Ruku 555 komt uit soera Al-Falaq (verzen 1 tot 5). Hij bevat 5 verzen en behoort tot Djoez 30.
Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41
coran.read_full_page : Ruku 555 van de Koran lezen →
قُلْ أَعُوذُ بِرَبِّ ٱلْفَلَقِ ﴿١﴾
Zeg: Ik zoek mijn toevlucht bij den Heer van den dageraad,
مِن شَرِّ مَا خَلَقَ ﴿٢﴾
Opdat hij mij moge bevrijden van de boosheid der schepselen, welke hij heeft geschapen.
وَمِن شَرِّ غَاسِقٍ إِذَا وَقَبَ ﴿٣﴾
En van het kwaad des nachts, als die invalt.
وَمِن شَرِّ ٱلنَّفَّـٰثَـٰتِ فِى ٱلْعُقَدِ ﴿٤﴾
En van het kwaad der vrouwen die op knoopen blazen,
وَمِن شَرِّ حَاسِدٍ إِذَا حَسَدَ ﴿٥﴾
En van het kwaad van den benijder, als hij ons benijdt.