Ruku 542 komt uit soera Al-Adiyat (verzen 1 tot 11). Hij bevat 11 verzen en behoort tot Djoez 30.
Bijgewerkt op 05 augustus 2026 om 16h34
Lees de volledige pagina : Ruku 542 van de Koran lezen →
وَٱلْعَـٰدِيَـٰتِ ضَبْحًۭا ﴿١﴾
Ik zweer bij de oorlogspaarden, die snel en hoorbaar hijgend ten strijd draven.
فَٱلْمُورِيَـٰتِ قَدْحًۭا ﴿٢﴾
En bij de oorlogspaarden die vuur slaan door het aanraken (der steenen met hunne hoeven);
فَٱلْمُغِيرَٰتِ صُبْحًۭا ﴿٣﴾
Bij hen die plotseling en vroeg in den ochtend, een inval bij den vijand doen,
فَأَثَرْنَ بِهِۦ نَقْعًۭا ﴿٤﴾
Daar het stof doen oprijzen,
فَوَسَطْنَ بِهِۦ جَمْعًا ﴿٥﴾
En zich door het midden der vijandelijke troepen een weg banen;
إِنَّ ٱلْإِنسَـٰنَ لِرَبِّهِۦ لَكَنُودٌۭ ﴿٦﴾
Waarlijk, de mensch is ondankbaar jegens zijn Heer;
وَإِنَّهُۥ عَلَىٰ ذَٰلِكَ لَشَهِيدٌۭ ﴿٧﴾
En hij is getuige daarvan;
وَإِنَّهُۥ لِحُبِّ ٱلْخَيْرِ لَشَدِيدٌ ﴿٨﴾
En hij is ontembaar in zijne liefde voor het wereldsche goed.
۞ أَفَلَا يَعْلَمُ إِذَا بُعْثِرَ مَا فِى ٱلْقُبُورِ ﴿٩﴾
Weet hij dan niet dat hetgene zich in de graven bevindt, weder zal oprijzen,
وَحُصِّلَ مَا فِى ٱلصُّدُورِ ﴿١٠﴾
En dat hetgene zich in de borst der menschen bevindt, aan het licht gebracht zal worden,
إِنَّ رَبَّهُم بِهِمْ يَوْمَئِذٍۢ لَّخَبِيرٌۢ ﴿١١﴾
En dat hun Heer volkomen onderricht omtrent hem zal zijn?