الصافات · Djoez 23
Ga naar
Favorieten
Reciteerder
Afspeelsnelheid
Vers herhalen
Herhalen
Automatisch scrollen
Vertaling
Arabisch lettertype
Tekstgrootte
Arabisch
Vertaling
Te memoriseren bereik
Herhalingen
Per vers
Volledige lus
Hoofdreciteerder
Bezig - A-B-lus /

Ruku 387 van de Koran lezen

Ruku 387 komt uit soera As-Saffat (verzen 22 tot 74). Hij bevat 53 verzen en behoort tot Djoez 23.

Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41

Ruku 387 dans le Coran

53
verzen
1
Soera
23
Djoez
v.22 – v.74
Verzen

Sourate dans le Ruku 387

Pagina 447
Ruku 387
سورة الصافات
Djoez 23 22.4% (80/357)
Hizb 45 40.0% (80/200)

مَا لَكُمْ لَا تَنَاصَرُونَ ﴿٢٥﴾

Wat deert u, dat gij elkander niet verdedigt?

بَلْ هُمُ ٱلْيَوْمَ مُسْتَسْلِمُونَ ﴿٢٦﴾

Maar op dien dag zullen zij zich aan Gods oordeel onderwerpen.

وَأَقْبَلَ بَعْضُهُمْ عَلَىٰ بَعْضٍۢ يَتَسَآءَلُونَ ﴿٢٧﴾

En zij zullen elkander naderen en onder elkander twisten.

قَالُوٓا۟ إِنَّكُمْ كُنتُمْ تَأْتُونَنَا عَنِ ٱلْيَمِينِ ﴿٢٨﴾

En de verleiden zullen zeggen tot hen die hen hebben verleid: Waarlijk, gij kwaamt tot ons met voorspellingen van voorspoed.

قَالُوا۟ بَل لَّمْ تَكُونُوا۟ مُؤْمِنِينَ ﴿٢٩﴾

En de verleiders zullen antwoorden: Neen! gij waart veeleer geene ware geloovigen;

وَمَا كَانَ لَنَا عَلَيْكُم مِّن سُلْطَـٰنٍۭ ۖ بَلْ كُنتُمْ قَوْمًۭا طَـٰغِينَ ﴿٣٠﴾

Want wij hadden geene macht over u, om u te dwingen, maar gij hebt vrijwillig gezondigd.

فَحَقَّ عَلَيْنَا قَوْلُ رَبِّنَآ ۖ إِنَّا لَذَآئِقُونَ ﴿٣١﴾

Daarom werd het vonnis van onzen Heer rechtvaardig over ons uitgesproken, en wij zullen zekerlijk zijne wraak proeven.

فَأَغْوَيْنَـٰكُمْ إِنَّا كُنَّا غَـٰوِينَ ﴿٣٢﴾

Wij verleidden u, maar wij dwaalden ook zelven.

فَإِنَّهُمْ يَوْمَئِذٍۢ فِى ٱلْعَذَابِ مُشْتَرِكُونَ ﴿٣٣﴾

Zij zullen op dezen dag dus beiden deelgenooten van dezelfde straf zijn.

إِنَّا كَذَٰلِكَ نَفْعَلُ بِٱلْمُجْرِمِينَ ﴿٣٤﴾

Zoo zullen wij met de zondaren handelen;

إِنَّهُمْ كَانُوٓا۟ إِذَا قِيلَ لَهُمْ لَآ إِلَـٰهَ إِلَّا ٱللَّهُ يَسْتَكْبِرُونَ ﴿٣٥﴾

Want toen er tot hen werd gezegd: Er is geen god buiten den waren God, bliezen zij zich op met hoogmoed.

وَيَقُولُونَ أَئِنَّا لَتَارِكُوٓا۟ ءَالِهَتِنَا لِشَاعِرٍۢ مَّجْنُونٍۭ ﴿٣٦﴾

En zeiden: zullen wij onze goden voor een bezeten dichter verlaten?

بَلْ جَآءَ بِٱلْحَقِّ وَصَدَّقَ ٱلْمُرْسَلِينَ ﴿٣٧﴾

Neen! hij komt met de waarheid en legt getuigenis af voor de vroegere gezanten.

إِنَّكُمْ لَذَآئِقُوا۟ ٱلْعَذَابِ ٱلْأَلِيمِ ﴿٣٨﴾

Gij zult zekerlijk de pijnlijke martelingen der hel proeven.

وَمَا تُجْزَوْنَ إِلَّا مَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ ﴿٣٩﴾

En gij zult niet vergolden worden, dan overeenkomstig uwe werken.

إِلَّا عِبَادَ ٱللَّهِ ٱلْمُخْلَصِينَ ﴿٤٠﴾

Maar wat de oprechte dienaren Gods betreft.

أُو۟لَـٰٓئِكَ لَهُمْ رِزْقٌۭ مَّعْلُومٌۭ ﴿٤١﴾

Zij zullen een zekeren voorraad in het paradijs hebben:

فَوَٰكِهُ ۖ وَهُم مُّكْرَمُونَ ﴿٤٢﴾

Namelijk heerlijke vruchten, en zij zullen geëerd worden.

فِى جَنَّـٰتِ ٱلنَّعِيمِ ﴿٤٣﴾

Zij zullen in tuinen des vermaaks geplaatst worden.

عَلَىٰ سُرُرٍۢ مُّتَقَـٰبِلِينَ ﴿٤٤﴾

Leunende in tegenover elkander geplaatste zetels.

يُطَافُ عَلَيْهِم بِكَأْسٍۢ مِّن مَّعِينٍۭ ﴿٤٥﴾

Een beker zal onder hen worden rondgereikt, gevuld aan eene heldere fontein;

بَيْضَآءَ لَذَّةٍۢ لِّلشَّـٰرِبِينَ ﴿٤٦﴾

Een heerlijkheid voor hen, die er van zullen drinken.

لَا فِيهَا غَوْلٌۭ وَلَا هُمْ عَنْهَا يُنزَفُونَ ﴿٤٧﴾

Het zal het verstand niet benevelen, en zij zullen er niet door bedwelmd worden.

وَعِندَهُمْ قَـٰصِرَٰتُ ٱلطَّرْفِ عِينٌۭ ﴿٤٨﴾

En nabij hen zullen de maagden van het paradijs liggen, hare blikken, behalve van hunne bruidegommen, van ieder een afwendende, hebbende groote, zwarte oogen,

كَأَنَّهُنَّ بَيْضٌۭ مَّكْنُونٌۭ ﴿٤٩﴾

En gelijkende op de eieren van een struisvogel, zorgvol met vederen bedekt.

فَأَقْبَلَ بَعْضُهُمْ عَلَىٰ بَعْضٍۢ يَتَسَآءَلُونَ ﴿٥٠﴾

En zij zullen zich tot elkander wenden, en elkander vragen doen.

قَالَ قَآئِلٌۭ مِّنْهُمْ إِنِّى كَانَ لِى قَرِينٌۭ ﴿٥١﴾

En een van hen zal zeggen: Waarlijk, ik had een vertrouwden vriend, terwijl ik op de wereld leefde.

Pagina 448
Ruku 387
سورة الصافات
Djoez 23 30.0% (107/357)
Hizb 45 53.5% (107/200)

يَقُولُ أَءِنَّكَ لَمِنَ ٱلْمُصَدِّقِينَ ﴿٥٢﴾

Die tot mij zeide: Zijt gij een van hen, die de waarheid der opstanding betuigen?

أَءِذَا مِتْنَا وَكُنَّا تُرَابًۭا وَعِظَـٰمًا أَءِنَّا لَمَدِينُونَ ﴿٥٣﴾

Nadat wij dood zullen zijn, en tot stof en beenderen veranderd wezen, zullen wij dan zekerlijk worden geoordeeld?

قَالَ هَلْ أَنتُم مُّطَّلِعُونَ ﴿٥٤﴾

Dan zal hij tot zijne makkers zeggen: Wilt gij nederzien?

فَٱطَّلَعَ فَرَءَاهُ فِى سَوَآءِ ٱلْجَحِيمِ ﴿٥٥﴾

En zij zullen nederzien en hem in het midden der hel ontwaren.

قَالَ تَٱللَّهِ إِن كِدتَّ لَتُرْدِينِ ﴿٥٦﴾

En hij zal tot hem zeggen: Bij God! er ontbrak weinig aan, of gij hadt mij verdorven.

وَلَوْلَا نِعْمَةُ رَبِّى لَكُنتُ مِنَ ٱلْمُحْضَرِينَ ﴿٥٧﴾

En was het niet door de genade van mijnen Heer, dan ware ik zeker aan eene eeuwige marteling overgeleverd geworden.

أَفَمَا نَحْنُ بِمَيِّتِينَ ﴿٥٨﴾

Zullen wij een anderen dan onzen eersten dood sterven?

إِلَّا مَوْتَتَنَا ٱلْأُولَىٰ وَمَا نَحْنُ بِمُعَذَّبِينَ ﴿٥٩﴾

Of ondergaan wij eenige straf?

إِنَّ هَـٰذَا لَهُوَ ٱلْفَوْزُ ٱلْعَظِيمُ ﴿٦٠﴾

Waarlijk, wij genieten eene groote gelukzaligheid.

لِمِثْلِ هَـٰذَا فَلْيَعْمَلِ ٱلْعَـٰمِلُونَ ﴿٦١﴾

Laten de arbeiders arbeiden om eene gelukzaligheid gelijk deze te verwerven.

أَذَٰلِكَ خَيْرٌۭ نُّزُلًا أَمْ شَجَرَةُ ٱلزَّقُّومِ ﴿٦٢﴾

Is dit een beter onthaal, of de boom van al Zakkum?

إِنَّا جَعَلْنَـٰهَا فِتْنَةًۭ لِّلظَّـٰلِمِينَ ﴿٦٣﴾

Waarlijk, wij hebben dien aangeduid als eene aanleiding tot twist onder de onrechtvaardigen

إِنَّهَا شَجَرَةٌۭ تَخْرُجُ فِىٓ أَصْلِ ٱلْجَحِيمِ ﴿٦٤﴾

Het is een boom die aan den bodem der hel ontspruit.

طَلْعُهَا كَأَنَّهُۥ رُءُوسُ ٱلشَّيَـٰطِينِ ﴿٦٥﴾

De vrucht daarvan gelijkt op de hoofden van duivelen.

فَإِنَّهُمْ لَـَٔاكِلُونَ مِنْهَا فَمَالِـُٔونَ مِنْهَا ٱلْبُطُونَ ﴿٦٦﴾

De verdoemden zullen daarvan eten, en hunne buiken daarmede vullen.

ثُمَّ إِنَّ لَهُمْ عَلَيْهَا لَشَوْبًۭا مِّنْ حَمِيمٍۢ ﴿٦٧﴾

Vervolgens zal hun een mengsel van vuil en kokend water te drinken worden gegeven.

ثُمَّ إِنَّ مَرْجِعَهُمْ لَإِلَى ٱلْجَحِيمِ ﴿٦٨﴾

Daarna zullen zij in de hel terugkeeren.

إِنَّهُمْ أَلْفَوْا۟ ءَابَآءَهُمْ ضَآلِّينَ ﴿٦٩﴾

Zij bevonden dat hunne vaderen dwalende waren.

فَهُمْ عَلَىٰٓ ءَاثَـٰرِهِمْ يُهْرَعُونَ ﴿٧٠﴾

En zij traden haastig in hunne voetstappen;

وَلَقَدْ ضَلَّ قَبْلَهُمْ أَكْثَرُ ٱلْأَوَّلِينَ ﴿٧١﴾

Want het meerendeel der oude volken dwaalden vóór hen.

وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا فِيهِم مُّنذِرِينَ ﴿٧٢﴾

Wij zonden vroeger waarschuwers tot hen;

فَٱنظُرْ كَيْفَ كَانَ عَـٰقِبَةُ ٱلْمُنذَرِينَ ﴿٧٣﴾

Maar zie hoe ellendig het einde was van degenen, die gewaarschuwd werden.

إِلَّا عِبَادَ ٱللَّهِ ٱلْمُخْلَصِينَ ﴿٧٤﴾

En die niet onze oprechte dienaren waren.

بسم الله الرحمن الرحيم vr 24 Moeharram
الجمعة 24 محرّم
هلال متناقص Afnemende Maan Dag 25.1 / 29.5
Verlichting 21%
Nieuwe maan over 4 dagen
الله أكبر Allah is de Grootste