُوهٌۭ يَوْمَئِذٍۭ بَاسِرَةٌۭ ﴿٢٤﴾

Er zullen dien dag ter nedergeslagen aangezichten wezen.

تَظُنُّ أَن يُفْعَلَ بِهَا فَاقِرَةٌۭ ﴿٢٥﴾

Zij zullen denken, dat er eene verpletterende ramp over hen zal worden gebracht.

كَلَّآ إِذَا بَلَغَتِ ٱلتَّرَاقِىَ ﴿٢٦﴾

Zekerlijk. Als de ziel van den mensch (in zijn doodstrijd) tot zijne keel zal opstijgen.

وَقِيلَ مَنْ ۜ رَاقٍۢ ﴿٢٧﴾

Als de omstanders zullen zeggen: Wie brengt een toovermiddel om hem te doen herstellen?

وَظَنَّ أَنَّهُ ٱلْفِرَاقُ ﴿٢٨﴾

Denkende, dat het oogenblik van zijn vertrek uit deze wereld is gekomen.

وَٱلْتَفَّتِ ٱلسَّاقُ بِٱلسَّاقِ ﴿٢٩﴾

En het eene been met het andere been zal worden verbonden.

إِلَىٰ رَبِّكَ يَوْمَئِذٍ ٱلْمَسَاقُ ﴿٣٠﴾

Op dien dag zal hij tot uwen Heer worden gedreven.

فَلَا صَدَّقَ وَلَا صَلَّىٰ ﴿٣١﴾

Want hij geloofde niet, noch bad.

وَلَـٰكِن كَذَّبَ وَتَوَلَّىٰ ﴿٣٢﴾

Maar hij beschuldigde Gods profeet van bedrog, en wendde zich af, in plaats van hem te gehoorzamen.

ثُمَّ ذَهَبَ إِلَىٰٓ أَهْلِهِۦ يَتَمَطَّىٰٓ ﴿٣٣﴾

Daarop ging hij tot zijn gezin terug, met hoogmoed wandelende.

أَوْلَىٰ لَكَ فَأَوْلَىٰ ﴿٣٤﴾

Daarom, wee over u! het uur nadert.

ثُمَّ أَوْلَىٰ لَكَ فَأَوْلَىٰٓ ﴿٣٥﴾

Het nadert steeds. Wee! en nog eens wee over u; wee!

أَيَحْسَبُ ٱلْإِنسَـٰنُ أَن يُتْرَكَ سُدًى ﴿٣٦﴾

Denkt de mensch, dat hij geheel vrijgelaten zal worden, (zonder toezicht)?

أَلَمْ يَكُ نُطْفَةًۭ مِّن مَّنِىٍّۢ يُمْنَىٰ ﴿٣٧﴾

Was hij niet eerst een droppel zaad, die zich gemakkelijk verliest?

ثُمَّ كَانَ عَلَقَةًۭ فَخَلَقَ فَسَوَّىٰ ﴿٣٨﴾

Later was hij een weinig gestold bloed; en God vormde hem in eene juiste evenredigheid.

فَجَعَلَ مِنْهُ ٱلزَّوْجَيْنِ ٱلذَّكَرَ وَٱلْأُنثَىٰٓ ﴿٣٩﴾

En maakte twee seksen van hem: den man en de vrouw.

أَلَيْسَ ذَٰلِكَ بِقَـٰدِرٍ عَلَىٰٓ أَن يُحْـِۧىَ ٱلْمَوْتَىٰ ﴿٤٠﴾

Is hij die dit gedaan heeft, niet in staat de dooden te doen herleven?

هَلْ أَتَىٰ عَلَى ٱلْإِنسَـٰنِ حِينٌۭ مِّنَ ٱلدَّهْرِ لَمْ يَكُن شَيْـًۭٔا مَّذْكُورًا ﴿١﴾

Ging er niet eene groote tijdruimte over den mensch, gedurende welke hij eene nietswaardige zaak was?

إِنَّا خَلَقْنَا ٱلْإِنسَـٰنَ مِن نُّطْفَةٍ أَمْشَاجٍۢ نَّبْتَلِيهِ فَجَعَلْنَـٰهُ سَمِيعًۢا بَصِيرًا ﴿٢﴾

Waarlijk, wij hebben den mensch geschapen uit het gemengde zaad van beide seksen, opdat wij hem zouden beproeven, en wij hebben hem doen hooren en zien.

إِنَّا هَدَيْنَـٰهُ ٱلسَّبِيلَ إِمَّا شَاكِرًۭا وَإِمَّا كَفُورًا ﴿٣﴾

Wij hebben hem zeker op den weg geleid, of hij dankbaar, dan wel ondankbaar zou zijn.

إِنَّآ أَعْتَدْنَا لِلْكَـٰفِرِينَ سَلَـٰسِلَا۟ وَأَغْلَـٰلًۭا وَسَعِيرًا ﴿٤﴾

Waarlijk, wij hebben voor de ongeloovigen ketenen en halskragen en brandend vuur gereed gemaakt.

إِنَّ ٱلْأَبْرَارَ يَشْرَبُونَ مِن كَأْسٍۢ كَانَ مِزَاجُهَا كَافُورًا ﴿٥﴾

Maar de rechtvaardigen zullen uit een beker wijn drinken, gemengd met het water van Ca oer.

Pagina 579
Hizb 58
سورة الانسان
Djoez 29 82.4% (355/431)
Hizb 58 66.2% (149/225)

عَيْنًۭا يَشْرَبُ بِهَا عِبَادُ ٱللَّهِ يُفَجِّرُونَهَا تَفْجِيرًۭا ﴿٦﴾

Eene fontein waarvan Gods dienaren zullen drinken: zij zullen die door kanalen leiden (werwaarts het hun behaagt).

يُوفُونَ بِٱلنَّذْرِ وَيَخَافُونَ يَوْمًۭا كَانَ شَرُّهُۥ مُسْتَطِيرًۭا ﴿٧﴾

Deze vervullen hunne gelofte en vreezen den dag, waarvan rampen zich zeer ver uitstrekken.

وَيُطْعِمُونَ ٱلطَّعَامَ عَلَىٰ حُبِّهِۦ مِسْكِينًۭا وَيَتِيمًۭا وَأَسِيرًا ﴿٨﴾

Zij, schoon zelven nooddruftig, geven voedsel aan de armen, aan den wees en aan den balling voor zijne zaak.

إِنَّمَا نُطْعِمُكُمْ لِوَجْهِ ٱللَّهِ لَا نُرِيدُ مِنكُمْ جَزَآءًۭ وَلَا شُكُورًا ﴿٩﴾

Zeggende: Wij voeden u alleen voor Gods zaak; wij begeeren belooning noch dankzegging van u.

إِنَّا نَخَافُ مِن رَّبِّنَا يَوْمًا عَبُوسًۭا قَمْطَرِيرًۭا ﴿١٠﴾

Waarlijk, wij vreezen van onzen Heer een schrikbarenden en rampvollen dag.

فَوَقَىٰهُمُ ٱللَّهُ شَرَّ ذَٰلِكَ ٱلْيَوْمِ وَلَقَّىٰهُمْ نَضْرَةًۭ وَسُرُورًۭا ﴿١١﴾

Daarom zal God hen van de ramp van dien dag bevrijden, en hij zal hunne voorhoofden doen schitteren, en hun vreugde geven.

وَجَزَىٰهُم بِمَا صَبَرُوا۟ جَنَّةًۭ وَحَرِيرًۭا ﴿١٢﴾

En hij zal hun voor hunne geduldige volharding beloonen, met een tuin en zijden kleederen.

مُّتَّكِـِٔينَ فِيهَا عَلَى ٱلْأَرَآئِكِ ۖ لَا يَرَوْنَ فِيهَا شَمْسًۭا وَلَا زَمْهَرِيرًۭا ﴿١٣﴾

Daarin zullen zij op zetels rusten; zij zullen daar zon noch maan zien.

وَدَانِيَةً عَلَيْهِمْ ظِلَـٰلُهَا وَذُلِّلَتْ قُطُوفُهَا تَذْلِيلًۭا ﴿١٤﴾

De schaduwen der boomen zullen zich over hen uitspreiden, en de vruchten daarvan zullen laag nederkomen, zoodat die gemakkelijk zullen kunnen worden ingezameld.

وَيُطَافُ عَلَيْهِم بِـَٔانِيَةٍۢ مِّن فِضَّةٍۢ وَأَكْوَابٍۢ كَانَتْ قَوَارِيرَا۠ ﴿١٥﴾

Hunne dienaren zullen bij hen rondgaan met zilveren vaatwerk en bekers.

قَوَارِيرَا۟ مِن فِضَّةٍۢ قَدَّرُوهَا تَقْدِيرًۭا ﴿١٦﴾

De flesschen zullen flesschen van zilver zijn (blinkend als glas); zij zullen de maat daarvan bepalen.

وَيُسْقَوْنَ فِيهَا كَأْسًۭا كَانَ مِزَاجُهَا زَنجَبِيلًا ﴿١٧﴾

Daar zal hun te drinken worden gegeven, uit bekers (wijn), gemengd met het water van Zedjebil

عَيْنًۭا فِيهَا تُسَمَّىٰ سَلْسَبِيلًۭا ﴿١٨﴾

Uit eene fontein in het paradijs, Selsebil genaamd.

۞ وَيَطُوفُ عَلَيْهِمْ وِلْدَٰنٌۭ مُّخَلَّدُونَ إِذَا رَأَيْتَهُمْ حَسِبْتَهُمْ لُؤْلُؤًۭا مَّنثُورًۭا ﴿١٩﴾

En kinderen die eeuwig jong zullen blijven zullen rondgaan om hen te bedienen; als gij hen ziet, zult gij denken dat zij verspreide paarlen zijn.

وَإِذَا رَأَيْتَ ثَمَّ رَأَيْتَ نَعِيمًۭا وَمُلْكًۭا كَبِيرًا ﴿٢٠﴾

En als gij dit ziet, zult gij geneugten aanschouwen en een groot koninkrijk.

عَـٰلِيَهُمْ ثِيَابُ سُندُسٍ خُضْرٌۭ وَإِسْتَبْرَقٌۭ ۖ وَحُلُّوٓا۟ أَسَاوِرَ مِن فِضَّةٍۢ وَسَقَىٰهُمْ رَبُّهُمْ شَرَابًۭا طَهُورًا ﴿٢١﴾

Zij zullen bedekt zijn met kleederen van fijne, groene zijde en van gouden weefsels, en zij zullen versierd zijn met zilveren armbanden, en hun Heer zal hun van het zuiverste vocht te drinken geven.

إِنَّ هَـٰذَا كَانَ لَكُمْ جَزَآءًۭ وَكَانَ سَعْيُكُم مَّشْكُورًا ﴿٢٢﴾

(Hij zal tot hen zeggen:) Waarlijk, dit is uwe belooning, en uwe pogingen zijn dankbaar aangenomen.

إِنَّا نَحْنُ نَزَّلْنَا عَلَيْكَ ٱلْقُرْءَانَ تَنزِيلًۭا ﴿٢٣﴾

Waarlijk, wij hebben u den Koran door eene (trapsgewijze) openbaring nedergezonden.

فَٱصْبِرْ لِحُكْمِ رَبِّكَ وَلَا تُطِعْ مِنْهُمْ ءَاثِمًا أَوْ كَفُورًۭا ﴿٢٤﴾

Wacht dus geduldig het oordeel van uwen Heer af, en geloof geen zondaar of ongeloovige onder hen.

وَٱذْكُرِ ٱسْمَ رَبِّكَ بُكْرَةًۭ وَأَصِيلًۭا ﴿٢٥﴾

Gedenk den naam van uwen Heer, des ochtends en des avonds.

Pagina 580
Hizb 58
سورة الانسان
Djoez 29 87.0% (375/431)
Hizb 58 75.1% (169/225)

وَمِنَ ٱلَّيْلِ فَٱسْجُدْ لَهُۥ وَسَبِّحْهُ لَيْلًۭا طَوِيلًا ﴿٢٦﴾

En aanbid hem gedurende (een deel van den nacht); en prijs hem gedurende een groot deel des nachts.

إِنَّ هَـٰٓؤُلَآءِ يُحِبُّونَ ٱلْعَاجِلَةَ وَيَذَرُونَ وَرَآءَهُمْ يَوْمًۭا ثَقِيلًۭا ﴿٢٧﴾

Waarlijk, deze menschen beminnen het voorbijgaande leven, en veronachtzamen den zwaren dag des oordeels.

نَّحْنُ خَلَقْنَـٰهُمْ وَشَدَدْنَآ أَسْرَهُمْ ۖ وَإِذَا شِئْنَا بَدَّلْنَآ أَمْثَـٰلَهُمْ تَبْدِيلًا ﴿٢٨﴾

Wij hebben hen geschapen en hunne ledematen gesterkt, en als het ons behaagt, stellen wij anderen aan hen gelijk, in hunne plaats.

إِنَّ هَـٰذِهِۦ تَذْكِرَةٌۭ ۖ فَمَن شَآءَ ٱتَّخَذَ إِلَىٰ رَبِّهِۦ سَبِيلًۭا ﴿٢٩﴾

Waarlijk, dit is eene waarschuwing; en hij die wil, kieze den weg tot zijn Heer.

وَمَا تَشَآءُونَ إِلَّآ أَن يَشَآءَ ٱللَّهُ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلِيمًا حَكِيمًۭا ﴿٣٠﴾

Maar gij zult niet willen tenzij God wil; want God is alwetend en wijs

يُدْخِلُ مَن يَشَآءُ فِى رَحْمَتِهِۦ ۚ وَٱلظَّـٰلِمِينَ أَعَدَّ لَهُمْ عَذَابًا أَلِيمًۢا ﴿٣١﴾

Hij leidt in zijne genade die hem behagen; maar voor den onrechtvaardige heeft hij eene gestrenge straf gereed gemaakt.

وَٱلْمُرْسَلَـٰتِ عُرْفًۭا ﴿١﴾

Ik zweer bij de engelen die door God gezonden zijn, en elkander in eene aanhoudende reeks opvolgen.

فَٱلْعَـٰصِفَـٰتِ عَصْفًۭا ﴿٢﴾

Bij hen die zich snel bewegen met eene snelle beweging;

وَٱلنَّـٰشِرَٰتِ نَشْرًۭا ﴿٣﴾

En bij hen die zijne bevelen verspreiden. Door die op aarde bekend te maken,

فَٱلْفَـٰرِقَـٰتِ فَرْقًۭا ﴿٤﴾

En bij hen die waarheid van leugen afscheiden, door die te erkennen.

فَٱلْمُلْقِيَـٰتِ ذِكْرًا ﴿٥﴾

En bij hen die de goddelijke vermaning mededeelen.

عُذْرًا أَوْ نُذْرًا ﴿٦﴾

Ter verontschuldiging of bedreiging.

إِنَّمَا تُوعَدُونَ لَوَٰقِعٌۭ ﴿٧﴾

Waarlijk, wat wij beloofd hebben, is onvermijdelijk.

فَإِذَا ٱلنُّجُومُ طُمِسَتْ ﴿٨﴾

Als de sterren zullen worden uitgedoofd.

وَإِذَا ٱلسَّمَآءُ فُرِجَتْ ﴿٩﴾

En de hemel gespleten,

وَإِذَا ٱلْجِبَالُ نُسِفَتْ ﴿١٠﴾

Als de bergen zullen uiteenstuiven.

وَإِذَا ٱلرُّسُلُ أُقِّتَتْ ﴿١١﴾

En als den gezanten een tijdstip zal zijn aangewezen, om te verschijnen en getuigenis tegen hun eigen volk af te leggen.

لِأَىِّ يَوْمٍ أُجِّلَتْ ﴿١٢﴾

Tot op welken dag zal men het einde uitstellen?

لِيَوْمِ ٱلْفَصْلِ ﴿١٣﴾

Tot den dag der scheiding.

وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا يَوْمُ ٱلْفَصْلِ ﴿١٤﴾

En wat zal u doen begrijpen, wat de dag der scheiding is?

وَيْلٌۭ يَوْمَئِذٍۢ لِّلْمُكَذِّبِينَ ﴿١٥﴾

Op dien dag, wee over hem, die de profeten van bedrog beschuldigde!

أَلَمْ نُهْلِكِ ٱلْأَوَّلِينَ ﴿١٦﴾

Hebben wij niet de vroegere, hardnekkige ongeloovigen verdelgd?

ثُمَّ نُتْبِعُهُمُ ٱلْـَٔاخِرِينَ ﴿١٧﴾

Wij zullen ook die van latere tijden hen doen volgen.

كَذَٰلِكَ نَفْعَلُ بِٱلْمُجْرِمِينَ ﴿١٨﴾

Zoo handelen wij met de snoodaards.

وَيْلٌۭ يَوْمَئِذٍۢ لِّلْمُكَذِّبِينَ ﴿١٩﴾

Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!

Pagina 581
Hizb 58
سورة المرسلات
Djoez 29 92.8% (400/431)
Hizb 58 86.2% (194/225)

أَلَمْ نَخْلُقكُّم مِّن مَّآءٍۢ مَّهِينٍۢ ﴿٢٠﴾

Hebben wij u niet van een nietigen droppel zaad geschapen.

فَجَعَلْنَـٰهُ فِى قَرَارٍۢ مَّكِينٍ ﴿٢١﴾

Dien wij in eene zekere bewaarplaats stelden.

إِلَىٰ قَدَرٍۢ مَّعْلُومٍۢ ﴿٢٢﴾

Tot de bepaalde tijd der verlossing was gekomen?

فَقَدَرْنَا فَنِعْمَ ٱلْقَـٰدِرُونَ ﴿٢٣﴾

En wij waren in staat dit te doen; want wij zijn machtig.

وَيْلٌۭ يَوْمَئِذٍۢ لِّلْمُكَذِّبِينَ ﴿٢٤﴾

Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!

أَلَمْ نَجْعَلِ ٱلْأَرْضَ كِفَاتًا ﴿٢٥﴾

Hebben wij de aarde niet zóó gemaakt, dat zij bevat

أَحْيَآءًۭ وَأَمْوَٰتًۭا ﴿٢٦﴾

De levenden en de dooden?

وَجَعَلْنَا فِيهَا رَوَٰسِىَ شَـٰمِخَـٰتٍۢ وَأَسْقَيْنَـٰكُم مَّآءًۭ فُرَاتًۭا ﴿٢٧﴾

En hebben wij daarop geene vaste, verhevene bergen geplaatst en u zuiver water te drinken gegeven?

وَيْلٌۭ يَوْمَئِذٍۢ لِّلْمُكَذِّبِينَ ﴿٢٨﴾

Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!

ٱنطَلِقُوٓا۟ إِلَىٰ مَا كُنتُم بِهِۦ تُكَذِّبُونَ ﴿٢٩﴾

Men zal tot hen zeggen: Gaat ter straf, welke gij als eene valschheid hebt geloochend.

ٱنطَلِقُوٓا۟ إِلَىٰ ظِلٍّۢ ذِى ثَلَـٰثِ شُعَبٍۢ ﴿٣٠﴾

Gaat in de schaduw van den rook der hel, welke in drie kolommen zal opstijgen.

لَّا ظَلِيلٍۢ وَلَا يُغْنِى مِنَ ٱللَّهَبِ ﴿٣١﴾

En die u noch voor de hitte beveiligen, noch tegen de vlam van dienst wezen zal.

إِنَّهَا تَرْمِى بِشَرَرٍۢ كَٱلْقَصْرِ ﴿٣٢﴾

Maar hij zal vonken, zoo groot als torens, uitwerpen.

كَأَنَّهُۥ جِمَـٰلَتٌۭ صُفْرٌۭ ﴿٣٣﴾

Gelijkende in hare kleur op gele kemels,

وَيْلٌۭ يَوْمَئِذٍۢ لِّلْمُكَذِّبِينَ ﴿٣٤﴾

Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!

هَـٰذَا يَوْمُ لَا يَنطِقُونَ ﴿٣٥﴾

Dit zal een dag wezen, waarop de schuldigen sprakeloos zullen zijn.

وَلَا يُؤْذَنُ لَهُمْ فَيَعْتَذِرُونَ ﴿٣٦﴾

En het zal hun niet geoorloofd worden, zich te verontschuldigen.

وَيْلٌۭ يَوْمَئِذٍۢ لِّلْمُكَذِّبِينَ ﴿٣٧﴾

Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!

هَـٰذَا يَوْمُ ٱلْفَصْلِ ۖ جَمَعْنَـٰكُمْ وَٱلْأَوَّلِينَ ﴿٣٨﴾

Dit zal de dag der scheiding wezen, waarop wij zoowel u, als uwe voorgangers zullen verzamelen.

فَإِن كَانَ لَكُمْ كَيْدٌۭ فَكِيدُونِ ﴿٣٩﴾

Indien gij dus eene doordachte list bezit, gebruikt die dan tegen mij.

وَيْلٌۭ يَوْمَئِذٍۢ لِّلْمُكَذِّبِينَ ﴿٤٠﴾

Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!

إِنَّ ٱلْمُتَّقِينَ فِى ظِلَـٰلٍۢ وَعُيُونٍۢ ﴿٤١﴾

Maar de vrome zal te midden van schaduwen en fonteinen wonen.

وَفَوَٰكِهَ مِمَّا يَشْتَهُونَ ﴿٤٢﴾

En te midden van vruchten van allerlei soort, welke zij zullen begeeren.

كُلُوا۟ وَٱشْرَبُوا۟ هَنِيٓـًٔۢا بِمَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ ﴿٤٣﴾

En men zal tot hen zeggen: Eet en drinkt met goede spijsvertering, ter belooning voor hetgeen gij zult hebben verricht.

إِنَّا كَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْمُحْسِنِينَ ﴿٤٤﴾

Want zoo beloonen wij de rechtvaardigen.

وَيْلٌۭ يَوْمَئِذٍۢ لِّلْمُكَذِّبِينَ ﴿٤٥﴾

Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!

كُلُوا۟ وَتَمَتَّعُوا۟ قَلِيلًا إِنَّكُم مُّجْرِمُونَ ﴿٤٦﴾

Eet, o ongeloovigen? en geniet de genoegens van dit leven voor een korten tijd. Waarlijk, gij zijt zondaren.

وَيْلٌۭ يَوْمَئِذٍۢ لِّلْمُكَذِّبِينَ ﴿٤٧﴾

Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!

وَإِذَا قِيلَ لَهُمُ ٱرْكَعُوا۟ لَا يَرْكَعُونَ ﴿٤٨﴾

En als hun gezegd wordt: Buigt u neder, dan buigen zij niet neder.

وَيْلٌۭ يَوْمَئِذٍۢ لِّلْمُكَذِّبِينَ ﴿٤٩﴾

Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!

فَبِأَىِّ حَدِيثٍۭ بَعْدَهُۥ يُؤْمِنُونَ ﴿٥٠﴾

In welke nieuwe openbaring, zullen zij na deze gelooven?

بسم الله الرحمن الرحيم vr 24 Moeharram
الجمعة 24 محرّم
هلال متناقص Afnemende Maan Dag 25.1 / 29.5
Verlichting 21%
Nieuwe maan over 4 dagen
سبحان الله Glorie zij Allah