Ruku 556 komt uit soera An-Nas (verzen 1 tot 6). Hij bevat 6 verzen en behoort tot Djoez 30.
Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41
coran.read_full_page : Ruku 556 van de Koran lezen →
قُلْ أَعُوذُ بِرَبِّ ٱلنَّاسِ ﴿١﴾
Zeg: Ik zoek mijne toevlucht bij den Heer der menschen,
مَلِكِ ٱلنَّاسِ ﴿٢﴾
Den Koning der menschen,
إِلَـٰهِ ٱلنَّاسِ ﴿٣﴾
Den God der menschen;
مِن شَرِّ ٱلْوَسْوَاسِ ٱلْخَنَّاسِ ﴿٤﴾
Dat hij mij bevrijde van de boosheid van den luisteraar, die snoode gedachten inblaast en zich dan verborgen terugtrekt.
ٱلَّذِى يُوَسْوِسُ فِى صُدُورِ ٱلنَّاسِ ﴿٥﴾
Die kwaade ingevingen der menschen aan de harten toefluistert.
مِنَ ٱلْجِنَّةِ وَٱلنَّاسِ ﴿٦﴾
Tegen de geniussen en de menschen.