الأعلى · Djoez 30
Ga naar
Favorieten
Reciteerder
Afspeelsnelheid
Vers herhalen
Herhalen
Automatisch scrollen
Vertaling
Arabisch lettertype
Tekstgrootte
Arabisch
Vertaling
Te memoriseren bereik
Herhalingen
Per vers
Volledige lus
Hoofdreciteerder
Bezig - A-B-lus /

Hizb 60 van de Koran lezen

Hizb 60 maakt deel uit van Djoez 30. Hij bevat 288 verzen op 13 pagina('s) van de Mushaf.

Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41

Pagina 592
Hizb 60
سورة الأعلى
Djoez 30 51.6% (291/564)
Hizb 60 5.2% (15/288)

بَلْ تُؤْثِرُونَ ٱلْحَيَوٰةَ ٱلدُّنْيَا ﴿١٦﴾

Maar gij verkiest het tegenwoordige leven,

وَٱلْـَٔاخِرَةُ خَيْرٌۭ وَأَبْقَىٰٓ ﴿١٧﴾

Hoewel het volgende leven beter en duurzamer is.

إِنَّ هَـٰذَا لَفِى ٱلصُّحُفِ ٱلْأُولَىٰ ﴿١٨﴾

Waarlijk, dit is in de oude boeken geschreven.

صُحُفِ إِبْرَٰهِيمَ وَمُوسَىٰ ﴿١٩﴾

In de boeken van Abraham en Mozes.

هَلْ أَتَىٰكَ حَدِيثُ ٱلْغَـٰشِيَةِ ﴿١﴾

Heeft het nieuws van den overvallenden dag des oordeels u bereikt.

وُجُوهٌۭ يَوْمَئِذٍ خَـٰشِعَةٌ ﴿٢﴾

Die sommigen de aangezichten zal doen buigen?

عَامِلَةٌۭ نَّاصِبَةٌۭ ﴿٣﴾

Werkende en afgemat van vermoeienis.

تَصْلَىٰ نَارًا حَامِيَةًۭ ﴿٤﴾

Zullen zij in het gloeiende vuur geworpen worden, om geroosterd te worden.

تُسْقَىٰ مِنْ عَيْنٍ ءَانِيَةٍۢ ﴿٥﴾

Men zal hun uit eene kokende fontein geven te drinken.

لَّيْسَ لَهُمْ طَعَامٌ إِلَّا مِن ضَرِيعٍۢ ﴿٦﴾

Zij zullen geen voedsel hebben, dan droge doornen en distels (al Dari).

لَّا يُسْمِنُ وَلَا يُغْنِى مِن جُوعٍۢ ﴿٧﴾

Dat voeden, noch den honger stillen zal.

وُجُوهٌۭ يَوْمَئِذٍۢ نَّاعِمَةٌۭ ﴿٨﴾

Maar de aangezichten van anderen zullen op dien dag vroolijk zijn.

لِّسَعْيِهَا رَاضِيَةٌۭ ﴿٩﴾

Voldaan over hetgeen zij vroeger zullen hebben verricht.

فِى جَنَّةٍ عَالِيَةٍۢ ﴿١٠﴾

Zij zullen in een sierlijken tuin worden geplaatst.

لَّا تَسْمَعُ فِيهَا لَـٰغِيَةًۭ ﴿١١﴾

Waar zij geene ijdele gesprekken zullen hooren.

فِيهَا عَيْنٌۭ جَارِيَةٌۭ ﴿١٢﴾

Daar zal eene springende fontein wezen;

فِيهَا سُرُرٌۭ مَّرْفُوعَةٌۭ ﴿١٣﴾

Daar zullen verheven zetels opgericht wezen.

وَأَكْوَابٌۭ مَّوْضُوعَةٌۭ ﴿١٤﴾

En bekers zullen voor hen geplaatst zijn,

وَنَمَارِقُ مَصْفُوفَةٌۭ ﴿١٥﴾

En kussens in orde gelegd,

وَزَرَابِىُّ مَبْثُوثَةٌ ﴿١٦﴾

En tapijten geheel uitgespreid.

أَفَلَا يَنظُرُونَ إِلَى ٱلْإِبِلِ كَيْفَ خُلِقَتْ ﴿١٧﴾

Overwegen zij niet hoe de kameelen geschapen zijn

وَإِلَى ٱلسَّمَآءِ كَيْفَ رُفِعَتْ ﴿١٨﴾

En hoe de hemel verheven is;

وَإِلَى ٱلْجِبَالِ كَيْفَ نُصِبَتْ ﴿١٩﴾

En hoe de bergen zijn bevestigd.

وَإِلَى ٱلْأَرْضِ كَيْفَ سُطِحَتْ ﴿٢٠﴾

En hoe de aarde is uitgespreid?

فَذَكِّرْ إِنَّمَآ أَنتَ مُذَكِّرٌۭ ﴿٢١﴾

Daarom, waarschuw uw volk, want gij zijt slechts een waarschuwer,

لَّسْتَ عَلَيْهِم بِمُصَيْطِرٍ ﴿٢٢﴾

Eene onbepaalde macht is u niet over hen opgedragen.

إِلَّا مَن تَوَلَّىٰ وَكَفَرَ ﴿٢٣﴾

Maar wie zich afwenden, en niet gelooven zal,

فَيُعَذِّبُهُ ٱللَّهُ ٱلْعَذَابَ ٱلْأَكْبَرَ ﴿٢٤﴾

Dien zal God met de groote straf van het volgende leven straffen.

إِنَّ إِلَيْنَآ إِيَابَهُمْ ﴿٢٥﴾

Waarlijk, tot ons zullen zij terugkeeren.

ثُمَّ إِنَّ عَلَيْنَا حِسَابَهُم ﴿٢٦﴾

En dan is het mijne taak, hun rekenschap af te vragen.

Pagina 593
Hizb 60
سورة الفجر
Djoez 30 56.9% (321/564)
Hizb 60 15.6% (45/288)

وَٱلْفَجْرِ ﴿١﴾

Ik zweer bij het aanbreken van den dag

وَلَيَالٍ عَشْرٍۢ ﴿٢﴾

En de tien nachten;

وَٱلشَّفْعِ وَٱلْوَتْرِ ﴿٣﴾

Bij datgene wat dubbel, en dat wat enkel is,

وَٱلَّيْلِ إِذَا يَسْرِ ﴿٤﴾

Bij den nacht als die aanbreekt.

هَلْ فِى ذَٰلِكَ قَسَمٌۭ لِّذِى حِجْرٍ ﴿٥﴾

Is dit niet een begrijpelijk samengestelde eed?

أَلَمْ تَرَ كَيْفَ فَعَلَ رَبُّكَ بِعَادٍ ﴿٦﴾

Hebt gij niet overwogen, hoe uw Heer met Ad heeft gehandeld.

إِرَمَ ذَاتِ ٱلْعِمَادِ ﴿٧﴾

Het volk van Irem, versierd met schoone gebouwen,

ٱلَّتِى لَمْ يُخْلَقْ مِثْلُهَا فِى ٱلْبِلَـٰدِ ﴿٨﴾

Waarvan de wedergade nog niet in het land werd opgericht?

وَثَمُودَ ٱلَّذِينَ جَابُوا۟ ٱلصَّخْرَ بِٱلْوَادِ ﴿٩﴾

En met Thamoed, die in de rotsen der vallei huizen uithieuw.

وَفِرْعَوْنَ ذِى ٱلْأَوْتَادِ ﴿١٠﴾

En met Pharao, den uitvinder van de straf der staken.

ٱلَّذِينَ طَغَوْا۟ فِى ٱلْبِلَـٰدِ ﴿١١﴾

Die zich onbeschaamd hadden gedragen.

فَأَكْثَرُوا۟ فِيهَا ٱلْفَسَادَ ﴿١٢﴾

En het verderf op de aarde vermeerderden?

فَصَبَّ عَلَيْهِمْ رَبُّكَ سَوْطَ عَذَابٍ ﴿١٣﴾

Daarom stortte de Heer verschillende soorten van kastijdingen over hen uit;

إِنَّ رَبَّكَ لَبِٱلْمِرْصَادِ ﴿١٤﴾

Want, waarlijk, uw Heer is op een wachttoren, als hij de daden der menschen beschouwt.

فَأَمَّا ٱلْإِنسَـٰنُ إِذَا مَا ٱبْتَلَىٰهُ رَبُّهُۥ فَأَكْرَمَهُۥ وَنَعَّمَهُۥ فَيَقُولُ رَبِّىٓ أَكْرَمَنِ ﴿١٥﴾

Daarom als zijn Heer hem (door voorspoed) beproeft, en hem eert en goed voor hem is. Zegt de mensch: Mijn Heer eert mij.

وَأَمَّآ إِذَا مَا ٱبْتَلَىٰهُ فَقَدَرَ عَلَيْهِ رِزْقَهُۥ فَيَقُولُ رَبِّىٓ أَهَـٰنَنِ ﴿١٦﴾

Maar als hij hem met rampen bezoekt, en hem zijne weldaden terughoudt, Zegt hij: Mijn Heer versmaadt mij.

كَلَّا ۖ بَل لَّا تُكْرِمُونَ ٱلْيَتِيمَ ﴿١٧﴾

Volstrekt niet, maar gij eert den wees niet.

وَلَا تَحَـٰٓضُّونَ عَلَىٰ طَعَامِ ٱلْمِسْكِينِ ﴿١٨﴾

Noch noodigt gij elkander uit, den arme te voeden.

وَتَأْكُلُونَ ٱلتُّرَاثَ أَكْلًۭا لَّمًّۭا ﴿١٩﴾

Gij verzwelgt de erfenis der zwakken met eene blinde begeerigheid.

وَتُحِبُّونَ ٱلْمَالَ حُبًّۭا جَمًّۭا ﴿٢٠﴾

En gij bemint de rijkdommen op onbegrensde wijze. (Gij zult volstrekt niet zoo handelen).

كَلَّآ إِذَا دُكَّتِ ٱلْأَرْضُ دَكًّۭا دَكًّۭا ﴿٢١﴾

Als de aarde tot stof zal vermorzeld worden;

وَجَآءَ رَبُّكَ وَٱلْمَلَكُ صَفًّۭا صَفًّۭا ﴿٢٢﴾

Als uw Heer zal komen, en de engelen in gelederen geschaard zullen zijn;

وَجِا۟ىٓءَ يَوْمَئِذٍۭ بِجَهَنَّمَ ۚ يَوْمَئِذٍۢ يَتَذَكَّرُ ٱلْإِنسَـٰنُ وَأَنَّىٰ لَهُ ٱلذِّكْرَىٰ ﴿٢٣﴾

Als de hel op dien dag naderbij gebracht zal worden: op dien dag zal de mensch zich zijne slechte daden herinneren; maar hoe zou die herinnering hem kunnen baten?

Pagina 594
Hizb 60
سورة الفجر
Djoez 30 61.0% (344/564)
Hizb 60 23.6% (68/288)

يَقُولُ يَـٰلَيْتَنِى قَدَّمْتُ لِحَيَاتِى ﴿٢٤﴾

Hij zal zeggen: Gave God, dat ik vroeger gedurende mijn leeftijd goede daden had verricht!

فَيَوْمَئِذٍۢ لَّا يُعَذِّبُ عَذَابَهُۥٓ أَحَدٌۭ ﴿٢٥﴾

Op dien dag zal niemand zooals God kunnen straffen.

وَلَا يُوثِقُ وَثَاقَهُۥٓ أَحَدٌۭ ﴿٢٦﴾

Noch iemand in staat zijn te binden zoo als God.

يَـٰٓأَيَّتُهَا ٱلنَّفْسُ ٱلْمُطْمَئِنَّةُ ﴿٢٧﴾

O gij, ziel die rust!

ٱرْجِعِىٓ إِلَىٰ رَبِّكِ رَاضِيَةًۭ مَّرْضِيَّةًۭ ﴿٢٨﴾

Keer, voldaan met uwe belooning, en voldaan met God, tot uwen Heer terug.

فَٱدْخُلِى فِى عِبَـٰدِى ﴿٢٩﴾

Treed bij het aantal mijner dienaren binnen.

وَٱدْخُلِى جَنَّتِى ﴿٣٠﴾

En betreed mijn paradijs.

لَآ أُقْسِمُ بِهَـٰذَا ٱلْبَلَدِ ﴿١﴾

Ik zweer bij dit grondgebied,

وَأَنتَ حِلٌّۢ بِهَـٰذَا ٱلْبَلَدِ ﴿٢﴾

En gij, o profeet! houd verblijf in dit grondgebied;

وَوَالِدٍۢ وَمَا وَلَدَ ﴿٣﴾

En bij den vader, en bij het kind;

لَقَدْ خَلَقْنَا ٱلْإِنسَـٰنَ فِى كَبَدٍ ﴿٤﴾

Waarlijk, wij hebben den mensch in ellende geschapen.

أَيَحْسَبُ أَن لَّن يَقْدِرَ عَلَيْهِ أَحَدٌۭ ﴿٥﴾

Denkt hij, dat niemand sterker is dan hij.

يَقُولُ أَهْلَكْتُ مَالًۭا لُّبَدًا ﴿٦﴾

Hij zegt: ik heb groote rijkdommen verteerd!

أَيَحْسَبُ أَن لَّمْ يَرَهُۥٓ أَحَدٌ ﴿٧﴾

Denkt hij, dat hem niemand ziet.

أَلَمْ نَجْعَل لَّهُۥ عَيْنَيْنِ ﴿٨﴾

Hebben wij hem niet twee oogen gegeven.

وَلِسَانًۭا وَشَفَتَيْنِ ﴿٩﴾

En eene tong en twee lippen.

وَهَدَيْنَـٰهُ ٱلنَّجْدَيْنِ ﴿١٠﴾

En hebben wij hem niet de twee groote wegen, des goeds en des kwaads vertoond?

فَلَا ٱقْتَحَمَ ٱلْعَقَبَةَ ﴿١١﴾

En nog is hij de helling niet afgedaald.

وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا ٱلْعَقَبَةُ ﴿١٢﴾

Wat zal u doen begrijpen wat de helling is?

فَكُّ رَقَبَةٍ ﴿١٣﴾

Het is: den balling te bevrijden.

أَوْ إِطْعَـٰمٌۭ فِى يَوْمٍۢ ذِى مَسْغَبَةٍۢ ﴿١٤﴾

Of te voeden in de dagen van hongersnood.

يَتِيمًۭا ذَا مَقْرَبَةٍ ﴿١٥﴾

Den wees, die ons verwant is.

أَوْ مِسْكِينًۭا ذَا مَتْرَبَةٍۢ ﴿١٦﴾

Of den armen man, die op den grond ligt.

ثُمَّ كَانَ مِنَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَتَوَاصَوْا۟ بِٱلصَّبْرِ وَتَوَاصَوْا۟ بِٱلْمَرْحَمَةِ ﴿١٧﴾

Wie dit doet en tot hen behoort die gelooven, en ieder ander volharding en mededoogen aanbevelen,

أُو۟لَـٰٓئِكَ أَصْحَـٰبُ ٱلْمَيْمَنَةِ ﴿١٨﴾

Dezen zullen de makkers der rechterhand wezen.

وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَـٰتِنَا هُمْ أَصْحَـٰبُ ٱلْمَشْـَٔمَةِ ﴿١٩﴾

Maar zij, die omtrent onze teekenen ongeloovig zullen zijn, dezen zullen de makkers der linkerhand wezen.

عَلَيْهِمْ نَارٌۭ مُّؤْصَدَةٌۢ ﴿٢٠﴾

Boven hen zal zich het vuur uitstrekken.

Pagina 595
Hizb 60
سورة الشمس
Djoez 30 65.8% (371/564)
Hizb 60 33.0% (95/288)

وَٱلشَّمْسِ وَضُحَىٰهَا ﴿١﴾

Ik zweer bij de zon en haren opgaanden glans,

وَٱلْقَمَرِ إِذَا تَلَىٰهَا ﴿٢﴾

Bij de maan, als zij deze volgt,

وَٱلنَّهَارِ إِذَا جَلَّىٰهَا ﴿٣﴾

Bij den dag, als hij zijn glans vertoont,

وَٱلَّيْلِ إِذَا يَغْشَىٰهَا ﴿٤﴾

Bij den nacht, als die alles met duisternis bedekt;

وَٱلسَّمَآءِ وَمَا بَنَىٰهَا ﴿٥﴾

Bij den hemel en bij Hem, die dien heeft gebouwd,

وَٱلْأَرْضِ وَمَا طَحَىٰهَا ﴿٦﴾

Bij de aarde en bij Hem die haar uitspreidde,

وَنَفْسٍۢ وَمَا سَوَّىٰهَا ﴿٧﴾

Bij de ziel en bij Hem die haar volkomen vormde,

فَأَلْهَمَهَا فُجُورَهَا وَتَقْوَىٰهَا ﴿٨﴾

En haar het vermogen van onderscheiding ingaf, en de macht, tusschen zonde en godsvrucht te kiezen.

قَدْ أَفْلَحَ مَن زَكَّىٰهَا ﴿٩﴾

Hij die haar zuiver bewaart, is gelukkig:

وَقَدْ خَابَ مَن دَسَّىٰهَا ﴿١٠﴾

Maar hij die haar heeft verdorven, is ellendig.

كَذَّبَتْ ثَمُودُ بِطَغْوَىٰهَآ ﴿١١﴾

Thamoed beschuldigde hunnen profeet Saleh van bedrog, door de groote mate hunner zonden.

إِذِ ٱنۢبَعَثَ أَشْقَىٰهَا ﴿١٢﴾

Toen de meest verdorvene onder hen werd gezonden, om den wijfjes-kameel te dooden.

فَقَالَ لَهُمْ رَسُولُ ٱللَّهِ نَاقَةَ ٱللَّهِ وَسُقْيَـٰهَا ﴿١٣﴾

En Gods gezant tot hen zeide: Laat Gods (wijfjes-)kameel met vrede en verhindert haar niet te drinken.

فَكَذَّبُوهُ فَعَقَرُوهَا فَدَمْدَمَ عَلَيْهِمْ رَبُّهُم بِذَنۢبِهِمْ فَسَوَّىٰهَا ﴿١٤﴾

Maar zij beschuldigden hem van bedrog, en doodden het dier. Daarom verdelgde hun Heer hen, om hunne misdaad, en hij maakte hunne straf voor hen allen gelijk,

وَلَا يَخَافُ عُقْبَـٰهَا ﴿١٥﴾

En hij vreest daarvan de gevolgen niet.

وَٱلَّيْلِ إِذَا يَغْشَىٰ ﴿١﴾

Ik zweer bij den nacht, als die alle dingen met duisternis bedekt.

وَٱلنَّهَارِ إِذَا تَجَلَّىٰ ﴿٢﴾

Bij den dag als die met glans schittert;

وَمَا خَلَقَ ٱلذَّكَرَ وَٱلْأُنثَىٰٓ ﴿٣﴾

Bij Hem, die het mannelijke en het vrouwelijke schepsel heeft geschapen.

إِنَّ سَعْيَكُمْ لَشَتَّىٰ ﴿٤﴾

Waarlijk, uwe pogingen hebben verschillende doeleinden.

فَأَمَّا مَنْ أَعْطَىٰ وَٱتَّقَىٰ ﴿٥﴾

Maar hem, die gehoorzaam is en God vreest,

وَصَدَّقَ بِٱلْحُسْنَىٰ ﴿٦﴾

En de waarheid van het geloof belijdt, dat het uitnemendst is.

فَسَنُيَسِّرُهُۥ لِلْيُسْرَىٰ ﴿٧﴾

Dien zullen wij den weg des geluks gemakkelijk maken.

وَأَمَّا مَنۢ بَخِلَ وَٱسْتَغْنَىٰ ﴿٨﴾

Maar hem, die gierig zal wezen, en zich om niets dan deze wereld bekommert,

وَكَذَّبَ بِٱلْحُسْنَىٰ ﴿٩﴾

En de waarheid zal loochenen van datgene, wat het uitnemendst is.

فَسَنُيَسِّرُهُۥ لِلْعُسْرَىٰ ﴿١٠﴾

Dien zulle wij den weg tot de ellende vergemakkelijken.

وَمَا يُغْنِى عَنْهُ مَالُهُۥٓ إِذَا تَرَدَّىٰٓ ﴿١١﴾

En zijne rijkdommen zullen hem niet baten, als hij, het onderst boven, in de hel zal vallen.

إِنَّ عَلَيْنَا لَلْهُدَىٰ ﴿١٢﴾

Waarlijk, ons behoort de leiding van den mensch.

وَإِنَّ لَنَا لَلْـَٔاخِرَةَ وَٱلْأُولَىٰ ﴿١٣﴾

Ons is het tegenwoordige en het volgende leven.

فَأَنذَرْتُكُمْ نَارًۭا تَلَظَّىٰ ﴿١٤﴾

Daarom bedreig ik u met het vreeselijk brandend vuur.

Pagina 596
Hizb 60
سورة الليل
Djoez 30 70.9% (400/564)
Hizb 60 43.1% (124/288)

لَا يَصْلَىٰهَآ إِلَّا ٱلْأَشْقَى ﴿١٥﴾

Waarin niemand zal worden geworpen om verbrand te worden, behalve de meest verdorvenen.

ٱلَّذِى كَذَّبَ وَتَوَلَّىٰ ﴿١٦﴾

Die niet geloofd en zich afgewend zullen hebben.

وَسَيُجَنَّبُهَا ٱلْأَتْقَى ﴿١٧﴾

Maar hij die zich gestreng (voor afgoderij en weêrspannigheid) in acht neemt, dien zullen wij ver van daar voeren:

ٱلَّذِى يُؤْتِى مَالَهُۥ يَتَزَكَّىٰ ﴿١٨﴾

Die zijn vermogen aan aalmoezen besteedt, om zich meer te zuiveren,

وَمَا لِأَحَدٍ عِندَهُۥ مِن نِّعْمَةٍۢ تُجْزَىٰٓ ﴿١٩﴾

En niet opdat hem zijne weldaden zullen worden beloond.

إِلَّا ٱبْتِغَآءَ وَجْهِ رَبِّهِ ٱلْأَعْلَىٰ ﴿٢٠﴾

Maar die zijn vermogen voor de zaak van zijn Heer, den Verhevenste besteedt.

وَلَسَوْفَ يَرْضَىٰ ﴿٢١﴾

En hierna zal hij gewis voldaan zijn met zijne belooning.

وَٱلضُّحَىٰ ﴿١﴾

Ik zweer bij den glans van den ochtend.

وَٱلَّيْلِ إِذَا سَجَىٰ ﴿٢﴾

En bij den nacht als die duister wordt.

مَا وَدَّعَكَ رَبُّكَ وَمَا قَلَىٰ ﴿٣﴾

Uw Heer heeft u niet vergeten, en haat u niet.

وَلَلْـَٔاخِرَةُ خَيْرٌۭ لَّكَ مِنَ ٱلْأُولَىٰ ﴿٤﴾

Waarlijk het volgende leven zal beter dan dit tegenwoordige leven voor u wezen.

وَلَسَوْفَ يُعْطِيكَ رَبُّكَ فَتَرْضَىٰٓ ﴿٥﴾

Uw Heer zal u eene belooning geven, waarover gij wel voldaan zult zijn.

أَلَمْ يَجِدْكَ يَتِيمًۭا فَـَٔاوَىٰ ﴿٦﴾

Vond hij u niet als een wees, en heeft hij geene zorg voor u gedragen?

وَوَجَدَكَ ضَآلًّۭا فَهَدَىٰ ﴿٧﴾

En vond hij u niet dolende in dwaling, en heeft hij u niet de waarheid binnengeleid?

وَوَجَدَكَ عَآئِلًۭا فَأَغْنَىٰ ﴿٨﴾

En vond hij u niet nooddruftig, en heeft hij u niet verrijkt?

فَأَمَّا ٱلْيَتِيمَ فَلَا تَقْهَرْ ﴿٩﴾

Verdruk daarom den wees niet.

وَأَمَّا ٱلسَّآئِلَ فَلَا تَنْهَرْ ﴿١٠﴾

Noch verdrijf den bedelaar;

وَأَمَّا بِنِعْمَةِ رَبِّكَ فَحَدِّثْ ﴿١١﴾

Maar verklaar Gods goedheid.

أَلَمْ نَشْرَحْ لَكَ صَدْرَكَ ﴿١﴾

Hebben wij uwe borst niet geopend.

وَوَضَعْنَا عَنكَ وِزْرَكَ ﴿٢﴾

En u van uwen last bevrijd.

ٱلَّذِىٓ أَنقَضَ ظَهْرَكَ ﴿٣﴾

Die uwe schouders nederdrukte?

وَرَفَعْنَا لَكَ ذِكْرَكَ ﴿٤﴾

Hebben wij uwen naam niet verheven?

فَإِنَّ مَعَ ٱلْعُسْرِ يُسْرًا ﴿٥﴾

Maar naast den tegenspoed is het geluk.

إِنَّ مَعَ ٱلْعُسْرِ يُسْرًۭا ﴿٦﴾

Waarlijk, naast den tegenspoed is het geluk.

فَإِذَا فَرَغْتَ فَٱنصَبْ ﴿٧﴾

Als gij uwe prediking zult geëindigd hebben, arbeidt dan om God voor zijne gunsten te dienen.

وَإِلَىٰ رَبِّكَ فَٱرْغَب ﴿٨﴾

En richt uwe smeekingen tot uwen Heer.

Pagina 597
Hizb 60
سورة التين
Djoez 30 75.5% (426/564)
Hizb 60 52.1% (150/288)

وَٱلتِّينِ وَٱلزَّيْتُونِ ﴿١﴾

Ik zweer bij de vijgen den olijf,

وَطُورِ سِينِينَ ﴿٢﴾

En bij den berg Sinaï,

وَهَـٰذَا ٱلْبَلَدِ ٱلْأَمِينِ ﴿٣﴾

En bij dit grondgebied der zekerheid.

لَقَدْ خَلَقْنَا ٱلْإِنسَـٰنَ فِىٓ أَحْسَنِ تَقْوِيمٍۢ ﴿٤﴾

Waarlijk, wij hebben den mensch in den schoonsten vorm geschapen;

ثُمَّ رَدَدْنَـٰهُ أَسْفَلَ سَـٰفِلِينَ ﴿٥﴾

Daarna hebben wij hem tot den laagste der laagsten gemaakt.

إِلَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ فَلَهُمْ أَجْرٌ غَيْرُ مَمْنُونٍۢ ﴿٦﴾

Behalve degenen die gelooven en het goede doen; want deze zullen eene eindelooze belooning ontvangen.

فَمَا يُكَذِّبُكَ بَعْدُ بِٱلدِّينِ ﴿٧﴾

Wat zal u dus hierna den dag des oordeels doen loochenen?

أَلَيْسَ ٱللَّهُ بِأَحْكَمِ ٱلْحَـٰكِمِينَ ﴿٨﴾

Is God niet de wijste rechter.

ٱقْرَأْ بِٱسْمِ رَبِّكَ ٱلَّذِى خَلَقَ ﴿١﴾

Lees in naam van uwen Heer, die alle dingen heeft geschapen.

خَلَقَ ٱلْإِنسَـٰنَ مِنْ عَلَقٍ ﴿٢﴾

Die den mensch van gestold bloed schiep.

ٱقْرَأْ وَرَبُّكَ ٱلْأَكْرَمُ ﴿٣﴾

Lees; want uw Heer is de weldadigste;

ٱلَّذِى عَلَّمَ بِٱلْقَلَمِ ﴿٤﴾

Die (den mensch) het gebruik van de pen leerde;

عَلَّمَ ٱلْإِنسَـٰنَ مَا لَمْ يَعْلَمْ ﴿٥﴾

Die den mensch leerde, wat hij niet kende.

كَلَّآ إِنَّ ٱلْإِنسَـٰنَ لَيَطْغَىٰٓ ﴿٦﴾

Waarlijk. Maar de mensch wordt weêrspannig.

أَن رَّءَاهُ ٱسْتَغْنَىٰٓ ﴿٧﴾

Omdat hij ziet, dat hij overvloedige rijkdommen heeft.

إِنَّ إِلَىٰ رَبِّكَ ٱلرُّجْعَىٰٓ ﴿٨﴾

Waarlijk, tot uw Heer zal de terugkeer van alles zijn.

أَرَءَيْتَ ٱلَّذِى يَنْهَىٰ ﴿٩﴾

Wat denkt gij van hem, die verbiedt.

عَبْدًا إِذَا صَلَّىٰٓ ﴿١٠﴾

Onzen dienaar als hij bidt?

أَرَءَيْتَ إِن كَانَ عَلَى ٱلْهُدَىٰٓ ﴿١١﴾

Wat denkt gij, indien hij de ware richting zou volgen.

أَوْ أَمَرَ بِٱلتَّقْوَىٰٓ ﴿١٢﴾

Of vroomheid bevelen?

أَرَءَيْتَ إِن كَذَّبَ وَتَوَلَّىٰٓ ﴿١٣﴾

Wat denkt gij, indien hij de goddelijke openbaringen van valschheid beschuldigt, en zijn rug toewendt?

أَلَمْ يَعْلَم بِأَنَّ ٱللَّهَ يَرَىٰ ﴿١٤﴾

Weet hij niet, dat God het ziet?

كَلَّا لَئِن لَّمْ يَنتَهِ لَنَسْفَعًۢا بِٱلنَّاصِيَةِ ﴿١٥﴾

Ja, waarlijk indien hij niet ophoudt, zullen wij hem bij de haren van zijn voorhoofd grijpen,

نَاصِيَةٍۢ كَـٰذِبَةٍ خَاطِئَةٍۢ ﴿١٦﴾

Van zijn leugenachtig en zondig voorhoofd.

فَلْيَدْعُ نَادِيَهُۥ ﴿١٧﴾

En laat hem zijn raad te zijner hulpe roepen.

سَنَدْعُ ٱلزَّبَانِيَةَ ﴿١٨﴾

Ook wij zullen de helsche wachten roepen, om hem in de hel te werpen.

كَلَّا لَا تُطِعْهُ وَٱسْجُدْ وَٱقْتَرِب ۩ ﴿١٩﴾

Waarlijk, gehoorzaam hem niet, maar ga voort God te aanbidden, en tracht hem te naderen.

Pagina 598
Hizb 60
سورة القدر
Djoez 30 80.3% (453/564)
Hizb 60 61.5% (177/288)

إِنَّآ أَنزَلْنَـٰهُ فِى لَيْلَةِ ٱلْقَدْرِ ﴿١﴾

Waarlijk, wij hebben den Koran in den nacht van al Kadr nedergezonden.

وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا لَيْلَةُ ٱلْقَدْرِ ﴿٢﴾

En wat zal u doen begrijpen, hoe uitstekend de nacht van al Kadr is?

لَيْلَةُ ٱلْقَدْرِ خَيْرٌۭ مِّنْ أَلْفِ شَهْرٍۢ ﴿٣﴾

Beter dan duizend maanden.

تَنَزَّلُ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ وَٱلرُّوحُ فِيهَا بِإِذْنِ رَبِّهِم مِّن كُلِّ أَمْرٍۢ ﴿٤﴾

In dien nacht dalen de engelen en de geest Gabriëls door Gods bevel neder, met Zijne besluiten omtrent alles.

سَلَـٰمٌ هِىَ حَتَّىٰ مَطْلَعِ ٱلْفَجْرِ ﴿٥﴾

Het is vrede, tot het rijzen van den dageraad.

لَمْ يَكُنِ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ مِنْ أَهْلِ ٱلْكِتَـٰبِ وَٱلْمُشْرِكِينَ مُنفَكِّينَ حَتَّىٰ تَأْتِيَهُمُ ٱلْبَيِّنَةُ ﴿١﴾

De ongeloovigen onder hen, aan wie de schriften werden gegeven en onder de afgodendienaars wankelden niet, dan nadat het duidelijke teeken tot hen was gekomen;

رَسُولٌۭ مِّنَ ٱللَّهِ يَتْلُوا۟ صُحُفًۭا مُّطَهَّرَةًۭ ﴿٢﴾

Een zendeling van God, die hun zuivere boeken der openbaring voorlas,

فِيهَا كُتُبٌۭ قَيِّمَةٌۭ ﴿٣﴾

Waarin rechtvaardige gesprekken zijn bevat.

وَمَا تَفَرَّقَ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَـٰبَ إِلَّا مِنۢ بَعْدِ مَا جَآءَتْهُمُ ٱلْبَيِّنَةُ ﴿٤﴾

Nimmer waren zij, aan welke de schriften werden gegeven, onder elkander verdeeld, dan nadat het duidelijke teeken tot hen was gekomen.

وَمَآ أُمِرُوٓا۟ إِلَّا لِيَعْبُدُوا۟ ٱللَّهَ مُخْلِصِينَ لَهُ ٱلدِّينَ حُنَفَآءَ وَيُقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَيُؤْتُوا۟ ٱلزَّكَوٰةَ ۚ وَذَٰلِكَ دِينُ ٱلْقَيِّمَةِ ﴿٥﴾

En in de schriften werd hun niets anders bevolen dan God te aanbidden, Hem den zuiveren godsdienst te wijden en vroom te zijn, en standvastig in het gebed te wezen en aalmoezen te geven; en dit is de ware godsdienst.

إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ مِنْ أَهْلِ ٱلْكِتَـٰبِ وَٱلْمُشْرِكِينَ فِى نَارِ جَهَنَّمَ خَـٰلِدِينَ فِيهَآ ۚ أُو۟لَـٰٓئِكَ هُمْ شَرُّ ٱلْبَرِيَّةِ ﴿٦﴾

Waarlijk, zij die niet gelooven, onder hen die de schriften hebben ontvangen en onder de afgodendienaars, zullen in het vuur der hel geworpen worden, om daarin voor eeuwig te verblijven. Deze zijn de slechtste van alle schepselen,

إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ أُو۟لَـٰٓئِكَ هُمْ خَيْرُ ٱلْبَرِيَّةِ ﴿٧﴾

Maar zij die gelooven en goede werken doen, dit zijn de beste van alle schepselen.

Pagina 599
Hizb 60
سورة البينة
Djoez 30 82.4% (465/564)
Hizb 60 65.6% (189/288)

جَزَآؤُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ جَنَّـٰتُ عَدْنٍۢ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَـٰرُ خَـٰلِدِينَ فِيهَآ أَبَدًۭا ۖ رَّضِىَ ٱللَّهُ عَنْهُمْ وَرَضُوا۟ عَنْهُ ۚ ذَٰلِكَ لِمَنْ خَشِىَ رَبَّهُۥ ﴿٨﴾

Hunne belooning met hunnen Heer bestaat in tuinen van eeuwig verblijf met rivieren doorsneden. Eeuwig zullen zij daarin verblijven. God zal voldaan over hen wezen, en zij zullen voldaan zijn over Hem. Dit is gereed gemaakt voor hem, die zijn Heer vreest.

إِذَا زُلْزِلَتِ ٱلْأَرْضُ زِلْزَالَهَا ﴿١﴾

Als de aarde door een aardbeving zal geschud worden,

وَأَخْرَجَتِ ٱلْأَرْضُ أَثْقَالَهَا ﴿٢﴾

En de aarde haren last zal wegwerpen.

وَقَالَ ٱلْإِنسَـٰنُ مَا لَهَا ﴿٣﴾

En de mensch zal zeggen: Wat schort haar?

يَوْمَئِذٍۢ تُحَدِّثُ أَخْبَارَهَا ﴿٤﴾

Op dien dag zal zij hare tijdingen verklaren.

بِأَنَّ رَبَّكَ أَوْحَىٰ لَهَا ﴿٥﴾

Volgens hetgeen uw Heer haar zal ingeven.

يَوْمَئِذٍۢ يَصْدُرُ ٱلنَّاسُ أَشْتَاتًۭا لِّيُرَوْا۟ أَعْمَـٰلَهُمْ ﴿٦﴾

Op dien dag zullen de menschen in onderscheiden klassen voorwaarts gaan, om hunne werken te aanschouwen.

فَمَن يَعْمَلْ مِثْقَالَ ذَرَّةٍ خَيْرًۭا يَرَهُۥ ﴿٧﴾

En wie slechts goed zal gedaan hebben, ter zwaarte van een atoom, zal dat aanschouwen.

وَمَن يَعْمَلْ مِثْقَالَ ذَرَّةٍۢ شَرًّۭا يَرَهُۥ ﴿٨﴾

En wie slechts kwaad zal gedaan hebben ter zwaarte van een atoom, zal dat aanschouwen.

وَٱلْعَـٰدِيَـٰتِ ضَبْحًۭا ﴿١﴾

Ik zweer bij de oorlogspaarden, die snel en hoorbaar hijgend ten strijd draven.

فَٱلْمُورِيَـٰتِ قَدْحًۭا ﴿٢﴾

En bij de oorlogspaarden die vuur slaan door het aanraken (der steenen met hunne hoeven);

فَٱلْمُغِيرَٰتِ صُبْحًۭا ﴿٣﴾

Bij hen die plotseling en vroeg in den ochtend, een inval bij den vijand doen,

فَأَثَرْنَ بِهِۦ نَقْعًۭا ﴿٤﴾

Daar het stof doen oprijzen,

فَوَسَطْنَ بِهِۦ جَمْعًا ﴿٥﴾

En zich door het midden der vijandelijke troepen een weg banen;

إِنَّ ٱلْإِنسَـٰنَ لِرَبِّهِۦ لَكَنُودٌۭ ﴿٦﴾

Waarlijk, de mensch is ondankbaar jegens zijn Heer;

وَإِنَّهُۥ عَلَىٰ ذَٰلِكَ لَشَهِيدٌۭ ﴿٧﴾

En hij is getuige daarvan;

وَإِنَّهُۥ لِحُبِّ ٱلْخَيْرِ لَشَدِيدٌ ﴿٨﴾

En hij is ontembaar in zijne liefde voor het wereldsche goed.

۞ أَفَلَا يَعْلَمُ إِذَا بُعْثِرَ مَا فِى ٱلْقُبُورِ ﴿٩﴾

Weet hij dan niet dat hetgene zich in de graven bevindt, weder zal oprijzen,

Pagina 600
Hizb 60
سورة العاديات
Djoez 30 85.6% (483/564)
Hizb 60 71.9% (207/288)

وَحُصِّلَ مَا فِى ٱلصُّدُورِ ﴿١٠﴾

En dat hetgene zich in de borst der menschen bevindt, aan het licht gebracht zal worden,

إِنَّ رَبَّهُم بِهِمْ يَوْمَئِذٍۢ لَّخَبِيرٌۢ ﴿١١﴾

En dat hun Heer volkomen onderricht omtrent hem zal zijn?

ٱلْقَارِعَةُ ﴿١﴾

De slag.

مَا ٱلْقَارِعَةُ ﴿٢﴾

Wat is de slag?

وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا ٱلْقَارِعَةُ ﴿٣﴾

En wat zal u doen begrijpen, hoe vreeselijk de slag zal wezen?

يَوْمَ يَكُونُ ٱلنَّاسُ كَٱلْفَرَاشِ ٱلْمَبْثُوثِ ﴿٤﴾

Op dien dag zullen de menschen als kapellen verspreid zijn,

وَتَكُونُ ٱلْجِبَالُ كَٱلْعِهْنِ ٱلْمَنفُوشِ ﴿٥﴾

En de bergen zullen als gekamde wol van verschillende kleuren worden, die door den wind is voortgedreven;

فَأَمَّا مَن ثَقُلَتْ مَوَٰزِينُهُۥ ﴿٦﴾

Maar hij, wiens weegschaal met goede werken zal bezwaard wezen,

فَهُوَ فِى عِيشَةٍۢ رَّاضِيَةٍۢ ﴿٧﴾

Zal een behagelijk leven leiden.

وَأَمَّا مَنْ خَفَّتْ مَوَٰزِينُهُۥ ﴿٨﴾

Doch hij wiens weegschaal licht zal zijn,

فَأُمُّهُۥ هَاوِيَةٌۭ ﴿٩﴾

Diens woning zal de kuil der hel wezen.

وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا هِيَهْ ﴿١٠﴾

Wat zal u doen begrijpen, hoe vreeselijk de kuil der hel is?

نَارٌ حَامِيَةٌۢ ﴿١١﴾

Het is een brandend vuur.

أَلْهَىٰكُمُ ٱلتَّكَاثُرُ ﴿١﴾

De naijverige begeerte, rijkdommen en kinderen te vermeerderen, houdt u bezig

حَتَّىٰ زُرْتُمُ ٱلْمَقَابِرَ ﴿٢﴾

Tot gij in het graf nederdaalt.

كَلَّا سَوْفَ تَعْلَمُونَ ﴿٣﴾

(Gij zult uwen tijd) volstrekt niet (aldus gebruiken); Hiernamaals zult gij uwe dwaasheid kennen.

ثُمَّ كَلَّا سَوْفَ تَعْلَمُونَ ﴿٤﴾

Nogmaals, volstrekt niet: hiernamaals zult gij uwe dwaasheid kennen.

كَلَّا لَوْ تَعْلَمُونَ عِلْمَ ٱلْيَقِينِ ﴿٥﴾

Volstrekt niet. Indien gij het gevolg hiervan met zekerheid kendet, zoudt gij niet aldus handelen.

لَتَرَوُنَّ ٱلْجَحِيمَ ﴿٦﴾

Waarlijk, gij zult de hel zien.

ثُمَّ لَتَرَوُنَّهَا عَيْنَ ٱلْيَقِينِ ﴿٧﴾

Nogmaals; gij zult die zekerlijk met het oog der zekerheid zien.

ثُمَّ لَتُسْـَٔلُنَّ يَوْمَئِذٍ عَنِ ٱلنَّعِيمِ ﴿٨﴾

Dan zult gij op dien dag ondervraagd worden, nopens de uitspanningen waarmede gij u in dit leven hebt vermaakt.

Pagina 601
Hizb 60
سورة العصر
Djoez 30 89.4% (504/564)
Hizb 60 79.2% (228/288)

وَٱلْعَصْرِ ﴿١﴾

Ik zweer bij den namiddag.

إِنَّ ٱلْإِنسَـٰنَ لَفِى خُسْرٍ ﴿٢﴾

Waarlijk, de mensch bewerkt zijn verderf.

إِلَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ وَتَوَاصَوْا۟ بِٱلْحَقِّ وَتَوَاصَوْا۟ بِٱلصَّبْرِ ﴿٣﴾

Behalve zij die gelooven en doen wat rechtvaardig is, en wederkeerig de waarheid aanbevelen en elkander wederkeerig tot volharding aansporen.

وَيْلٌۭ لِّكُلِّ هُمَزَةٍۢ لُّمَزَةٍ ﴿١﴾

Wee over iederen lasteraar en leugenaar,

ٱلَّذِى جَمَعَ مَالًۭا وَعَدَّدَهُۥ ﴿٢﴾

Die rijkdommen opstapelt, en deze voor de toekomst bewaart.

يَحْسَبُ أَنَّ مَالَهُۥٓ أَخْلَدَهُۥ ﴿٣﴾

Hij denkt dat zijne rijkdommen hem onsterfelijk maken.

كَلَّا ۖ لَيُنۢبَذَنَّ فِى ٱلْحُطَمَةِ ﴿٤﴾

Volstrekt niet. Hij zal zekerlijk in Al-Hotama geworpen worden.

وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا ٱلْحُطَمَةُ ﴿٥﴾

En wie zal u doen begrijpen wat Al-Hotama is?

نَارُ ٱللَّهِ ٱلْمُوقَدَةُ ﴿٦﴾

Het is het aangestoken vuur van God,

ٱلَّتِى تَطَّلِعُ عَلَى ٱلْأَفْـِٔدَةِ ﴿٧﴾

Dat boven de harten zal opstijgen van hen (die er in geworpen zullen worden).

إِنَّهَا عَلَيْهِم مُّؤْصَدَةٌۭ ﴿٨﴾

Waarlijk, het zal als een gewelfd dak wezen.

فِى عَمَدٍۢ مُّمَدَّدَةٍۭ ﴿٩﴾

Dat, gesteund door groote kolommen, boven hen zal zijn.

أَلَمْ تَرَ كَيْفَ فَعَلَ رَبُّكَ بِأَصْحَـٰبِ ٱلْفِيلِ ﴿١﴾

Hebt gij gezien, hoe uw Heer met de meesters van den olifant handelt?

أَلَمْ يَجْعَلْ كَيْدَهُمْ فِى تَضْلِيلٍۢ ﴿٢﴾

Heeft hij hunne verraderlijke plannen niet doen strekken om hen in dwaling te leiden,

وَأَرْسَلَ عَلَيْهِمْ طَيْرًا أَبَابِيلَ ﴿٣﴾

En troepen vogels (Ababils) tegen hen te zenden,

تَرْمِيهِم بِحِجَارَةٍۢ مِّن سِجِّيلٍۢ ﴿٤﴾

Die steenen van gebakken klei op hen nederwierpen,

فَجَعَلَهُمْ كَعَصْفٍۢ مَّأْكُولٍۭ ﴿٥﴾

En hen het aanzien gaven van de bladeren van het koren, dat door het vee was afgegeten?

Pagina 602
Hizb 60
سورة قريش
Djoez 30 92.4% (521/564)
Hizb 60 85.1% (245/288)

لِإِيلَـٰفِ قُرَيْشٍ ﴿١﴾

Ter vereeniging van den stam der Koreïshieten;

إِۦلَـٰفِهِمْ رِحْلَةَ ٱلشِّتَآءِ وَٱلصَّيْفِ ﴿٢﴾

Te hunner vereeniging, om de karavaan van kooplieden in den winter en den zomer weg te zenden!

فَلْيَعْبُدُوا۟ رَبَّ هَـٰذَا ٱلْبَيْتِ ﴿٣﴾

Laten zij den Heer van dit huis dienen,

ٱلَّذِىٓ أَطْعَمَهُم مِّن جُوعٍۢ وَءَامَنَهُم مِّنْ خَوْفٍۭ ﴿٤﴾

Die hen van voedsel tegen den honger voorziet. En hen tegen vrees heeft verzekerd.

أَرَءَيْتَ ٱلَّذِى يُكَذِّبُ بِٱلدِّينِ ﴿١﴾

Wat dunkt u van hem, die het toekomstige oordeel als eene valschheid loochent?

فَذَٰلِكَ ٱلَّذِى يَدُعُّ ٱلْيَتِيمَ ﴿٢﴾

Het is degeen, die den wees verstoot.

وَلَا يَحُضُّ عَلَىٰ طَعَامِ ٱلْمِسْكِينِ ﴿٣﴾

En anderen niet aanspoort den arme te voeden.

فَوَيْلٌۭ لِّلْمُصَلِّينَ ﴿٤﴾

Wee over hen, die bidden,

ٱلَّذِينَ هُمْ عَن صَلَاتِهِمْ سَاهُونَ ﴿٥﴾

Maar die achteloos in hun gebed zijn;

ٱلَّذِينَ هُمْ يُرَآءُونَ ﴿٦﴾

Die de huichelaars spelen.

وَيَمْنَعُونَ ٱلْمَاعُونَ ﴿٧﴾

En (den behoeftige) de noodige aalmoes (gereedschappen) onthouden.

إِنَّآ أَعْطَيْنَـٰكَ ٱلْكَوْثَرَ ﴿١﴾

Waarlijk, wij hebben u al Kauther gegeven.

فَصَلِّ لِرَبِّكَ وَٱنْحَرْ ﴿٢﴾

Bid tot uwen Heer, en dood de slachtoffers.

إِنَّ شَانِئَكَ هُوَ ٱلْأَبْتَرُ ﴿٣﴾

Waarlijk, hij die u haat, zal kinderloos wezen.

Pagina 603
Hizb 60
سورة الكافرون
Djoez 30 94.9% (535/564)
Hizb 60 89.9% (259/288)

قُلْ يَـٰٓأَيُّهَا ٱلْكَـٰفِرُونَ ﴿١﴾

Zeg: O ongeloovigen!

لَآ أَعْبُدُ مَا تَعْبُدُونَ ﴿٢﴾

Ik zal niet aanbidden wat gij aanbidt,

وَلَآ أَنتُمْ عَـٰبِدُونَ مَآ أَعْبُدُ ﴿٣﴾

Noch zult gij aanbidden wat ik aanbid.

وَلَآ أَنَا۠ عَابِدٌۭ مَّا عَبَدتُّمْ ﴿٤﴾

Ik aanbid geenzins wat gij aanbidt.

وَلَآ أَنتُمْ عَـٰبِدُونَ مَآ أَعْبُدُ ﴿٥﴾

Gij aanbidt niet wat ik aanbid.

لَكُمْ دِينُكُمْ وَلِىَ دِينِ ﴿٦﴾

Gij hebt uw Godsdienst, en ik heb mijn godsdienst.

إِذَا جَآءَ نَصْرُ ٱللَّهِ وَٱلْفَتْحُ ﴿١﴾

Als de hulp van God zal komen en de overwinning,

وَرَأَيْتَ ٱلنَّاسَ يَدْخُلُونَ فِى دِينِ ٱللَّهِ أَفْوَاجًۭا ﴿٢﴾

En gij het volk tot Gods eeredienst bij scharen zult zien binnengaan.

فَسَبِّحْ بِحَمْدِ رَبِّكَ وَٱسْتَغْفِرْهُ ۚ إِنَّهُۥ كَانَ تَوَّابًۢا ﴿٣﴾

Verkondig den lof van uwen Heer en vraag vergiffenis van hem; want hij is vergevensgezind.

تَبَّتْ يَدَآ أَبِى لَهَبٍۢ وَتَبَّ ﴿١﴾

De handen van Aboe Lahab zullen ten verderve gaan, en hij zelf verdorven worden.

مَآ أَغْنَىٰ عَنْهُ مَالُهُۥ وَمَا كَسَبَ ﴿٢﴾

Zijne rijkdommen zullen hem van geen voordeel zijn, noch datgene wat hij heeft gewonnen.

سَيَصْلَىٰ نَارًۭا ذَاتَ لَهَبٍۢ ﴿٣﴾

Hij zal heengaan om in het vuur verbrand te worden.

وَٱمْرَأَتُهُۥ حَمَّالَةَ ٱلْحَطَبِ ﴿٤﴾

Als ook zijne vrouw, die hout draagt.

فِى جِيدِهَا حَبْلٌۭ مِّن مَّسَدٍۭ ﴿٥﴾

Terwijl zij om haren hals eene koord van geweven vezelen van den palmboom heeft.

Pagina 604
Hizb 60
سورة الإخلاص
Djoez 30 97.3% (549/564)
Hizb 60 94.8% (273/288)

قُلْ هُوَ ٱللَّهُ أَحَدٌ ﴿١﴾

Zeg: God is een eenig God.

ٱللَّهُ ٱلصَّمَدُ ﴿٢﴾

De eeuwige God.

لَمْ يَلِدْ وَلَمْ يُولَدْ ﴿٣﴾

Hij baarde niet, en werd niet gebaard.

وَلَمْ يَكُن لَّهُۥ كُفُوًا أَحَدٌۢ ﴿٤﴾

En niemand is Hem in eenig opzicht gelijk.

قُلْ أَعُوذُ بِرَبِّ ٱلْفَلَقِ ﴿١﴾

Zeg: Ik zoek mijn toevlucht bij den Heer van den dageraad,

مِن شَرِّ مَا خَلَقَ ﴿٢﴾

Opdat hij mij moge bevrijden van de boosheid der schepselen, welke hij heeft geschapen.

وَمِن شَرِّ غَاسِقٍ إِذَا وَقَبَ ﴿٣﴾

En van het kwaad des nachts, als die invalt.

وَمِن شَرِّ ٱلنَّفَّـٰثَـٰتِ فِى ٱلْعُقَدِ ﴿٤﴾

En van het kwaad der vrouwen die op knoopen blazen,

وَمِن شَرِّ حَاسِدٍ إِذَا حَسَدَ ﴿٥﴾

En van het kwaad van den benijder, als hij ons benijdt.

قُلْ أَعُوذُ بِرَبِّ ٱلنَّاسِ ﴿١﴾

Zeg: Ik zoek mijne toevlucht bij den Heer der menschen,

مَلِكِ ٱلنَّاسِ ﴿٢﴾

Den Koning der menschen,

إِلَـٰهِ ٱلنَّاسِ ﴿٣﴾

Den God der menschen;

مِن شَرِّ ٱلْوَسْوَاسِ ٱلْخَنَّاسِ ﴿٤﴾

Dat hij mij bevrijde van de boosheid van den luisteraar, die snoode gedachten inblaast en zich dan verborgen terugtrekt.

ٱلَّذِى يُوَسْوِسُ فِى صُدُورِ ٱلنَّاسِ ﴿٥﴾

Die kwaade ingevingen der menschen aan de harten toefluistert.

مِنَ ٱلْجِنَّةِ وَٱلنَّاسِ ﴿٦﴾

Tegen de geniussen en de menschen.

بسم الله الرحمن الرحيم vr 24 Moeharram
الجمعة 24 محرّم
هلال متناقص Afnemende Maan Dag 25.1 / 29.5
Verlichting 21%
Nieuwe maan over 4 dagen
اللهم صل على محمد O Allah, zegen Mohammed