Fkh in de Koran (19)
Mekkaans: 19
Medina: 0
Verdeling van verzen per soera
+ 2 meer soera's
﴿ فَأَنشَأْنَا لَكُم بِهِۦ جَنَّٰتٍ مِّن نَّخِيلٍ وَأَعْنَٰبٍ لَّكُمْ فِيهَا فَوَٰكِهُ كَثِيرَةٌ وَمِنْهَا تَأْكُلُونَ﴾
En wij doen door dezen regen tuinen van palmboomen en wijngaarden voor u ontspruiten, waarin gij vele vruchten bezit en waarvan gij eet.
﴿ إِنَّ أَصْحَٰبَ ٱلْجَنَّةِ ٱلْيَوْمَ فِى شُغُلٍ فَٰكِهُونَ ﴾
Op dien dag zullen de bewoners van het paradijs geheel met vreugde vervuld zijn.
﴿ لَهُمْ فِيهَا فَٰكِهَةٌ وَلَهُم مَّا يَدَّعُونَ﴾
Daar zullen zij vruchten hebben, en zij zullen alles verkrijgen, wat zij zullen begeeren.
﴿ فَوَٰكِهُ وَهُم مُّكْرَمُونَ﴾
Namelijk heerlijke vruchten, en zij zullen geëerd worden.
﴿ مُتَّكِـِٔينَ فِيهَا يَدْعُونَ فِيهَا بِفَٰكِهَةٍ كَثِيرَةٍ وَشَرَابٍ﴾
Als zij daarin nederliggen, zullen zij er verschillende soorten vruchten en dranken vinden.
﴿ لَكُمْ فِيهَا فَٰكِهَةٌ كَثِيرَةٌ مِّنْهَا تَأْكُلُونَ﴾
Gij hebt daar vruchten in overvloed, voedt u daarmede.
﴿ وَنَعْمَةٍ كَانُوا۟ فِيهَا فَٰكِهِينَ ﴾
En voordeelen welke gij geniet, lieten zij niet achter zich?
﴿ يَدْعُونَ فِيهَا بِكُلِّ فَٰكِهَةٍ ءَامِنِينَ﴾
Op die plaats zullen zij, in volle zekerheid, zich alle soorten van vruchten doen toedienen.
﴿ فَٰكِهِينَ بِمَآ ءَاتَىٰهُمْ رَبُّهُمْ وَوَقَىٰهُمْ رَبُّهُمْ عَذَابَ ٱلْجَحِيمِ﴾
Zich verlustigende, in hetgeen hun Heer hun zal hebben gegeven; en hun Heer zal hen van de pijnen der hel bevrijden.
﴿ وَأَمْدَدْنَٰهُم بِفَٰكِهَةٍ وَلَحْمٍ مِّمَّا يَشْتَهُونَ﴾
En wij zullen hun vruchten in overvloed geven, en vleesch van de soorten welke zij zullen begeeren.
﴿ فِيهَا فَٰكِهَةٌ وَٱلنَّخْلُ ذَاتُ ٱلْأَكْمَامِ﴾
Daarop zijn verschillende vruchten en palmboomen, die bloemtrossen dragen.
﴿ فِيهِمَا مِن كُلِّ فَٰكِهَةٍ زَوْجَانِ﴾
In elken van hen zullen twee soorten van elke vrucht zijn.
﴿ فِيهِمَا فَٰكِهَةٌ وَنَخْلٌ وَرُمَّانٌ﴾
In elken van dezen zullen vruchten, palmboomen en granaatappelen zijn.
﴿ وَفَٰكِهَةٍ مِّمَّا يَتَخَيَّرُونَ﴾
En met vruchten, van de soorten, welke zij zullen kiezen.
﴿ وَفَٰكِهَةٍ كَثِيرَةٍ﴾
En te midden van een overvloed van vruchten.
﴿ لَوْ نَشَآءُ لَجَعَلْنَٰهُ حُطَٰمًا فَظَلْتُمْ تَفَكَّهُونَ ﴾
Indien het ons behaagde, waarlijk, wij konden het droog en onvruchtbaar maken, zoodat gij niet zoudt ophouden u te verwonderen, zeggende:
﴿ وَفَوَٰكِهَ مِمَّا يَشْتَهُونَ﴾
En te midden van vruchten van allerlei soort, welke zij zullen begeeren.
﴿ وَفَٰكِهَةً وَأَبًّا﴾
En vruchten en gras.
﴿ وَإِذَا ٱنقَلَبُوٓا۟ إِلَىٰٓ أَهْلِهِمُ ٱنقَلَبُوا۟ فَكِهِينَ ﴾
En als zij tot hun volk wederkeeren, komen zij terug, terwijl zij spottende gebaren maken.
Toon 10 meer