Profeet Isa ibn Maryam

Accueil > Récits des prophètes > Isa ibn Maryam

Het verhaal van Isa ibn Maryam in de Koran en de traditie: zijn geboorte, zijn wonderen, de verheffing naar de hemel en de weerlegging van Joden en christenen.

Bijgewerkt op 05 november 2026 om 14h35

📖 164 min leestijd
Isa ibn Maryam Profeet Isa ibn Maryam Profeet Isa ibn Maryam - Het verhaal van Isa ibn Maryam Het verhaal van Isa ibn Maryam in de Koran en de traditie: zijn geboorte, zijn wonderen, de verheffing naar de hemel en de weerlegging van Joden en christenen.

Verhaal van Isa ibn Maryam, over hem de beste gebeden en het heil.

Allah de Verhevene heeft gezegd in soera Al 'Imran, waarvan het begin werd geopenbaard, en het zijn 83 verzen van haar, als antwoord op de christenen, over hen de vloek van Allah, die beweren dat Allah een kind heeft; Allah zij zeer ver boven wat zij zeggen, zeer verheven. En tot de boodschapper van Allah was een delegatie van Najran onder hen gekomen, en zij begonnen hun valsheid te herhalen: de drievuldigheid in de hypostasen, en zij beweerden, naar hun bewering, dat Allah de derde van drie is: namelijk de heilige essentie, en Isa, en Maryam, volgens de verschillen van hun sekten. Allah openbaarde dus, bij de opening van deze soera, een duidelijke uiteenzetting die laat zien dat Isa een dienaar is onder de dienaren van Allah: Hij schiep en vormde hem in de baarmoeder, zoals Hij Zijn andere schepselen vormde, en dat Hij hem schiep zonder vader; wees, en hij was.

De Verhevene zette ook de oorsprong uiteen van de geboorte van zijn moeder Maryam, en hoe haar verhaal was, en hoe zij haar zoon Isa ontwierp; evenzo ontwikkelde Hij dat in soera Maryam, zoals wij over dit alles zullen spreken, met de hulp van Allah en het schone welslagen dat Hij verleent en Zijn leiding:

« Allah heeft Adam, Noeh, de familie van Ibraahiem en de familie van ‘Imran boven de wereldwezens uitverkoren. Nageslacht, de één van de ander, en Allah is de Alhorende, de Alwetende. (Weet dan) toen de vrouw van ‘Imran zei: “O Mijn Heer! Ik heb aan U beloofd om wat in mijn baarmoeder is aan Uw diensten toe te weiden, neem dit dus van mij aan. Waarlijk, U bent de Alhorende, de Alwetende.”

Nadat ze haar kind (Maryam) ter wereld had gebracht, zei ze: “O, Mijn Heer! Ik ben bevallen van een meisje – en Allah wist beter van wie zij was bevallen, maar het mannelijke (waar zij om had gesmeekt) is niet zoals het vrouwelijke – en ik heb haar Maryam genoemd. Ik zoek mijn toevlucht bij U voor haar en voor haar nageslacht tegen Shaytaan, de verworpene.”

Dus accepteerde haar Heer haar met vriendelijkheid. Hij liet haar op een goede manier opgroeien en bracht haar onder de hoede van Zacharias. Ieder keer als hij haar kamer binnen kwam om haar te bezoeken, ontdekte hij dat zij voorzien was van levensonderhoud. Hij zei: “O Maryam! Waar heb je dat vandaan?” Zij zei: “Van Allah.” Waarlijk Allah voorziet degenen die Hij wil van levensonderhoud, zonder beperking. » Soera 3, 33-37

De Verhevene vermeldt dat Hij Adam koos, de elite van zijn nageslacht, degenen die zijn wet volgen en volharden in zijn gehoorzaamheid, alsmede het gezin van Ibrahim, waarin de zonen van Ismail en de zonen van Isaac ingingen. Toen vermeldde Hij de verdienste van dit zuivere en voortreffelijke gezin, namelijk het gezin van Imran. De Imran die hier bedoeld wordt is de vader van Maryam, en het is Imran ibn Bashim ibn Amun ibn Misha ibn Hizqiya ibn Ahziq ibn Mawthim ibn Azarya ibn Amsiya ibn Yawish ibn Ahzihu ibn Yaram ibn Yahfashat ibn Ayish ibn Aban ibn Rahbaam ibn Sulayman ibn Dawud.

Maryam bint Imran ibn Matan ibn Laya'zar ibn al-Yud ibn Ajban ibn Saduq ibn 'Aya'zur ibn al-Yaqim ibn Aybud ibn Zarba'il ibn Shaltan ibn Yuhinya ibn Birstiya ibn Amun ibn Micha ibn Hazqil ibn Ajaz ibn Yutham ibn 'Azriya ibn Buram ibn Busafat ibn Asa ibn Abya ibn Rakhi'am ibn Sulayman ibn Dawud. Er is daar een verschil met wat Muhammad ibn Ishaq heeft overgeleverd, en er is geen verschil van mening dat zij uit de afstamming van Dawud voortkomt. Haar vader Imran was degene die in zijn tijd het gebed van de Bani Israël leidde, en haar moeder, Hanna bint Faqud ibn Qubayl, behoorde tot de aanbiddende vrouwen. Zakariya, de profeet van die tijd, was de echtgenoot van de zuster van Maryam volgens de mening van de meerderheid, of de echtgenoot van haar moederszuster. Allah weet het beter.

Muhammad ibn Ishaq en anderen hebben overgeleverd dat de moeder van Maryam niet zwanger werd. Op een dag zag zij een vogel die zijn jong voederde, en zij wenste een kind te hebben. Zij deed dus een gelofte aan Allah: als zij zwanger werd, zou zij haar kind wijden aan de dienst van het Heilige Huis, dat wil zeggen dat zij het zou uitsluiten voor de dienst van Bayt al-Maqdis. Haar menstruatie kwam meteen, en toen zij gereinigd was, verenigde haar man zich met haar, en zij ontving Maryam.

Toen zij haar had bevallen, zei zij: mijn Heer, ik heb haar bevallen, een meisje: en Allah weet het beter wat zij heeft gebaard, en het mannelijke is niet zoals het vrouwelijke, lezing met de ta die een damma draagt: dat wil zeggen: ten dienste van het Heilige Huis. In die tijd deden de mensen een gelofte om het Heilige Huis te dienen met sommige van hun kinderen. En ik heb haar Maryam genoemd: hieruit is afgeleid de gewoonte het kind te noemen op de dag waarop het geboren wordt, zoals vaststaat in de Sahih van Anas, toen hij met zijn broeder naar de boodschapper van Allah ging en zijn broeder werd geknepen en Abd Allah werd genoemd. Elke jongen wordt vastgehouden door zijn aqiqah: men slacht voor hem op de zevende dag, men noemt hem en men scheert zijn hoofd.

Overgeleverd door Ahmad en de auteurs van de Soenan, en authentiek verklaard door At-Tirmidhi; At-Tirmidhi heeft er een variant van geciteerd; anderen hebben haar authentiek verklaard. Allah weet het beter. Wat betreft: en ik zet haar onder Uw bescherming, zij en haar nageslacht, tegen de verstene duivel, de aanroeping werd hem daarin verhoord. Abd ar-Razzaq heeft ons verteld: Ma'mar heeft ons verteld: van az-Zuhri: van Ibn al-Musayyib: van Abu Hurayra die zegt: geen pasgeborene ontkomt de aanraking van de duivel op het moment dat hij geboren wordt, die hem laat schreeuwen van de aanraking van de duivel, met uitzondering van Maryam en haar zoon.

Toen zei Abu Hurayra: leest, als jullie willen: en ik zet haar onder Uw bescherming, zij en haar nageslacht, tegen de verstene duivel. Beide hebben haar overgeleverd in de traditie van Abd ar-Razzaq. En Ibn Jurayj heeft haar overgeleverd: van Ahmad ibn al-Faraj: van Baqiyya: van az-Zubaydi: van az-Zuhri: van Abu Salama: van Abu Hurayra, van de Profeet, in een verwante betekenis.

Ismail ibn Umar heeft ons verteld: Ibn Abi Dhi'b heeft ons verteld: van Ajlan, vrijgelatene van al-Musham'all: van Abu Hurayra die zegt: elke pasgeborene van de zonen van Adam wordt geraakt door de vinger van de duivel, met uitzondering van Maryam bint Imran en haar zoon Isa. Hij alleen heeft haar op deze wijze overgeleverd. En Moeslim heeft haar overgeleverd: van Abu at-Tahir: van Ibn Wahb: van Umar ibn al-Harith: van Abu Yunus: van Abu Hurayra, van de Profeet, in een verwante betekenis.

Haytham heeft ons verteld: Hafs ibn Maysara heeft ons verteld: van al-'Ala': van zijn vader: van Abu Hurayra die zegt: elk mens, wanneer zijn moeder hem heeft gebaard, wordt door de duivel in zijn beide armen geknepen, met uitzondering van Maryam en haar zoon. Zie jij niet de zuigeling, wanneer men hem neerlegt, hoe hij schreeuwt? Ja, o boodschapper van Allah. Dat is op het moment dat de duivel hem in zijn beide armen knijpt. Deze hadith is volgens de voorwaarden van Moeslim, maar zij hebben haar niet op deze wijze overgeleverd.

En Qays heeft haar overgeleverd: van al-A'mach: van Abu Salih: van Abu Hurayra die zegt: geen pasgeborene aan wie de duivel geen druk heeft gegeven, een of twee; met uitzondering van Isa ibn Maryam, vanwege: en ik zet haar onder Uw bescherming, zij en haar nageslacht, tegen de verstene duivel. Evenzo heeft Muhammad ibn Ishaq haar overgeleverd: van Yazid ibn Abd Allah ibn Qusayt: van Abu Hurayra, van de Profeet, met de authenticiteit van de hadith.

Abd al-Malik heeft ons verteld: al-Mughira ibn Abd Allah al-Hizami heeft ons verteld: van Abu az-Zinad: van al-A'raj: van Abu Hurayra die zegt: de duivel doorboort de zij van elke zoon van Adam op het moment dat hij geboren wordt, met uitzondering van Isa ibn Maryam: de duivel trok eropuit hem te doorboren, en hij doorborde slechts het vlies. Deze hadith is volgens de voorwaarden van de twee Sheikhs, maar zij hebben haar niet op deze wijze overgeleverd.

Zijn Heer aanvaardde haar dus op schone wijze, en liet haar op mooie wijze groeien, en toevertrouwde haar aan Zakariya. Veel exegeten hebben vermeld dat haar moeder, toen zij haar had gebaard, haar inwikkelde in haar wikkel, en er vervolgens mee naar de moskee uitging, en haar overgaf aan de aanbidders die er resideerden, en zij was de dochter van hun imam en van degene die hun gebed leidde, en zij twistten erover. Het blijkt dat zij haar hun pas overgaf nadat zij haar had gezoogd en na de verzorging door iemand zoals zij in haar vroege kindsheid; toen zij haar hun toevertrouwde, twistten zij erover wie van hen haar in onderhoud zou nemen, en Zakariya was hun profeet in die tijd, en hij wilde haar alleen voor zich nemen, de anderen uitsluitend; omdat zijn echtgenote haar zuster was, of haar moederszuster, volgens de beide meningen. Zij stelden zich daartegenover op en vroegen dat hij met hen de loting zou doen, en de beschikkingen hielpen hem: zijn lot kwam als winnaar over hen uit; en dat omdat de moederszuster de rang van de moeder heeft.

Vanwege zijn overwinning op hen bij de loting: dit behoort tot de tijdingen van het verborgene: dit is aan jou geopenbaard, en jij was niet bij hen toen zij hun schrijfstokken wierpen om te beslissen wie van hen Maryam in onderhoud zou nemen, en jij was niet bij hen toen zij twistten. Dit omdat elk van hen zijn schrijfstok wierp, aan hem bekend, toen namen zij hem en legden hem op een plaats, en bevalen een jongen die de puberteit niet had bereikt er een uit te halen, en de schrijfstok van Zakariya kwam tevoorschijn. Zij vroegen om een tweede keer te loten, door hun schrijfstokken in de rivier te werpen: wiens schrijfstok tegen de stroom van het water in zou zinken, zou de winnaar zijn. Zij deden zo, en de schrijfstok van Zakariya was diegene die tegen de stroom van het water in zonk, terwijl hun schrijfstokken met het water wegtrokken.

Toen vroegen zij hem een derde keer te loten: wiens schrijfstok met het water mee zou drijven, terwijl het restant van de schrijfstokken hun loop zou zien keren en naar de bron zou opstijgen, zou de winnaar zijn. Zij deden zo, en Zakariya was de winnaar over hen, en hij nam haar in onderhoud, de meest gerechtigde tot haar volgens de wet en volgens de beschikking, om vele redenen. Telkens wanneer Zakariya bij haar in het heiligdom binnentrad, vond hij bij haar een spijze. Hij zei: o Maryam, vanwaar komt jou dit?

Zij zei: dit is van Allah; waarlijk, Allah voorziet wie Hij wil, zonder rekening. De exegeten hebben gezegd: Zakariya had haar een edele plaats van de moskee voorbehouden, waar niemand anders dan zij binnentrad, en zij aanbad daar Allah, en kwam na wat haar toekwam als wachterschap van de Tempel wanneer haar beurt kwam, en wijdde zich aan de aanbidding dag en nacht, totdat men haar voorbeeld ging noemen voor haar aanbidding onder de Bani Israël, en zij werd beroemd door de edele toestanden en de edele eigenschappen die in haar verschenen. Zelfs dat de profeet van Allah Zakariya, telkens wanneer hij bij haar in haar plaats van aanbidding binnentrad, bij haar een vreemde spijze buiten het seizoen aantrof: hij vond bij haar de vruchten van de zomer in de winter, en de vruchten van de winter in de zomer. Vanwaar komt jou dit?

Zij zei: dit is van Allah, dat wil zeggen: een spijze waarmee Allah mij heeft voorzien. Waarlijk, Allah voorziet wie Hij wil, zonder rekening. Toen begeerde Zakariya een kind uit zijn eigen zij, al was hij bejaard geworden en oud. Hij zei: o Gij die Maryam de vrucht buiten het seizoen voorziet, schenk mij een kind, al was het buiten het seizoen.

Wat er vervolgens van zijn geschiedenis is gekomen, is wat wij al hebben vermeld bij zijn verhaal.

« En (weet) dat de engelen zeiden: “O Maryam! Waarlijk, Allah heeft jou uitgekozen, jou gereinigd en heeft jou boven alle vrouwen van de wereldwezens uitverkoren. O Maryam! “Onderwerp jezelf met gehoorzaamheid aan jouw Heer en kniel neer en buig met degenen die dat ook hebben gedaan.” Dit is een deel van het nieuws van het onwaarneembare die Wij jou mee hebben geopenbaard. Jij was niet bij hen toen zij loten trokken met hun pennen, wie van hen de zorg voor Maryam zou hebben, noch was jij bij hen toen zij redetwistten.

(O Mohammed, gedenk) wanneer de engelen zeiden: “O Maryam! Waarlijk, Allah brengt jou de blijde tijding (van een zoon op basis) van Zijn woord ("Koen!" – Wees!). Zijn naam zal ‘Al-Mesieh ‘Isa – Jezus de Messias’ zijn, zoon van Maryam. Niet alleen geëerd in deze wereld maar evenzo in het hiernamaals, en hij zal één van degenen zijn die in Allah Zijn nabijheid (mogen) verkeren.” Hij zal vanuit de wieg en als volwassene tot de mensen spreken, en hij zal één van de rechtvaardigen zijn.

Zij zei: “O mijn Heer! Hoe kan ik een kind krijgen als geen man mij heeft aangeraakt.” Hij zei: “Zo (zal het zijn), want Allah schept wat Hij wil. Als Hij tot iets besloten heeft, zegt Hij slechts: “Wees!” En het is. En Hij zal hem (Isa) het boek en de wijsheid, (en) de Thora en de Indjiel onderwijzen.

En Hij (Isa) zal als boodschapper naar de kinderen van Israël gestuurd worden (zeggende): “Ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer, dat ik voor jullie uit klei heb ontworpen, als ware het een vogel en ademde daarin en het werd met Allah Zijn toestemming een vogel. En ik genees degene die blind geboren was en de melaatse en ik breng de doden met Allah Zijn toestemming tot leven. En ik vertel jullie wat jullie eten en wat jullie in jullie huizen bewaren. Zeker, daarin is een teken voor jullie, als jullie geloven.

En ik ben gekomen om te bevestigen wat voor mij was van de Thora en om voor jullie een deel wettig te maken wat verboden was, en ik ben tot jullie gekomen met een bewijs van jullie Heer. Vrees Allah dus en gehoorzaam mij. Waarlijk! Allah is mijn Heer en jullie Heer, aanbid Hem dus (alleen). Dit is het rechte pad. » Soera 3, 42-51

De Verhevene vermeldt dat de engelen aan Maryam de goede tijding verkondigden van de keuze van Allah voor haar, onder alle vrouwen van de werelden van haar tijd, in dat Hij haar had gekozen opdat zij een zoon van haar zou baren, zonder vader; die, in zijn vroege kindsheid, hen tot het aanbidden van Allah alleen, zonder deelgenoot, zou oproepen; en evenzo op de leeftijd van rijpheid, wat aangeeft dat hij de volwassen leeftijd zou bereiken en tijdens die aan Allah zou oproepen. En haar werd bevolen veel te aanbidden, aan devotie, neerbuiging en buiging; om deze edelheid waardig te zijn en dankbaar te zijn voor deze gunst. Zij stond in het gebed totdat haar voeten opzwolden, en Allah betoonde haar barmhartigheid, en aan haar moeder en haar vader. O Maryam, waarlijk, Allah heeft jou gekozen, dat wil zeggen: jou uitverkoren en verkozen. En jou gereinigd: dat wil zeggen van ondeugden, en jou de schone eigenschappen gegeven.

En jou boven de vrouwen van de werelden gekozen: dit kan de werelden van haar tijd betreffen, zoals in: ik heb jou boven de mensen gekozen, en Zijn woorden over de Bani Israël: en waarlijk, Wij hebben hen met kennis boven de werelden gekozen. Het is bekend dat Ibrahim beter is dan Musa, en dat Mohamed beter is dan beiden; en evenzo is deze gemeenschap beter dan alle gemeenschappen die haar voorafgingen, talrijker, kundiger en van vruchtbaarder daden dan de Bani Israël en de anderen. En jou boven de vrouwen van de werelden gekozen: haar algemeenheid is behouden; zij zou dus de beste vrouw van de wereld zijn, van degenen die vóór haar waren en van degenen die na haar kwamen; omdat, als zij een profeet was, volgens de mening van wie haar profeterschap en dat van Sara, moeder van Isaac, en dat van de moeder van Musa aanhangt, steunend op de toespraak van de engelen en de openbaring tot de moeder van Musa gericht, zoals Ibn Hazm en anderen beweren; dan: en jou boven de vrouwen van de werelden gekozen, aangezien niemand anders boven haar werd verkozen.

En Allah weet het beter. Wat de mening van de meerderheid betreft, zoals Abu al-Hasan al-Ash'ari en anderen van de mensen van de soenna en de consensus het hebben overgeleverd: het profeterschap is voorbehouden aan de mannen, en er is geen profeetsvrouw onder de vrouwen; dan zijn de hoogste rangen van Maryam: de Messias ibn Maryam is niets dan een boodschapper, vóór hem zijn boodschappers voorbijgegaan, en zijn moeder was een waarachtige. Volgens dit belet niets dat zij de beste van de beroemde waarachtigen is, van degenen die vóór haar waren en van degenen die na haar zullen komen. En Allah weet het beter.

Haar naam is genoemd verbonden met Asiya bint Muzahim, en met Khadija bint Khuwaylid, en met Fatima bint Mohamed, moge Allah haar welgevallen.

Abd ar-Razzaq heeft ons verteld: Ma'mar heeft ons bericht: van Qatada: van Anas: de boodschapper van Allah zei: vier vrouwen volstaan jou onder de vrouwen van de werelden: Maryam bint Imran, en Asiya, de echtgenote van Farao, en Khadija bint Khuwaylid, en Fatima bint Mohamed. At-Tirmidhi heeft haar overgeleverd: van Abu Bakr ibn Zanjawayh: van Abd ar-Razzaq, en heeft haar authentiek verklaard.

Ibn Mardawayh heeft haar overgeleverd langs de weg van Abd Allah ibn Abi Ja'far ar-Razi, en Ibn Asakir langs de weg van Tamim ibn Ziyad, beide van Abu Ja'far ar-Razi: van Thabit: van Anas: de boodschapper van Allah zei: de beste vrouwen van de werelden zijn er vier: Maryam bint Imran, en Asiya, de echtgenote van Farao, en Khadija bint Khuwaylid, en Fatima bint Mohamed, de boodschapper van Allah.

Abd ar-Razzaq heeft ons verteld: Ma'mar heeft ons verteld: van az-Zuhri: van Ibn al-Musayyib: Abu Hurayra vertelde dat de Profeet zei: de besten van de vrouwen die de kamelen berijdend vervoerden zijn de vrouwen van Quraysh: de zachtmoedigste tegenover een kind in zijn vroege kindsheid, en de vrijgevigste voor een echtgenoot met beperkte middelen. Abu Hurayra zei: en Maryam heeft nooit een kameel bereden. En Moeslim heeft haar overgeleverd in zijn Sahih.

Zayd ibn al-Hubab heeft ons verteld: Musa ibn Ali heeft mij verteld: ik hoorde Abu Hurayra zeggen: de boodschapper van Allah zei: de besten van de vrouwen die de kamelen berijdend vervoerden zijn de vrouwen van Quraysh: de zachtmoedigste tegenover een kind in zijn vroege kindsheid, en de meest ontfermende tegenover een echtgenoot met beperkte middelen. Abu Hurayra zei: en de boodschapper van Allah wist dat de dochter van Imran de kamelen niet had bereden. Hij alleen heeft haar zo overgeleverd, en zij is volgens de voorwaarden van de Sahih. En deze hadith heeft andere wegen, van Abu Hurayra.

Zuhayr heeft ons verteld: Yunus ibn Mohamed heeft ons verteld: Dawud ibn Abi al-Furat heeft ons verteld: van 'Ilba ibn Ahmar: van Ikrima: van Ibn Abbas: over: op de aarde bevinden zich vier kenmerken: hij zei: weten jullie wat het is? Allah en Zijn boodschapper weten het beter:: de beste vrouwen van de mensen van het Paradijs: Khadija bint Khuwaylid, en Fatima bint Mohamed, en Maryam bint Imran, en Asiya bint Muzahim, de echtgenote van Farao. En an-Nasa'i heeft haar langs verschillende wegen overgeleverd, van Dawud ibn Abi al-Furat.

Ibn Asakir heeft haar overgeleverd langs de weg van Abu Bakr Abd Allah ibn Abi Dawud Sulayman ibn al-Ash'ath: Yahya ibn Hatim al-Askari heeft ons verteld: Bishr ibn Mihran ibn Hamdan heeft ons bericht: Muhammad ibn Dinan heeft ons verteld: van Dawud ibn Abi Hind: van ash-Sha'bi: van Jabir ibn Abd Allah: de boodschapper van Allah zei: vier van hen volstaan jou: Fatima bint Mohamed, en Khadija bint Khuwaylid, en Asiya bint Muzahim, en Maryam bint Imran.

Abu al-Qasim al-Baghawi heeft gezegd: Wahb ibn Baqiyya heeft ons verteld: Khalid ibn Abd Allah al-Wasiti heeft ons verteld: van Muhammad ibn Amr: van Abu Salama:: herinner je je toen je je boog over de boodschapper van Allah en huilde, en toen lachte?: hij berichtte mij dat hij aan deze ziekte zou sterven, en ik huilde; toen boog ik mij over hem, en hij berichtte mij dat ik de eerste van de zijnen zou zijn die zich bij hem voegt, en dat ik de meesteres van de vrouwen van de mensen van het Paradijs zou zijn, met uitzondering van Maryam bint Imran: en ik lachte. En de oorsprong van deze hadith bevindt zich in de Sahih, en deze keten is volgens de voorwaarden van Moeslim; daarin bevindt zich dat de twee genoemde de besten van de vier zijn.

Evenzo de hadith overgeleverd door imam Ahmad: Uthman ibn Mohamed heeft ons verteld: Jarir heeft ons verteld: van Yazid, dat is Ibn Abi Ziyad: van Abd ar-Rahman ibn Abi Nu'm: de boodschapper van Allah zei: Fatima is de meesteres van de vrouwen van de mensen van het Paradijs, met uitzondering van Maryam bint Imran. Goede keten, door At-Tirmidhi geauthenticeerd, maar zij hebben haar niet overgeleverd; en er is een verwante betekenis van haar overgeleverd uit de hadith van Ali ibn Abi Talib, maar haar keten vertoont een zwakte.

De strekking is dat dit aangeeft dat Maryam en Fatima de besten van deze vier zijn, en de uitsluiting kan betekenen dat Maryam beter is dan Fatima, of dat zij in verdienste gelijk zijn; maar er is een hadith overgekomen die, als zij authentiek is, de eerste mogelijkheid vaststelt. Abu al-Hasan ibn al-Farra', Abu Ghalib en Abu Abd Allah, de twee zonen van al-Banna, hebben ons bericht: Abu Ja'far ibn al-Muslima heeft ons bericht: Abu Tahir al-Mukhallis heeft ons bericht: Ahmad ibn Sulayman heeft ons verteld: az-Zubayr, dat is Ibn Bakkar, heeft ons verteld: Muhammad ibn al-Hasan heeft ons verteld: van Abd al-Aziz ibn Mohamed: van Musa ibn Uqba: van Qurayb: de boodschapper van Allah zei: de meesteres van de vrouwen van de mensen van het Paradijs is Maryam bint Imran, daarna Fatima, daarna Khadija, daarna Asiya, de echtgenote van Farao.

Als deze tekst bewaard is met: daarna, heeft Abu Hatim ar-Razi haar ook overgeleverd: van Dawud al-Ja'fari: van Abd al-Aziz ibn Mohamed, dat is ad-Darawardi: van Ibrahim ibn Uqba: van Qurayb: van Ibn Abbas, tot de Profeet teruggevoerd, met vermelding van de namen met een verbindend en en niet met een dan van ordening; haar keten en haar tekst wijken dus van hem af. En Allah weet het beter.

Wat de hadith betreft die Ibn Mardawayh heeft overgeleverd, uit de hadith van Shu'ba: van Mu'awiya ibn Qurra: van zijn vader: de boodschapper van Allah zei: vele mannen hebben de volkomenheid bereikt, maar slechts drie vrouwen hebben haar bereikt: Maryam bint Imran, en Asiya, de echtgenote van Farao, en Khadija bint Khuwaylid; en de verdienste van Aïsja boven de vrouwen is zoals de verdienste van de tharid boven alle andere spijzen.

Evenzo de hadith overgeleverd door de Groep, met uitzondering van Aboe Dawoed, langs verschillende wegen: van Shu'ba: van Amr ibn Murra: van Murra al-Hamdani: van Abu Musa al-Ash'ari: de boodschapper van Allah zei: vele mannen hebben de volkomenheid bereikt, maar alleen Asiya, de echtgenote van Farao, en Maryam bint Imran hebben haar bereikt; en de verdienste van Aïsja boven de vrouwen is zoals de verdienste van de tharid boven alle andere spijzen. Het is een authentieke hadith zoals jij ziet: de twee Sheikhs hebben haar over te leveren overeengekomen, en haar tekst eist de beperking van de volkomenheid van de vrouwen tot Maryam en Asiya, maar misschien betrof het hun tijd, omdat elk van de twee een profeet in zijn vroege kindsheid heeft opgevoed: Asiya heeft Musa opgevoed, de toehoorder van Allah, en Maryam heeft haar zoon opgevoed, de dienaar van Allah en Zijn boodschapper; dit sluit dus niet de volkomenheid van de anderen in deze gemeenschap uit, zoals Khadija en Fatima: Khadija heeft de boodschapper van Allah vijftien jaar vóór het profeterschap gediend, en meer dan tien jaar erna, en zij was voor hem een vizier van waarheid door haar persoon en door haar vermogen, en Allah heeft haar welgevallen.

Wat Fatima, dochter van de boodschapper van Allah betreft, zij werd onderscheiden met een extra verdienste boven haar zusters: omdat zij door de dood van de boodschapper van Allah werd getroffen, terwijl het restant van haar zusters tijdens zijn leven stierf. Wat Aïsja betreft: zij was de meest geliefde van de echtgenotes van de boodschapper van Allah, en hij trouwde geen maagd behalve haar, en onder de andere vrouwen van deze gemeenschap, en zelfs elders, is geen kundigere of helderziendere bekend dan zij; Allah was vertoornd om haar toen de mensen van de leugen zeiden wat zij zeiden, en Hij openbaarde haar zuiverheid vanuit de zeven hemelen. En zij leefde na de boodschapper van Allah bijna vijftig jaar, brengend de Koran en de soenna van zijn kant over, geven van religieuze adviezen aan de moslims en verzoenen van de verdeelde mensen; zij is de edelste van de moeders der gelovigen, inclusief Khadija bint Khuwaylid, moeder van de dochters en de zonen, volgens de mening van een groep geleerden vanouds en van nu, maar het beste is tussen de twee te blijven staan.

En: de verdienste van Aïsja boven de vrouwen is zoals de verdienste van de tharid boven alle andere spijzen kan algemeen zijn ten opzichte van de vermelde vrouwen en de anderen, en kan algemeen zijn ten opzichte van wat buiten de vermelde vrouwen valt. En Allah weet het beter.

De strekking hier is de vermelding van wat Maryam bint Imran betreft: Allah heeft haar gereinigd en boven de vrouwen van de werelden van haar tijd gekozen, en het is mogelijk dat haar verkiezing algemeen is over alle vrouwen, zoals wij hebben aangevoerd. In een hadith is overgekomen dat zij, zij en Asiya bint Muzahim, tot de echtgenotes van de Profeet in het Paradijs zouden behoren. Wij hebben in de tafsir vermeld over: van weduwen en van maagden: de weduwe is Asiya, en van de maagden Maryam bint Imran. En wij hebben het vermeld aan het einde van soera at-Tahrim. En Allah weet het beter.

Abd Allah ibn Najiya heeft ons verteld: Muhammad ibn Sa'd al-Awfi heeft ons verteld: mijn vader heeft ons verteld: mijn oom al-Husayn heeft ons verteld: Yunus ibn Nufay' heeft ons verteld: van Sa'd ibn Junada, dat is al-Awfi: de boodschapper van Allah zei: waarlijk, Allah heeft mij in het Paradijs getrouwd met Maryam bint Imran, en de echtgenote van Farao, en de zuster van Musa.

Ibrahim ibn 'Ar'ara heeft ons verteld: Abd an-Nur ibn Abd Allah heeft ons verteld: Yunus ibn Shu'ayb heeft ons verteld: de boodschapper van Allah zei: weet je dat Allah mij heeft getrouwd met Maryam bint Imran, en Asiya bint Muzahim, en Kalthum, de zuster van Musa? Ibn Ja'far al-'Uqayli heeft haar overgeleverd uit de hadith van Abd an-Nur, en hij zei: haast je, o boodschapper van Allah. En deze hadith is niet bewaard.

Muhammad ibn al-Hasan heeft mij verteld: van Ya'la ibn al-Mughira: van Ibn Abi Dawud: de boodschapper van Allah ging bij Khadija binnen tijdens haar ziekte die haar dood veroorzaakte:: welke droefheid zie ik in jou, o Khadija, en Allah kan in de droefheid veel goeds leggen: weet je niet dat Allah mij met jou, in het Paradijs, heeft getrouwd, met Maryam bint Imran, en Kalthum, de zuster van Musa, en Asiya, de echtgenote van Farao? Doet Allah dat voor jou, o boodschapper van Allah? Ja, zei zij: met de verlichting en de zonen. Ibn Asakir heeft overgeleverd, uit de hadith van Muhammad ibn Zakariya al-Ghallabi: al-Abbas ibn Bakkar heeft ons verteld: Abu Bakr al-Hudhali heeft ons verteld: van Ikrima: van Ibn Abbas: de boodschapper van Allah ging bij Khadija in agonie binnen:: o Khadija, wanneer jij je beproevingen zult ontmoeten, breng hun van mijn kant de groet over. O boodschapper van Allah, en ben je vóór mij getrouwd? Nee, maar Allah heeft mij getrouwd met Maryam bint Imran, en Asiya bint Muzahim, en Kalthum, de zuster van Musa.

Ibn Asakir heeft overgeleverd, langs de weg van Suwayd ibn Sa'id: Muhammad ibn Salih ibn Umar heeft ons verteld: van ad-Dahhak en Mujahid: Djibril kwam tot de boodschapper van Allah met waarmee hij gezonden was, en hij zat in gesprek met de boodschapper van Allah, toen Khadija voorbijging:: wie is dit, o Mohamed? Het is een waarachtige van mijn gemeenschap. Djibril zei: ik heb bij mij, voor haar, een boodschap van de Heer, dat Hij haar groet, en haar de goede tijding verkondigt van een huis in het Paradijs, van qasab, ver van het vuur, zonder moeite of tumult: Allah is de Heilstaat, en van Hem komt de heilstaat: en de vrede zij over jullie beiden, en de barmhartigheid van Allah en Zijn zegenen. O boodschapper van Allah, wat is dit huis van qasab?

Een holle parel, tussen het huis van Maryam bint Imran en het huis van Asiya bint Muzahim, en zij zijn beide mijn echtgenotes op de Dag van de Opstanding. De oorsprong van de groet tot Khadija van de kant van Allah, en van de tijding die haar werd gemaakt van een huis in het Paradijs van qasab zonder tumult of moeite, bevindt zich in de Sahih, maar dit verhaal met deze toevoegingen is zeer vreemd; en al deze hadiths hebben ketenen die onderzoek verdienen.

Ibn Asakir heeft overgeleverd, uit de hadith van Abu Zur'a ad-Dimashqi: Abd Allah ibn Salih heeft ons verteld: Mu'awiya heeft mij verteld: van Safwan ibn Amr: van Khalid ibn Ma'dan: van Ka'b al-Ahbar: Mu'awiya ondervroeg hem over de rots: hij bedoelde de rots van Bayt al-Maqdis:: de rots bevindt zich op een palmboom, en de palmboom staat op een rivier van de rivieren van het Paradijs, en onder de palmboom bevinden zich Maryam bint Imran en Asiya bint Muzahim, die de koorden van de mensen van het Paradijs weven totdat het Uur opkomt. Vervolgens bracht hij haar over langs de weg van Ismail ibn Ayyash: van Tha'laba ibn Muslim: van Mas'ud: van Abd ar-Rahman: van Khalid ibn Ma'dan: van Ubada ibn as-Samit, van de Profeet, uit een gelijksoortig verhaal. En dit verhaal is afkeuringswaardig op deze wijze, het is zelfs vervalst.

Abu Zur'a bracht haar vervolgens over: van Abd Allah ibn Salih: van Mu'awiya: van Mas'ud ibn Abd ar-Rahman: van Ibn 'A'idh: Mu'awiya ondervroeg Ka'b over de rots van Bayt al-Maqdis, en hij beschreef haar. Dat deze woorden van Ka'b al-Ahbar zijn, is aannemelijker; en deze woorden van Ka'b al-Ahbar, jij komt ze alleen tegen onder de Israëlieten-verhalen, waarvan een deel vervaardigde leugen is, verzonnen door sommigen van hun ketters of hun onwetenden, en deze behoort daartoe. En Allah weet het beter.

Geboorte van de dienaar en boodschapper Isa ibn Maryam, de zuivere.

« En noem in het Boek (het verhaal van) Maryam, terwijl zij zich in afzondering van haar familie terugtrok op een plaats die naar het oosten gericht was. Zij plaatste een scherm (om zichzelf) van hen (af te schermen); toen stuurden Wij haar Onze engel Jibriel en hij verscheen voor haar in de vorm van man met al zijn uiterlijke kenmerken. Zij zei: “Waarlijk! Ik zoek mijn toevlucht bij de meest Genadevolle (Allah) tegen jou, als je Allah inderdaad vreest.” (De engel) zei: “Ik ben slechts een boodschapper van jouw Heer (om) voor jou de gave van een rechtgeleide zoon (aan te kondigen).”

Zij zei: “Hoe kan ik een zoon hebben wanneer geen man mij aangeraakt heeft of ik onkuis ben?” Hij zei: “Zo (zal het zijn), jouw Heer zei: “Dat is gemakkelijk voor Mij: “En (Wij wensen) dat hij als een teken voor de mensheid wordt aangewezen en een genade van Ons en het is een zaak die (reeds) besloten is. Zo werd ze zwanger en zij trok zich terug naar een verre plaats. En de pijnen van de baring dreven haar naar de stam van een palmboom. Zij zei: “Ik wou dat ik hiervoor reeds gestorven was en dat ik totaal vergeten was en uit het gezicht!”

Toen riep (de baby Isa) van onder haar, zeggende: “Treur niet! Jouw Heer heeft er voor gezorgd dat er een waterstroom onder jou loopt; En schud de stam van de palmboom naar je toe, het zal verse rijpe dadels op jou laten vallen. Eet en drink dus en wees blij (de geboorte van jouw kind) en als je een mens ziet zeg dan: “Waarlijk! Ik heb een belofte aan de meest Barmhartige afgelegd om te zwijgen daarom zal ik dus deze dag tegen geen enkel mens spreken.” Toen bracht zij hem (de baby) naar haar volk, hem dragend. Zij zeiden: “O Maryam! Voorwaar jij hebt een ongehoord machtige zaak gebracht.

O zuster van Haaroen! Jouw vader was geen man die overspel pleegde noch was je moeder een onkuise vrouw.” Toen wees zij naar hem. Zij zeiden: “Hoe kunnen wij met iemand praten die nog een kind in de wieg is?” Hij (Isa) zei: “Waarlijk! Ik ben een dienaar van Allah. Hij heeft mij het Boek gegeven en mij tot profeet gemaakt. En Hij heeft mij waar ik ook ben, gezegend en heeft mij het gebed en de Zakat opgelegd, zolang ik leef. En goed voor mijn moeder en heeft mij niet arrogant, ellendig maakt.

En vrede zij met mij op de dag dat ik geboren ben en de dag dat ik sterf en de dag dat ik weer tot leven zou worden gemaakt!” Dat is Isa, de zoon van Maryam, (het is) een uiting van waarheid waarover zij twijfelen. Het past Allah niet om een zoon te nemen. Verheerlijkt (en verheven is Hij boven alles was zij met Hem verenigen). Wanneer Hij tot iets besluit, zegt Hij slechts tegen het: “Wees” en het is. (Isa zei): “En waarlijk Allah is mijn Heer en jullie Heer. Aanbid Hem dus (alleen). Dat is het rechte pad. Toen verschilden de sekten van mening, wee dus voor de ongeloven van de ontmoeting van een Grote Dag. » Soera 19, 16-37

De Verhevene behandelde dit verhaal na het verhaal van Zakariya, dat als de inleiding en de voorafgaande benadering ervan dient, evenzo als Hij het vermeldde in soera Al 'Imran door ze in één context te verbinden; en zoals Hij zei in soera al-Anbiya:

« En (gedenk) Zakariyyaa toen hij tot zijn Heer riep: “O Mijn Heer! Laat mij niet eenzaam achter hoewel U de beste van de Erfgenamen bent.” Dus beantwoordden Wij zijn roep en Wij gaven hem Yahya en genazen zijn vrouw voor hem. Waarlijk, zij haastten zich om het goede te doen en zij riepen Ons hoopvol en vol vrees aan en zij stelde zichzelf nederig op tegenover Ons. En (gedenk) zij die de kuisheid bewaarde Wij bliezen in haar en Wij maakten haar en haar zoon (Isa) een teken voor alle wereldwezens. » Soera 21, 89-91

Er is al gezegd dat Maryam, toen haar moeder haar had gewijd, het Heilige Huis diende, en dat haar voogd de echtgenoot was van haar zuster, of van haar moederszuster, de profeet van die tijd Zakariya, en dat hij haar een heiligdom had voorbehouden, namelijk de edele plaats van de moskee waar niemand binnentrad, buiten haar, zonder haar verlof; en dat zij, op leeftijd gekomen, zich toelegde op de aanbidding, en dat er in die tijd niemand aan de vormen van aanbidding aan haar gelijk was; en dat er toestanden op haar verschenen waarover Zakariya jaloers was; en dat de engelen haar de tijding van de keuze van Allah voor haar deden, en dat Hij haar een zuivere zoon zou schenken, die een edele, zuivere en geëerde profeet zou zijn, ondersteund door de wonderen. Zij verwonderde zich dus over de geboorte van een zoon zonder vader; omdat zij geen man had, en zij niet tot degenen behoorde die trouwen. De engelen deelden haar dus mee dat Allah machtig is in wat Hij wil: wees, en zij is.

Zij boog zich dus daaraan onderwerpend, keerde terug tot Allah, onderwierp zich aan Zijn bevel, en wist dat er voor haar een grote beproeving in zat: omdat de mensen om haar zouden spreken daardoor, niet kennend de werkelijkheid van de zaak, slechts kijkend naar de schijn van de dingen, zonder nadenken of verstand. Zij verliet de moskee slechts op het moment van haar menstruatie, of voor een noodzakelijke behoefte: water halen of voedsel vinden. Op een dag ging zij uit voor een van haar aangelegenheden en trok zich terug, dat wil zeggen alleen isoleerde, ten oosten van de moskee al-Aqsa, toen Allah tot haar de getrouwe geest zond, die zich tot haar presenteerde in de gestalte van een volmaakt gevormd mens. Toen zij hem zag, zei zij: ik zoek toevlucht bij de Barmhartige tegen jou, als jij godsvruchtig bent.

Abu al-'Aliya heeft gezegd: zij wist dat de godsvruchtzame man degene is die zich weet te beheersen. En dit weerlegt de mening van wie beweerde dat er bij de Bani Israël een kwaadaardige man was, beroemd om zijn kwaadaardigheid, genaamd Taqi; want het is een vals woord, zonder bewijs, en van de lichtste van de woorden. Ik ben slechts de boodschapper van jouw Heer: ik ben geen mens, maar een engel die Allah naar jou heeft gezonden, om jou een zuivere zoon te geven, dat wil zeggen een zuiver kind. Hoe zou ik een zoon hebben, of hoe zou mij een kind geboren worden, terwijl ik geen man heb, en ik niet behoor tot degenen die de schandelijke daad plegen?

De engel antwoordde op zijn verwondering over de geboorte van een zoon van haar, in deze toestand: zo heeft jouw Heer gezegd: dat wil zeggen: Hij heeft beloofd dat Hij van jou een zoon zal scheppen, terwijl jij niet getrouwd bent, en dat jij niet tot degenen zult behoren die zich aan ontucht overgeven. En dat is voor Hem gemakkelijk, en licht bij Hem: Hij is machtig in wat Hij wil. En om er een teken voor de mensen van te maken: dat wil zeggen: en om van zijn schepping, in deze toestand, een bewijs te maken van de volkomenheid van Onze macht over de soorten van schepping: want de Verhevene schiep Adam zonder mannelijk of vrouwelijk wezen, en schiep Hawwa van een mannelijk zonder vrouwelijk wezen, en schiep Isa van een vrouwelijk zonder mannelijk wezen, en schiep het restant van de schepping van mannelijk en vrouwelijk wezen. En een barmhartigheid van Onze kant: dat wil zeggen: door hem betonen Wij barmhartigheid aan de dienaren, in dat hij hen tot Allah zal oproepen in zijn vroege kindsheid en zijn volwassen leeftijd, in zijn jeugd en zijn rijpheid, hen oproepend aan Allah alleen de aanbidding zonder deelgenoot te wijden, en Hem te verklaren rein van elke metgezellin, van kinderen, van deelgenoten, van rivalen, van tegensprekers en van gelijken.

En het was een beschikte zaak: dit kan het einde zijn van de toespraak van Djibril met haar, dat wil zeggen dat het een zaak is die Allah heeft beschikt, onherroepelijk, voorbestemd en vastgesteld. Dit is de betekenis van het woord van Muhammad ibn Ishaq, dat Ibn Jarir heeft verkozen, en dat niemand anders heeft overgeleverd. En Allah weet het beter.

En het was een beschikte zaak is een verwijzing naar de uitblazing van Djibril in haar, over Maryam bint Imran, zij die haar kuisheid bewaarde: Wij bliezen in haar van Onze geest. Meer dan één van de voorgangers heeft vermeld, onder wie Wahb ibn Munabbih, dat Djibril in de opening van haar hemd blies, en de uitblazing daalde naar haar schaamstreek, en zij ontving meteen, zoals de vrouw ontving bij de vereniging met haar man.

Wat degene betreft die zei dat hij in haar mond blies, of dat degene die tot haar sprak de geest was die door haar mond in haar binnenging: dit woord spreekt tegen wat uit de contexten van dit verhaal in zijn voorkomens in de Koran wordt begrepen; want deze context geeft aan dat degene die tot haar gezonden werd een engel is onder de engelen, namelijk Djibril, en dat hij slechts in haar blies, en de engel keerde zich niet naar haar schaamstreek, maar hij blies in de opening van haar hemd, en de uitblazing daalde naar haar schaamstreek en gleed erin: Wij bliezen in haar van Onze geest geeft aan dat de uitblazing daarin binnenging, niet in haar mond, zoals overgeleverd van Ubayy ibn Ka'b, noch in haar borst, zoals overgeleverd door as-Suddi, met zijn keten, van sommigen van de metgezellen. Zij ontving hem dus. Zij ontving haar zoon en trok zich met hem terug op een verre plaats. Dit omdat Maryam, toen zij ontving, door de zwangerschap werd beschaamd, en wist dat veel mensen woorden over haar zouden zeggen.

Meer dan één van de voorgangers heeft vermeld, onder wie Wahb ibn Munabbih, dat, toen de tekenen van de zwangerschap op haar verschenen, de eerste die het opmerkte een man van de aanbidders van de Bani Israël was, Yusuf ibn Ya'qub de timmerman, die de moeders-neef was; en hij begon er sterk over te verwonderen, vanwege wat hij van haar wist: haar godsvrucht, haar zuiverheid en haar aanbidding; en hij zag haar ondanks dit zwanger, zonder man. Op een dag wendde hij in het betoog het woord tot haar: o Maryam, kan er een uitzaaiing zijn zonder zaad? Ja. En wie heeft de eerste uitzaaiing geschapen?

Kan er een boom zijn zonder water of regen? Ja. En wie heeft de eerste boom geschapen? Kan er een kind zijn zonder mannelijk wezen?

Ja, waarlijk, Allah schiep Adam zonder mannelijk of vrouwelijk wezen. Vertel mij dan jouw geschiedenis. Allah heeft mij de goede tijding verkondigd van een woord van Hem, wiens naam de Messias is, Isa ibn Maryam, verheven in deze wereld en in het hiernamaals, en behorend tot de genabijden: en hij zal tot de mensen spreken in de wieg en op volwassen leeftijd, en behorend tot de rechtschapenen. En er is een gelijksoortig verhaal van Zakariya overgeleverd: dat hij haar ondervroeg, en dat zij hem op dezelfde wijze antwoordde.

En Allah weet het beter.

As-Suddi heeft vermeld, met zijn keten, van metgezellen, dat Maryam op een dag bij haar zuster binnenging: weet je dat ik zwanger ben? En ik voel ook dat ik zwanger ben? Zij omhelsde haar: ik zie wat er in mijn buik is voor buigen voor wat er in jouw buik is, komend om een woord van Allah te bevestigen. En de betekenis van de neerbuiging hier is de nederigheid en de verering, zoals de neerbuiging bij de ontmoeting van de groet, zoals dat was in de wet van degenen die ons zijn voorafgegaan, en zoals Allah de engelen beval voor Adam neer te buigen.

Malik heeft gezegd: er is mij bekend gemaakt dat Isa ibn Maryam en Yahya ibn Zakariya moederskussen waren, en dat hun beide zwangerschappen gelijktijdig waren: ik zie wat er in mijn buik is voor buigen voor wat er in jouw buik is. Ik zie dit als de voorkeur van Isa; omdat Allah de Verhevene hem de doden deed opwekken, en de blindgeborene en de melaatse genas. Overgeleverd door Ibn Abi Hatim. Maryam zei: toen ik alleen was, sprak hij tot mij en conversatieerde hij met mij, en toen ik onder de mensen was, verheerlijkte hij Allah in mijn buik.

Toen blijkt dat zij hem negen maanden droeg, zoals de vrouwen zwanger dragen en op termijn bevallen; want als het anders was, zou het vermeld zijn. En er is van Ibn Abbas en van Ikrima overgeleverd dat zij hem acht maanden droeg. Zij deed niets dan ontvangen en baren: zij droeg hem negen uren. Zij ontving hem dus en trok zich met hem terug op een verre plaats: de weeën van het baren grepen haar bij de stam van de palmboom.

Het juiste is dat elke zaak gevolgd wordt door wat haar voldoende is, zoals in Zijn woorden: 's ochtends wordt de aarde groen. Toen schiepen Wij de zaadvlucht tot een bloedklomp, en maakten Wij van de bloedklomp een vleesbrok, en maakten Wij van het vlees de beenderen, en bekleedden Wij de beenderen met vlees, daarna brachten Wij hem voort als een andere schepping: gezegend zij Allah, de beste van de scheppers. En het is bekend dat tussen elke toestand veertig dagen zijn, zoals vaststaat in de hadith met consensus.

Toen verspreidde zich haar geschiedenis, en het verspreidde zich onder de Bani Israël dat zij zwanger was; en geen huis ontving zo veel bezoeken als het huis van Zakariya. En sommige ketters verdenkten haar van Yusuf, die met haar in de moskee aanbad. Maryam verborg zich voor hen, verwijderde zich van hen en trok zich terug op een verre plaats. De weeën van het baren grepen haar bij de stam van de palmboom: dat wil zeggen dat de weeën haar leidden en naar de stam van de palmboom dwongen; en deze stam, volgens de hadith overgeleverd door an-Nasa'i met een keten zonder verwijt, van Anas, tot de Profeet teruggevoerd, en door al-Bayhaqi met een keten die hij authentiek verklaarde, van Shaddad ibn Aws, evenzo teruggevoerd: het is Bayt Lahm, waarop vervolgens sommigen van de koningen van de Rum bouwden, zoals wij zullen vermelden: dit immense bouwwerk dat men ziet.

Zij zei: wee mij, als ik vóór dit stierf, en ik in de vergetelheid was, volkomen vergeten; daarin bevindt zich een bewijs van de toegelatenheid van de dood te wensen op het moment van de beproevingen: omdat zij wist dat de mensen haar zouden verdenken en haar niet zouden geloven, haar zelfs een leugenaarster zouden noemen wanneer zij tot hen zou komen met een kind op de arm, terwijl zij onder hen behoorde tot de vrome aanbiddende vrouwen, residenten van de moskee, eraan gehecht, in geestelijke retraite in haar boezem, voortkomend uit het huis van het profeterschap en de godsvrucht, zonder enige verwijt. Toen riep hij haar van onder haar toe: wees niet verdrietig. Over degene die haar riep, van onderen, van de laagste plaats, zijn er twee meningen: een van hen is dat het Djibril is; dat is de mening van al-'Awfi, van Ibn Abbas. En Isa sprak slechts in tegenwoordigheid van de mensen.

Evenzo hebben Sa'id ibn Jubayr, en Amr ibn Maymun, en ad-Dahhak, en as-Suddi, en Qatada gezegd. En Mujahid, en al-Hasan, en Ibn Zayd, en Sa'id ibn Jubayr hebben gezegd: het is haar zoon Isa. En Ibn Jarir heeft dat verkozen. Wees niet verdrietig: jouw Heer heeft aan jouw voeten een stroompje gelegd.

Er is gezegd: het is de rivier, en daarnaar richt zich de meerderheid; er is er een hadith over overgeleverd door at-Tabarani, maar zij is zwak; en Ibn Jarir heeft haar verkozen, en dat is het juiste. En er is van al-Hasan, en van ar-Rabi' ibn Anas, en van Ibn Aslam en anderen overgeleverd dat het haar zoon is. En schud naar jou toe de stam van de palmboom: verse, rijpe dadels zullen op jou neervallen. Hij vermeldde de spijze en de drank: eet dan, drink, en verheug je oog.

Vervolgens is gezegd: de stam van de palmboom was droog, en het was een palmboom met vruchten. En Allah weet het beter. En het is mogelijk dat het een palmboom was, maar dat hij op dat moment geen vruchten droeg; omdat zijn geboorte in de winter plaatsvond, die niet het seizoen van de vruchten is; en dat kan begrepen worden uit het woord van de Verhevene: verse, rijpe dadels zullen op jou neervallen. Amr ibn Maymun heeft gezegd: niets is beter voor de kraamvrouwen dan de dadels en de verse dadels.

Vervolgens werd dit woord voorgedragen.

Ali ibn al-Husayn heeft ons verteld: Shayban heeft ons verteld: Masrur ibn Sa'id at-Tamimi heeft ons verteld: Abd ar-Rahman ibn Amr al-Awza'i heeft ons verteld: van Urwa ibn Ruwaym: van Ali ibn Abi Talib: de boodschapper van Allah zei: eer uw tante, de palmboom: want hij werd geschapen uit de klei waaruit Adam geschapen werd. Hij zei ook: voedt uw vrouwen in kraamtijd met verse dadels; en als er geen verse dadels zijn, dan dadels; en er is bij Allah geen boom edeler dan die onder welke Maryam bint Imran neerdaalde. Evenzo heeft Abu Ya'la haar overgeleverd in zijn Musnad: van Shayban ibn Farrukh: van Masruq ibn Sa'id: Masrur ibn Sa'id at-Tamimi. Ibn 'Adi heeft deze hadith van hem overgeleverd, van al-Awza'i: en hij staat bekend om afkeuringswaardige hadiths, en ik heb van hem niets gehoord behalve in deze hadith: hij overlevert van al-Awza'i de talloze munun die het niet is toegestaan aan te roepen.

Zo dan: en als jij een mens ziet, zeg: ik heb aan de Barmhartige een vasten beloofd: ik zal vandaag met geen mens spreken; dit behoort tot het einde van de toespraak van degene die haar van onder haar riep. Eet dan, drink, en verheug je oog: en als jij een mens ziet: dat wil zeggen: als jij iemand van de mensen ziet, zeg hem: ik heb aan de Barmhartige een vasten beloofd: dat wil zeggen een zwijgen. En het vasten van hun wet omvatte het zich onthouden van woord en voedsel: dat is de mening van Qatada, en van as-Suddi, en van Ibn Aslam. Ik zal vandaag met geen mens spreken: wat onze wet betreft, het is verkeerd voor wie vast dat hij een hele dag zwijgt.

Zij kwam dus naar haar volk, hem dragend. Zij zeiden: o Maryam, je bent gekomen met iets afschuwelijks. O zuster van Harun: jouw vader was geen man van het kwaad, en jouw moeder was geen ontuchtige. Velen van de voorgangers, die van mensen van het Boek overleveren, hebben vermeld dat, toen zij haar afwezigheid onder hen opmerkten, zij op zoek naar haar gingen, en langs haar plaats passeerden, met de lichten rond haar; en toen zij haar ontmoetten en met haar haar kind aantroffen: o Maryam, je bent gekomen met iets afschuwelijks, dat wil zeggen een grote en afkeuringswaardige zaak. En hun woord verdient onderzoek, temeer omdat het woorden zijn waarvan het begin het einde weerlegt; omdat de duidelijkheid van de koranische context aangeeft dat zij hem zelf droeg, en naar haar volk kwam hem dragend; en dat na van haar kraambed opgestaan te zijn na veertig dagen.

De strekking is dat, toen zij haar zagen dragend met zich haar kind, zij zeiden: o Maryam, je bent gekomen met iets afschuwelijks; en de friya is de afkeuringswaardige en grote daad onder de daden en de woorden. O zuster van Harun: er is gezegd dat zij haar vergeleken met een aanbiddende vrouw van hun tijd wier aanbidding zij evenaarde, en die Haroun heette. Zij vergeleken haar met een slecht man van hun tijd genaamd Harun: dat is de mening van Sa'id ibn Jubayr. Met Haroun bedoelden zij de broeder van Musa, en vergeleken haar met hem in de aanbidding.

Muhammad ibn Ka'b al-Qurazi vergiste zich door te beweren dat zij zuster van Musa en van Harun was door bloed: want tussen hen liggen lange tijdperken die zelfs de onwetendste der geleerden niet kan miskennen, wat dit lelijke woord weerlegt; en het is alsof de Tora hem had misleid, waarin staat dat Maryam, zuster van Musa en van Harun, op de dag dat Allah Musa en zijn volk redde, en Farao en zijn volk verdronk, op de tamboerijn sloeg: hij dacht dus dat deze die dat was; en dat is van het meest valse en tegenstrijdige met de authentieke hadith, en met de tekst van de Koran, zoals wij lang in de tafsir hebben vastgesteld; aan Allah de lof en de genade. Er is de authentieke hadith overgekomen die aangeeft dat zij een broeder had genaamd Harun; en niets, in het verhaal van haar geboorte en de wijding door haar moeder, geeft aan dat zij geen andere broeder dan hem had. En Allah weet het beter.

Abd Allah ibn Idris heeft ons verteld: ik hoorde mijn vader het vermelden: van Simak: van Alqama ibn Wa'il: van al-Mughira ibn Shu'ba: de boodschapper van Allah zond mij: jij ziet wat jullie lezen: o zuster van Harun, en dat Musa lang vóór Isa zo en zo lang geleden was. Ik kwam dus terug, en bracht dit aan de boodschapper van Allah over, die zei: heb jij hun niet gezegd dat zij naar de profeten en de rechtschapenen die hen voorafgingen werden genoemd? Evenzo hebben Moeslim, en an-Nasa'i, en At-Tirmidhi haar overgeleverd, uit de hadith van Abd Allah ibn Idris: een goede en authentieke, zeldzame hadith die wij alleen van hem kennen. Heb jij hun niet gezegd dat zij naar hun rechtschapenen en hun profeten werden genoemd? En Qatada en anderen hebben vermeld dat zij vaak naar Harun werden genoemd: hij was bij bepaalde van hun begrafeniszaken aanwezig, en zag een grote menigte mensen genaamd Harun: veertigduizend. En Allah weet het beter.

O zuster van Harun: en de hadith geeft aan dat zij een bloedbroeder had genaamd Harun. Jouw vader was geen man van het kwaad, en jouw moeder was geen ontuchtige: dat wil zeggen: jij behoort niet tot dat huis waarvan dit het karakter is, noch tot hun verwantschap: noch jouw broeder, noch jouw moeder, noch jouw vader. Zij verdenkten haar dus van de grootste schande, en noemden haar het onheil van de onheilen. Ibn Jarir heeft in zijn tafsir vermeld dat zij Zakariya daarin verdenkten, en hem wilden doden: hij vluchtte voor hen, zij haalden hem in; een boom splijtte voor hem en hij ging erin, en Iblis greep de zoom van zijn gewaad en zij scheurden het met hem mee, zoals wij al hebben gezegd.

Onder de huichelaars zijn er die haar verdenkten van de zoon van de moeders-neef, Yusuf ibn Ya'qub de timmerman. Toen de situatie krap werd, het veld nauw en het woord onmogelijk, groeide het vertrouwen op de Eeuwige: wendt tot hem, spreekt tot hem: want jullie antwoord is bij hem, en wat jullie van woord zoeken is bij hem. Hoe zouden wij tot een zuigeling in de wieg spreken? Dat wil zeggen: hoe ontwijkt jij ons door het antwoord naar een zuigeling te wenden die de toespraak niet begrijpt, die nog een zuigeling in zijn wieg is, het zuivere van zijn rommel niet onderscheidend?

Dat is van jouw kant slechts spot en ironie, smaad en minachting; omdat jij ons niet met een gearticuleerd woord antwoordt, maar jij ons ontwijkt door het antwoord te wenden naar degene die in de wieg was, een zuigeling. Toen zei hij: ik ben de dienaar van Allah: Hij heeft mij het Boek gegeven en mij tot profeet gemaakt: en Hij heeft mij gezegend waar ik ook ben: en Hij heeft mij het gebed en de zakat aanbevolen zolang ik leef. Dit is het eerste woord dat Isa ibn Maryam uitsprak: het eerste dat hij zei was: ik ben de dienaar van Allah. Hij erkende jegens zijn Heer de Verhevene de dienstbaarheid, en dat Allah zijn Heer is; hij verklaarde dus Allah rein van het woord van de onrechtvaardigen die beweren dat hij de zoon van Allah is: hij is Zijn dienaar en Zijn boodschapper, en de zoon van Zijn dienares.

Vervolgens sprak hij zijn moeder vrij van wat de onwetenden haar toerekenden, haar belasterend en haar van overspel betichtend: Hij heeft mij het Boek gegeven en mij tot profeet gemaakt: want Allah geeft het profeterschap niet aan iemand die is zoals zij beweren; moge Allah hen vervloeken en hen lelijk maken; en vanwege hun ongeloof en hun woord over Maryam, een geweldige laster: zij zou buiten haar menstruatie ontvingen; moge Allah hen vervloeken. Allah sprak haar dus daarvan vrij, meldde dat zij waarachtig was, en maakte van haar zoon een gezonden profeet, een van de vijf grote bezitters van vastberadenheid. En Hij heeft mij gezegend waar ik ook ben: dat omdat hij, waar hij ook was, tot het aanbidden van Allah alleen, zonder deelgenoot, opriep, en Zijn glorie verklaarde van elk gebrek en tekort: een metgezellin en een kind: zij Hij zeer ver boven en zeer rein.

En Hij heeft mij het gebed en de zakat aanbevolen zolang ik leef: dit is de functie van de dienaren: het recht van de Eeuwige, de Prijzenswaardige, vervullen: door het gebed, en het weldoen aan het schepsel door de zakat; die omvat de reiniging van de zielen van ondeugden, en de reiniging van de overvloedige goederen door de gave aan behoeftigen, van alle soorten, de gastvrijheid aan de gasten, de uitgaven voor de echtgenotes, de slaven, de ouders, en het restant van de gehoorzaamheden en de vormen van vroomheid. En het weldoen aan mijn moeder, en Hij heeft mij geen tyrannieke ongelukkige gemaakt: dat wil zeggen: en Hij maakte mij een goede zoon jegens mijn moeder; en dat omdat haar recht op hem werd bevestigd, vanwege de eenzaamheid van haar kant: want hij heeft geen vader buiten haar. Glorie dus aan Hem die het schepsel schiep, vormde, en aan elke ziel haar leiding gaf. Ik ben niet ruw noch grof: geen woord of daad in strijd met het bevel van Allah en Zijn gehoorzaamheid zou uit mij voortkomen.

En de vrede zij over mij op de dag dat ik geboren werd, op de dag dat ik zal sterven, en op de dag dat ik levend zal worden opgewekt: dit zijn de drie momenten waarvan de toespraak is voorafgegaan in het verhaal van Yahya ibn Zakariya. Toen de Verhevene zijn geschiedenis duidelijk vermeldde, zijn zaak uiteenzette, haar verlichte en ontwikkelde: dit is Isa ibn Maryam: woord van waarheid, over wie zij twijfelen. Het past Allah niet een kind aan zich te geven: glorie aan Hem: wanneer Hij een zaak beschikt, zegt Hij tot haar slechts: wees: en zij is; evenzo als Hij na de vermelding van zijn geschiedenis zei: dit is, Wij dragen het jou voor: verzen, en de Herinnering vol wijsheid.

Waarlijk, Allah is mijn Heer en jouw Heer: aanbid Hem dan: dit is een recht pad; vervolgens verschilden de partijen onderling: wee dan degenen die ongelovig zijn, bij het aanschouwen van een geweldige dag. Het past Allah niet een kind aan zich te geven: glorie aan Hem: wanneer Hij een zaak beschikt, zegt Hij tot haar slechts: wees: en zij is; evenzo heeft de Verhevene gezegd na de vermelding van zijn geschiedenis: dit is Isa ibn Maryam, Wij dragen het jou voor van een waarheid.

« Waarlijk, (de schepping van) ‘Isa is bij Allah zoals (de schepping van) Adam. Hij schiep hem uit aarde, vervolgens beval (Hij) hem: “Wees!” En hij was. (Dit is) de waarheid van jullie Heer, wees niet één van degenen die twijfelen. Dan iedereen die met jou redetwist over hem (Isa) na (al deze) kennis die tot jullie is gekomen, zeg: “Kom, laten wij onze zonen en jullie zonen, onze vrouwen en jullie vrouwen, onszelf en jullie roepen - dan bidden wij en roepen (oprecht) een vloek van Allah af over degenen die liegen.”

Waarlijk! Dit is een waar verhaal en dat niemand het recht heeft aanbeden te worden dan Allah. En zeker, Allah is de Almachtige, de Alwijze. » Soera 3, 59-62

Daarom, toen de delegatie van Najran kwam, en zij telt zestig ruiters, waarvan hun zaak tot veertien terugbracht, en de zaak van allen tot drie, die hun edelen en hun aanvoerders waren: al-'Aqib, en as-Sayyid, en Abu Haritha ibn 'Alqama; begonnen zij over de Messias te twisten. Allah openbaarde dus de opening van soera Al 'Imran hierover, zette de zaak van de Messias uiteen, het begin van zijn schepping en dat van de schepping van zijn moeder vóór hem, en beval Zijn boodschapper hen tot de mubahala uit te dagen als zij niet op zijn oproep antwoordden en hem niet volgden. Toen zij zijn ogen en oren zagen, kropen zij in elkaar, zagen van de mubahala af, en wendden zich tot de overeenstemming en de vrede. Hun woordvoerder zei: o vergadering van christenen, jullie weten dat Mohamed een gezonden profeet is, en dat hij tot jullie is gekomen met de uiteenzetting van de geschiedenis van jouw metgezel, en jullie weten dat geen volk ooit een profeet door de vloek heeft uitgedaagd: het blijft de grote onder hen over, en de kleine wordt niet geboren; en er zal daar uitroeiing voor jullie zijn, als jullie het doen.

Als jullie dus in jullie godsdienst volharden en in de positie die jullie innemen ten opzichte van jullie metgezel, laat dan deze man en keer terug naar jullie land. Zij vroegen dit aan de boodschapper van Allah, en smekten hem hun de jizya op te leggen, en met hen een vertrouwde man te zenden: hij zond hen Abu Ubayda ibn al-Jarrah. Wij hebben dit uiteengezet in de tafsir van Al 'Imran, en de ontwikkeling van deze zaak zal in de profetische sira van dit boek komen, als Allah de Verhevene wil; in Hem is het vertrouwen.

De strekking is dat Allah de Verhevene, toen Hij de zaak van de Messias uiteenzette: dit is Isa ibn Maryam: woord van waarheid, over wie zij twijfelen: dat wil zeggen dat hij een schepsel is van een vrouw onder de dienaren van Allah. Het past Allah niet een kind aan zich te geven: glorie aan Hem: wanneer Hij een zaak beschikt, zegt Hij tot haar slechts: wees: en zij is: dat wil zeggen dat niets Hem doet mislukken, Hem overbelast of vermoeit: Hij is de Machtige, Handelend naar wat Hij wil: Zijn bevel, wanneer Hij iets wil, is slechts tot haar zeggen: wees: en zij is. En: vermeld, in het Boek, Musa: hij was zeker uitverkoren: en hij was een boodschapper, een profeet: dit behoort tot het einde van de toespraak van Isa tot hen in de wieg: hij deelde hun mee dat Allah zijn Heer en hun Heer is, zijn godheid en hun godheid, en dat dit het recht pad is.

Vervolgens verschilden de partijen onderling: wee dan degenen die ongelovig zijn, bij het aanschouwen van een geweldige dag: dat wil zeggen: de mensen van die tijd verschilden, en degenen die na hen kwamen, over hem: hij is het kind van een ontuchtige. En zij volhardden in hun ongeloof en hun hardnekkigheid: hij is Allah. Hij is de zoon van Allah.

Hij is de dienaar van Allah en Zijn boodschapper, en de zoon van Zijn dienares, en Zijn woord dat Hij tot Maryam richtte, en een geest van Hem. Dit zijn de geredden, de beloonden, de gesteunden en de bijgestanen; en wie een enkele van deze eigenschappen tegenspreekt behoort tot de ongelovigen, de onrechtvaardigen, de gedoolden en de onwetenden; en de Eeuwige, de Immense, de Wijze, de Alwetende heeft hen bedreigd: wee dan degenen die ongelovig zijn, bij het aanschouwen van een geweldige dag.

Sadaqa ibn al-Fadl heeft ons verteld: al-Walid heeft ons bericht: al-Awza'i heeft ons verteld: Umayr ibn Hani' heeft mij verteld: Junada ibn Abi Umayya heeft mij verteld: van Ubada ibn as-Samit die zegt: wie getuigt dat er geen godheid is dan Allah, alleen, zonder deelgenoot, en dat Mohamed Zijn dienaar en Zijn boodschapper is, en dat Isa de dienaar van Allah en Zijn boodschapper is, en Zijn woord dat Hij tot Maryam richtte en een geest van Hem, en dat het Paradijs waarheid is en het Vuur waarheid: Allah laat hem door een van de acht poorten die Hij wil het Paradijs binnentreden. En Moeslim heeft haar overgeleverd: van Dawud ibn Rashid: van al-Walid: van Ibn Jabir, met deze tekst, en langs een andere weg van al-Awza'i met deze tekst.

Allah de Verhevene is rein van elk kind

« En zij zeggen: “De Barmhartige heeft zich een zoon toegekend.” Voorwaar, jullie beweren iets vreselijks en onaanvaardbaar. Waardoor de hemelen bijna scheuren, en de aarde bijna splijt en de bergen bijna in stukken vallen, Doordat zij een zoon aan de Barmhartige toeschrijven. Maar het is niet passend voor de Barmhartige dat Hij zich een zoon zou toekennen. Er zal niemand in de hemelen of op aarde terugkeren tot de Barmhartige dan als dienaar. Waarlijk, Hij kent ieder van hen en heeft hen een volle rekening gegeven. En ieder van hen zal op de Dag der Opstanding alleen tot Hem komen. » Soera 19, 88-95

Het wordt duidelijk dat de Verhevene, het kind past Hem niet: omdat Hij de schepper van alle dingen is en hun bezitter, en dat alle dingen arm zijn voor Hem, onderworpen en vernederd bij Hem, en dat alle bewoners van de hemelen en de aarde Zijn dienaren zijn, en dat Hij hun Heer is: er is geen godheid dan Hij, en geen Heer buiten Hem. En zij maakten van de djinn deelgenoten van Allah, terwijl Hij hen schiep, en aan Hem dachten zij zonen en dochters te verzinnen, zonder kennis: glorie aan Hem, en moge Hij zeer ver verheven zijn boven wat zij beschrijven. Schepper van de hemelen en de aarde: hoe zou Hij een kind hebben, terwijl Hij geen metgezellin heeft? Hij schiep alle dingen, en Hij weet alle dingen. Dit is Allah, jullie Heer: er is geen godheid dan Hij: schepper van alle dingen: aanbid Hem dan: Hij is garant van alle dingen. De blikken kunnen Hem niet bereiken, terwijl Hij de blikken bereikt: Hij is de Subtiele, de Geïnformeerde.

Het wordt duidelijk dat Hij de schepper van alle dingen is: hoe zou Hij een kind hebben? En het kind komt slechts van twee met elkaar evenredige wezens; en Allah de Verhevene heeft geen gelijke, geen soortgenoot, geen tegenhanger, geen metgezellin: Hij heeft dus geen kind.

« Zeg: “Hij is Allah, de Enige (zo zou Allah de Enige moeten zijn in onze harten)." Allah de Eeuwige, de Onafhankelijke (waarvan alles en iedereen afhankelijk is). Hij heeft niet verwerkt, noch is Hij verwekt. En er is niets of niemand die met Hem te vergelijken is, (in welk opzicht dan ook).” » Soera 112, 1-4

Het staat dus vast dat Hij geen gelijke heeft in Zijn essentie, noch in Zijn eigenschappen, noch in Zijn daden: de Onaantastbare, namelijk de Heer die de volkomenheid heeft bereikt in Zijn kennis, Zijn wijsheid, Zijn barmhartigheid en al Zijn eigenschappen: Hij heeft niet verwekt, en is niet verwekt door iets vóór Hem, en Hij heeft geen tegenhanger, geen equivalent, geen gelijke; Hij heeft dus de gelijke, de tegenhanger en het equivalent ontkend, en zo is uitgesloten dat Hij een kind heeft, aangezien het kind slechts komt van twee gelijke of nabije wezens; en Allah zij zeer ver boven dit, zeer verheven.

En Hij is zeer heilig: o mensen van het Boek, overschrijd de grenzen niet in jullie godsdienst, en zegt over Allah slechts de waarheid. De Messias, Isa ibn Maryam, is niets dan de boodschapper van Allah: en Zijn woord dat Hij tot Maryam richtte, en een geest van Hem. Geloof dus in Allah en Zijn boodschappers: en zegt niet: drie: houdt op: beter voor jullie: Allah is slechts één enige godheid: glorie aan Hem: dat Hij een kind zou hebben! Aan Hem behoort wat er in de hemelen is en wat er op de aarde is: en Allah volstaat als garant.

« De Messiah zal nooit zo trots zijn om te ontkennen dat hij een slaaf van Allah is, noch de engelen die in de nabijheid (van Allah) zijn. En iedereen die Zijn aanbidding verwerpt en trots is, die zal Hij allen tezamen tot Hemzelf verzamelen. Dus, voor degenen die geloven en goede daden verricht hebben, geeft Hij hun (verdiende) beloning en meer uit Zijn overvloed. Maar degenen die Zijn aanbidding weigeren en trots zijn, zal Hij met een pijnlijke bestraffing straffen. En zij zullen voor zichzelf naast Allah geen beschermer of helper vinden. » Soera 4, 172-173

De Verhevene verbiedt de mensen van het Boek, en wie op hen lijkt, het overschot en de vleierij in de godsdienst, wat de overschrijding van de grens is: de christenen, moge Allah hen vervloeken, hebben overdrijving en vleierij gepleegd omtrent de Messias tot het overschrijden van de grens: hun kwam het toe te geloven dat hij de dienaar van Allah en Zijn boodschapper is, en de zoon van Zijn zuivere en reine dienares, die haar kuisheid bewaarde: Allah zond dus de engel Djibril naar haar, die in haar blies, op bevel van Allah, een uitblazing waaruit zij haar zoon Isa ontving; en wat haar van de engel bereikte is de geest, aan Allah toegeschreven in een toeschrijving van eer en edelheid: en hij is geschapen onder de schepselen van Allah de Verhevene, zoals het huis van Allah, en de kameel van Allah, en de dienaar van Allah.

De geest van Allah werd hem in eer en edelheid toegeschreven, en Isa werd naar hem genoemd: omdat hij door hem was, zonder vader; en hij is evenzo het woord waardoor hij geschapen werd en waardoorheen hij bestond: waarlijk, de gelijkenis van Isa bij Allah is als die van Adam: Hij schiep hem uit stof: zei toen tot hem: wees: en hij was. En: zij zeiden: Allah heeft Zich een kind gegeven: glorie aan Hem: nee: aan Hem behoort wat er in de hemelen en op de aarde is: allen zijn Hem devoot. Schepper van de hemelen en de aarde: en wanneer Hij een zaak beschikt, zegt Hij tot haar slechts: wees: en zij is. En de Joden zeiden: 'Uzayr is de zoon van Allah, en de christenen zeiden: de Messias is de zoon van Allah: dat is hun woord met hun monden: zij bootsen het woord na van degenen die vóór hen ongelovig waren: moge Allah hen bestrijden: hoe zijn zij afgedwaald.

De Verhevene meldde dat de Joden en de christenen, over hen de vloek van Allah, elk van de twee groepen jegens Allah een overdrijving beweerde, en aanhield dat Hij een kind heeft: Allah zij zeer ver boven wat zij zeggen, zeer verheven; en meldde dat zij in wat zij beweren, noch in wat zij improviseren, geen enkele grondslag hebben, behalve het blote woord en de navolging van degenen die hen aan dit gedwaalde woord voorafgingen: hun harten lijken op elkaar. Wat de filosofen betreft, moge Allah hen vervloeken, zij beweerden dat het eerste intellect voortvloeit uit het noodzakelijke bestaan, dat zij de oorzaak der oorzaken en het eerste beginsel noemen; en dat uit het eerste intellect een tweede intellect voortvloeit, en een ziel, en een sfeer; vervolgens uit het tweede evenzo, totdat de intellecten tien bereiken, de zielen negen, en de sferen negen: volgens valse overwegingen die zij vermeldden, en weekgemaakte keuzes die zij naar voren brachten; en om het betoog met hen te ontwikkelen en hun onwetendheid en de zwakte van hun verstand aan te tonen, is er een andere plaats.

En evenzo groepen van de heidenen van de Arabieren: zij beweerden, door hun onwetendheid, dat de engelen de dochters van Allah zijn, en dat Hij zich door huwelijk had verbonden met de vrouwen van de djinn, en dat de engelen uit hen beiden geboren werden: Allah zij zeer ver boven wat zij zeggen. En zij maakten van de engelen, die de dienaren van de Barmhartige zijn, vrouwen: zij waren bij hun schepping aanwezig: hun getuigenis zal worden opgeschreven, en zij zullen worden ondervraagd.

En: zij zeiden: de Barmhartige heeft Zich een kind gegeven: glorie aan Hem: nee: het zijn geëerde dienaren: zij treden Hem niet met woorden voor, en handelen naar Zijn bevel. Hij weet wat voor hen is en achter hen, en zij pleiten alleen voor wie Hij welgevallig is, en zij sidderen van ontzag voor Hem. En wie dan ook van hen zegt: ik ben een godheid buiten Hem: Wij zullen hem met de hel vergelden: zo vergelden Wij de onrechtvaardigen. En de Verhevene heeft gezegd aan de opening van soera al-Kahf: lof zij Allah, die over Zijn dienaar het Boek neerdalaat, en erin geen kronkels maakte: vasthoudend, om van Zijn kant te waarschuwen voor een strenge klap, en de gelovigen die goede daden verrichten de goede tijding te geven dat er voor hen een schone beloning is: waar zij eeuwig zullen blijven: en om te waarschuwen degenen die zeiden: Allah heeft Zich een kind gegeven. Zij hebben daarover geen enkele kennis, noch zij, noch hun vaders: wat een enorm woord komt uit hun monden: zij zeggen slechts leugen.

Zij zeiden: Allah heeft Zich een kind gegeven: glorie aan Hem: Hij is de Zelfgenoegzame: aan Hem behoort wat er in de hemelen en op de aarde is. Jullie hebben daarover geen bewijs: zeggen jullie over Allah wat jullie niet weten? Zeg: waarlijk, degenen die tegen Allah de leugen verzinnen, zullen niet slagen: genot in deze wereld: dan is naar Ons hun terugkeer: dan zullen Wij hen de strenge bestraffing laten proeven, vanwege hun ongeloof.

Deze edele Mekkaanse verzen omvatten het antwoord op alle sekten van de ongelovigen: de filosofen, de heidenen van de Arabieren, de Joden en de christenen, die zonder kennis beweerden dat Allah een kind heeft: glorie aan Hem, en moge Hij zeer ver verheven zijn boven wat de overtredende onrechtvaardigen zeggen, zeer verheven.

De christenen, over hen de vloek van Allah, zijnde de meest in het oog lopenden van dit woord, volhardend tot aan de Dag van de Opstanding, werden veel in de Koran vermeld: om hen te antwoorden, hun tegenstrijdigheid te tonen, de zwakte van hun kennis en de overvloed van hun onwetendheid. En hun woorden over hun ongeloof werden vermenigvuldigd: omdat het valse gedreven, uiteenlopend en tegenstrijdig is, terwijl de waarheid niet uiteenloopt en niet wankelt: en als zij van buiten Allah kwam, zouden zij daarin een overvloedige tegenstrijdigheid vinden. Het blijkt dus dat de waarheid zich verenigt en overeenstemt, en het valse uiteenloopt en wankelt. Een groep van hun gedoolden en onwetenden hield aan dat de Messias Allah is: Allah zij verheven. Hij is de zoon van Allah: Allah zij edel. Hij is de derde van drie: Allah zij verheven. Allah de Verhevene heeft gezegd aan de opening van soera al-Maïda:

« Zeker, in ongeloof zijn zij die zeggen dat Allah de messias, de zoon van Maryam is! Zeg: “Wie heeft er dan de minste kracht tegen Allah, als Hij de messias, de zoon van Maryam moest vernietigen; zijn moeder en allen die op aarde samen zijn? En aan Allah behoort het rijk van de hemelen en de aarde en alles wat daar tussen is. Hij schept wat Hij wil. En Allah is in staat om alles te doen. » Soera 5, 17

De Verhevene meldde hun ongeloof en hun onwetendheid, en toonde dat Hij de Schepper is, machtig in alle dingen, die over alle dingen beschikt, en dat Hij de Heer is van alle dingen, hun Koning en hun godheid. Waarlijk, ongelovig zijn degenen die zeggen: waarlijk, Allah is de Messias, ibn Maryam. En de Messias zei: o Bani Israël, aanbid Allah, mijn Heer en jullie Heer: waarlijk, wie Allah een deelgenoot toekent, hem verbiedt Allah het Paradijs, en zijn toevlucht zal het Vuur zijn: en de onrechtvaardigen hebben geen helpers. Waarlijk, ongelovig zijn degenen die zeggen: waarlijk, Allah is de derde van drie: terwijl er geen godheid is dan één enige godheid: en als zij niet ophouden met wat zij zeggen, zal een pijnlijke bestraffing degenen van hen treffen die ongelovig werden.

Keren zij dus niet terug tot Allah, en vragen zij Hem niet om vergeving? Allah is de Grote Vergever, de Barmhartige. De Messias, ibn Maryam, is niets dan een boodschapper: vóór hem zijn boodschappers voorbijgegaan: en zijn moeder was een waarachtige: beiden aten van voedsel: kijk hoe Wij hun de tekenen duidelijk maken, kijk dan hoe zij afgeleid zijn.

De Verhevene verklaarde hen ongelovig volgens de wet en de beschikking, en meldde dat dit van hen uitging, terwijl de boodschapper tot hen, namelijk Isa ibn Maryam, hun had getoond dat hij een onderhouden, geschapen dienaar is, gevormd in de baarmoeder, oproepend tot het aanbidden van Allah alleen, zonder deelgenoot, en hen bedreigde voor het tegendeel daarvan met het Vuur, het gemis van welslagen in de verblijfplaats van het verblijf, de schande in de andere verblijfplaats, de vernedering en de schaamte: waarlijk, wie Allah een deelgenoot toekent, hem verbiedt Allah het Paradijs, en zijn toevlucht zal het Vuur zijn: en de onrechtvaardigen hebben geen helpers. Toen zei Hij: waarlijk, ongelovig zijn degenen die zeggen: waarlijk, Allah is de derde van drie: terwijl er geen godheid is dan één enige godheid.

Ibn Jarir en anderen hebben gezegd: wat daarmee bedoeld wordt is hun woord over de drie hypostasen: de hypostase van de Vader, de hypostase van de Zoon, en de hypostase van het woord voortgevloeid van de Vader naar de Zoon, volgens hun verschillen tussen de sekte van Marib, dat wil zeggen melkitisch, en de Jacobieten en de Nestorianen, over hen de vloek van Allah: wij zullen de wijze van hun verschillen hierover tonen, en hun drie concilies in de tijd van Qustantin ibn Qastas, die driehonderd jaar na de Messias was, en driehonderd jaar vóór de zending van Mohamed. En: terwijl er geen godheid is dan één enige godheid: dat wil zeggen: er is geen godheid dan Allah alleen, zonder deelgenoot, zonder gelijke, zonder tegenhanger en zonder metgezellin, zonder kind. En als zij niet ophouden met wat zij zeggen, zal een pijnlijke bestraffing degenen van hen treffen die ongelovig werden. Vervolgens riep Hij hen, met Zijn barmhartigheid en Zijn zachtheid, tot het berouw en het vragen om vergeving van deze zware en immense zaken die het Vuur verdienen: keren zij dus niet terug tot Allah, en vragen zij Hem niet om vergeving?

Allah is de Grote Vergever, de Barmhartige. Vervolgens zette Hij de toestand uiteen van de Messias en zijn moeder: dat hij een dienaar is, een boodschapper, en dat zijn moeder een waarachtige is, dat wil zeggen dat zij geen ontuchtige is, zoals de Joden zeggen, moge Allah hen vervloeken; en daarin bevindt zich een bewijs dat zij geen profeetsvrouw is, zoals een groep van onze geleerden heeft beweerd. Beiden aten van voedsel: verwijzing naar hun uitgang, beiden, zoals het restant van de mensen uitgaat: en wie op deze rang is, hoe zou hij een godheid zijn? Allah zij zeer ver boven hun woord en hun onwetendheid, zeer verheven.

Wat bedoeld wordt met Zijn woorden: waarlijk, ongelovig zijn degenen die zeggen: waarlijk, Allah is de derde van drie, is hun bewering omtrent Isa en zijn moeder, dat zij twee godheden zijn naast Allah; zoals de Verhevene heeft getoond door hun ongeloof uit te spreken met Zijn woorden aan het einde van deze edele soera:

« En (gedenk) dat Allah zal zeggen: “O Isa, zoon van Maryam! Heb jij tegen de mensen gezegd: “Aanbid mij en mijn moeder als twee goden naast Allah?” Zal hij zeggen: “Verheerlijkt zij U! Het was niet aan mij om te zeggen waartoe ik geen recht had. Als ik zo iets gezegd had, dan zou U dat zeker geweten hebben. U weet wat in Mijn binnenste is, terwijl ik niet weet wat in U is, waarlijk, U en alleen U bent de Alwetende van alles wat verborgen en onzichtbaar is.

Nooit heb ik tegen hen gezegd, behalve wat U mij bevolen heeft te zeggen: “Aanbid Allah, mijn Heer en jullie Heer”, en ik was een getuige van hen, terwijl ik onder hen verbleef, maar toen U mij tot U nam werd U de Waker over hen, en U bent een getuige van alle zaken. Als U hen straft, zijn zij Uw slaven, en als U hen vergeeft, waarlijk U en alleen U bent de Almachtige, de Alwijze." » Soera 5, 116-118

De Verhevene meldt dat Hij Isa ibn Maryam op de Dag van de Opstanding zal ondervragen, om hem te eren, en om Zijn aanbidders te gekscheren en te verwijten, degenen die over hem gelogen hebben, vervalst hebben, en beweerd hebben dat hij de zoon van Allah is, of dat hij Allah is, of dat Hij Zijn deelgenoot is: Allah zij zeer ver boven wat zij zeggen. Hij zal hem dus ondervragen, terwijl Hij weet dat het er niets van is: bent jij het die tot de mensen hebt gezegd: neem mij, mijn moeder en mij, als twee godheden buiten Allah? Hij zal zeggen: glorie aan U: dat wil zeggen: U bent te ver verheven om een deelgenoot te hebben: dit verdient niemand anders dan U. Als ik het had gezegd, U had het geweten: U weet wat er in mij is, en ik weet niet wat er in U is: waarlijk, U bent de Grote Kenner van het verborgene: en dit is een grote beleefdheid in de ondervraging en het antwoord.

Ik heb tot hen slechts gezegd wat U mij bevalt, toen U mij tot hen zond en over mij het Boek openbaarde dat tot hen werd voorgedragen: aanbid Allah, mijn Heer en jullie Heer: dat wil zeggen: mijn schepper en jullie schepper, mijn voorziener en jullie voorziener. U verhief mij tot U toen zij mij wilden doden en kruisigen: U had medelijden met mij en redde mij van hen, en wierp mijn gestalte op een van hen, totdat zij zich aan hem wreken. Toen dat geschiedde, was het U die hun waarnemer was: en U bent getuige van alle dingen. Vervolgens zei hij, als overdracht aan de Heer: als U hen straft, zijn zij Uw dienaren: dat wil zeggen: en zij verdienen dit.

En als U hen vergeeft, waarlijk, U bent de Almachtige, de Wijze; en deze overdracht en deze terugverwijzing naar de wil, voorzien van de voorwaarde, eisen niet dat het geschiedt: waarlijk, U bent de Almachtige, de Wijze, de Grote Vergever, de Barmhartige.

Wij hebben in de tafsir vermeld wat imam Ahmad overleverde, van Abu Dharr: dat de boodschapper van Allah zei: als U hen straft, zijn zij Uw dienaren: en als U hen vergeeft, waarlijk, U bent de Almachtige, de Wijze; en hij zei: ik heb mijn Heer om de voorspraak voor mijn gemeenschap gevraagd, en Hij verleende haar mij: zij zal bereikt worden, als Allah wil. En: Wij hebben de hemel, de aarde en wat tussen hen beiden is niet zonder ernst geschapen: als Wij een verstrooiing hadden gewild, Wij zouden haar van Onzelf hebben genomen: als Wij handelenden waren geweest. Nee: Wij werpen de waarheid tegen het valse: het verbrijzelt het: en zie, het is tenietgedaan: en wee jullie voor wat jullie beschrijven. En aan Hem behoort wie er in de hemelen en op de aarde is: en degenen die bij Hem zijn versmaden het niet om Hem te aanbidden, en worden niet moe: zij verheerlijken Hem dag en nacht, zonder verflauwen.

Als Allah Zich een kind had willen geven, Hij zou van wat Hij schiep gekozen hebben wat Hij wil: glorie aan Hem: Hij is Allah, de Enige, de Overheerser. Hij schiep de hemelen en de aarde met waarheid: Hij rolt de nacht om de dag, en rolt de dag om de nacht: en Hij onderwierp de zon en de maan: elk loopt naar een genoemde termijn: is Hij niet de Almachtige, de Grote Vergever. Zeg: als de Barmhartige een kind had, ik zou de eerste van de aanbidders zijn. Glorie aan de Heer van de hemelen en de aarde, Heer van de Troon, boven wat zij beschrijven.

En: zeg: lof zij Allah, die Zich geen kind heeft gegeven, en geen deelgenoot heeft in het koningschap, en geen bondgenoot van vernedering heeft: en verheerlijk Hem groots. Zeg: Hij is Allah, de Ene: Allah, de Onaantastbare: Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt: en niemand is Zijn gelijke. En het staat vast in de hadith, van de boodschapper van Allah, dat hij zei: Allah de Verhevene zegt: de zoon van Adam heeft Mij beledigd, terwijl het hem niet toekomt: hij beweert dat Ik een kind heb, terwijl Ik de Ene ben, de Onaantastbare, die niet heb verwekt, noch ben verwekt, en die geen gelijke heb. En er bevindt zich in de Sahih evenzo, van de boodschapper van Allah: niemand is geduldiger dan Allah tegenover het kwaad dat Hij hoort: zij geven Hem een kind, terwijl Hij hen voorziet en hen geneest.

Maar het staat vast in de Sahih evenzo, van de boodschapper van Allah: waarlijk, Allah laat de onrechtvaardige lopen; en dit is de greep van jouw Heer wanneer Hij de onrechtvaardige steden greep: waarlijk, Zijn greep is pijnlijk, streng. En hoeveel steden lieten Wij lopen terwijl zij onrechtvaardig waren, toen grepen Wij hen: en naar Ons is de terugkeer. Wij zullen hen een weinig laten genieten: dan drijven Wij hen tot een ruwe bestraffing. Zeg: waarlijk, degenen die tegen Allah de leugen verzinnen, zullen niet slagen: genot in deze wereld: dan is naar Ons hun terugkeer: dan zullen Wij hen de strenge bestraffing laten proeven, vanwege hun ongeloof.

Laat dan de ongelovigen: geef hun een langzaam gegeven uitstel.

Oorsprong van Isa ibn Maryam, en uiteenzetting van het begin van de openbaring tot hem vanwege Allah de Verhevene.

Er is al gezegd dat hij geboren werd in Bayt Lahm, nabij Bayt al-Maqdis; en Wahb ibn Munabbih hield aan dat hij in Egypte geboren werd, en dat Maryam reisde, zij en Yusuf ibn Ya'qub de timmerman, een ezelin berijdend. Er is niets tussen hen en de schandelijke beschuldiging; en dat komt niet vast te staan: en de hierboven vermelde hadith is een bewijs dat zijn geboorte in Bayt Lahm was, zoals wij gezegd hebben; en wat haar tegenstaat is vals.

Wahb ibn Munabbih heeft vermeld dat, toen hij geboren werd, de afgoden op die dag in de oosten van de aarde en haar westen neervielen, en dat de duivels erdoor verstoord werden, totdat Iblis de grote hun de zaak van Isa openbaarde: zij vonden hem in de schoot van zijn moeder, met de engelen die hem omringden; en dat er een grote ster aan de hemel verscheen, en dat de koning der Perzen schrok van haar verschijning, en de waarzeggers erover ondervroeg: zij antwoordden hem dat het de geboorte was van een groot man op de aarde. Hij zond dus zijn gezanten, met goud, mirre en wierook, als geschenk aan Isa. Toen zij in Syrië aankwamen, ondervroeg de koning van dit land hen over wat hen bragte: zij brachten het hem over; hij ondervroeg over de tijd: nu was het in dit land dat Isa ibn Maryam bij Bayt al-Maqdis geboren werd, en zijn zaak verspreidde zich vanwege zijn toespraak in de wieg. Hij zond hen dus naar hem met wat zij hadden, en zond met hen iemand die hem voor hen herkende, om hem te kunnen doden wanneer zij zich van hem zouden hebben verwijderd.

Toen zij bij Maryam met de geschenken aankwamen, en vertrokken, zei degene die gezonden was: waarlijk, de gezanten van de koning van Syrië zijn slechts gekomen om jouw zoon te doden. Zij droeg hem dus weg, en vertrok met hem naar Egypte, en resideerde daar tot zijn leeftijd twaalf jaar bereikte, en er verschenen wonderen en prodigieën van hem in zijn vroege kindsheid. Zij vermeldde eronder dat de landheer bij wie zij resideerden een bezit van zijn huis verloor; en zijn huis werd slechts bewoond door de armen, de zwakken en de behoeftigen: hij wist niet wie het had genomen, en dat drukte op Maryam, en was pijnlijk voor de mensen en voor de heer van het huis, en zijn zaak vermoeide hen. Toen Isa dit zag, richtte hij zich tot een blinde man, en tot een andere verlamde, onder degenen die de plaats frequenteerden: draag deze verlamde, en hef hem op.

Ik kan dat niet doen. Toch, op dezelfde wijze zoals jij hebt gedaan, jij en hij, toen jullie dit bezit uit deze grot van het huis namen. Toen hij dit zei, bevestigden zij zijn woord, en kwamen met het bezit terug: Isa werd groot in de ogen van de mensen, al was hij zeer klein.

Onder dit ook: de zoon van de landheer bereidde een gastvrijheid voor de mensen vanwege de zuiverheid van zijn kinderen. Toen de mensen zich verzamelden en hij hen spijzekerde, wilde hij hen vervolgens een drank geven: hij bedoelde wijn, zoals zij dat in die tijd deden: hij vond niets in zijn kruiken. Dat was hem pijnlijk; en toen Isa dit van hem zag, stond hij op en begon langs deze kruiken te passeren, zijn hand over hun openingen strijkend: en hij deed dit bij geen enkele kruik of zij werd gevuld met een drank van de beste dranken. De mensen verwonderden zich er sterk over, verhieven hem, en boden hem, hem en zijn moeder, een overvloedig bezit aan: zij weigerden, en vertrokken naar Bayt al-Maqdis. En Allah weet het beter.

Uthman ibn as-Saji en anderen hebben ons bericht: van Musa ibn Wardan: van Abu Nadra: van Abu Sa'id; en van Makhul: de eerste keer dat Allah de tong van Isa ibn Maryam losmaakte, na de toespraak die hij als kind sprak, verheerlijkte hij Allah met een verheerlijking waarvan de oren nooit een gelijke hadden gehoord: Allah, U bent de Nabi in Uw hoogte, de Verhevene in Uw nabijheid, de Verhevene boven alle dingen van Uw schepping: U bent Degene die zeven hemelen in de lucht heeft geschapen door Uw woorden, harmonieuze gewelven: ik zag hen toen zij rook waren van Uw scheur: zij kwamen gehoorzaam aan Uw bevel, en in hen zijn Uw engelen die Uw heiligheid verheerlijken voor Uw heiliging: en U legde erin een licht op de donkerte van de duisternissen, en een helderheid van het licht van de zon overdag: en U legde erin de donder die prijst met de lof: door Uw edelheid, verstrooi het licht van Uw duisternissen: en U legde erin lampen waarmee in de duisternissen de gedoolde zich oriënteert: gezegend zij U, o Allah, in wat U uitgespreid heeft van Uw hemelen, en in wat U effende van Uw aarde: U effende haar op het water: U maakte haar vast op de stroom van de diepe golf: U onderwierp haar zoals het zuiverende water zich onderwierp: haar harde weekte zich aan Uw gehoorzaamheid, en haar aangelegenheid mat zich naar Uw bevel, en haar golven onderwierpen zich aan Uw edelheid:

U deed in haar, na de zeeën, de rivieren ontspringen, en na de rivieren de kanaaltjes, en na de kanaaltjes de bronnen van de overvloedige waterputten: vervolgens liet U eruit voortkomen de rivieren, de bomen en de vruchten: toen legde U op haar rug de bergen: U verankerde ze als palen op de rug van het water: haar stenen en haar rotsen gehoorzaamden: gezegend zij U, o Allah: wie bereikt, door zijn beschrijving, Uw beschrijving? Of wie bereikt, door zijn hoedanigheid, Uw hoedanigheid?

U spant de wolk uit, en U ontbindt de jarretelbanden, en U oordeelt de waarheid: en U bent de beste van de rechters: er is geen godheid dan U: glorie aan U: U heeft bevolen dat wij U om vergeving vragen voor elke zonde: er is geen godheid dan U: glorie aan U: U heeft de hemelen voor de mensen gesluierd: er is geen godheid dan U: glorie aan U: U vreest onder Uw dienaren niemand dan de helderzienden: wij getuigen dat U geen godheid bent die wij hebben uitgevonden, noch een heer wiens vermelding uitdooft, noch dat er bij U deelgenoten waren die met U oordelen, opdat wij hen met U aanroepen, en dat niemand U heeft geholpen ons te scheppen, opdat wij aan U twijfelen: wij getuigen dat U Eén bent, Onaantastbaar: U heeft niet verwekt, noch bent verwekt, en U heeft geen gelijke.

Ishaq ibn Bishr heeft gezegd, van Juwaybir en Muqatil, van ad-Dahhak: Isa ibn Maryam hield zich na dat hij als kind tot hen had gesproken van het spreken terug, tot hij de leeftijd der jongelingen bereikte; toen maakte Allah hem daarna spreken met wijsheid en welsprekendheid. De Joden zeiden veel over hem en over zijn moeder: zij noemden hem zoon van de ontuchtige; en vanwege hun ongeloof en hun woord over Maryam, een geweldige laster. Toen hij zeven jaar bereikte, plaatste zijn moeder hem op school: de onderwijzer onderrichtte hem niets of hij haalde het in. Hij onderwees hem: Abu Jad. Wat is Abu Jad? Ik weet het niet. Hoe zou jij mij onderwijzen wat jij niet weet? Onderwijs het mij dan. Sta op van jouw plaats. Vraag het mij. Wat is Abu Jad? De alif: de gunsten van Allah; de ba: de glans van Allah; de djim: de blijdschap van Allah en Zijn schoonheid. De onderwijzer verwonderde zich erover, en was de eerste die Abu Jad uitlegde.

Vervolgens vermeldde hij dat Uthman de boodschapper van Allah hierover ondervroeg, en dat hij hem bij elk woord, woord voor woord antwoordde: in een lange, vervalste, onbetwistbare en betwistloze hadith.

Evenzo bracht Ibn 'Adi over, uit de hadith van Ismail ibn Ayyash: van Ismail ibn Yahya: van Ibn Mulayka: van degene die hem had overgeleverd: van Ibn Mas'ud; en van Mis'ar ibn Kidam: van 'Atiyya: van Abu Sa'id, de hadith tot de Profeet teruggevoerd over de intocht van Isa op school, en het onderwijs van de betekenis van de letters van Abu Jad door de onderwijzer: een lange hadith waarover men zich niet verheugt. Vervolgens zei Ibn 'Adi: deze hadith, met deze keten, is vals: niemand anders dan Ismail overlevert haar.

Ibn Lahi'a bracht over: van Abd Allah ibn Hubayra: Abd Allah ibn Salam zei: Isa ibn Maryam speelde als kind met de kinderen: ik wil jou meedelen wat jouw moeder voor jou heeft verborgen. Ja. Jouw moeder heeft jou dit en dit verborgen. Geef mij te eten van wat jij mij hebt verborgen. En welk ding heb ik jou verborgen? Dit en dit. Wie heeft jou daarvan op de hoogte gebracht? Isa ibn Maryam. Bij Allah, als jullie deze kinderen bij het zoontje van Maryam laten, hij zal hen zeker verdorven maken. Zij verzamelden hen dus in een huis en sloten hen op: Isa kwam hen zoeken en vond hen niet; hij hoorde hun geraas in een huis, en informeerde ernaar: dit zijn niets dan apen en varkens. Allah, laat het zo zijn. En het was zo. Ibn Asakir heeft haar overgeleverd.

Ishaq ibn Bishr heeft gezegd, van Juwaybir en Muqatil, van ad-Dahhak, van Ibn Abbas: en Isa zag de wonderen in zijn kindsheid, door een inspiratie van Allah: dit verspreidde zich bij de Joden, en Isa werd beroemd; en de Bani Israël dachten aan hem. Zijn moeder kreeg angst voor hem: en Wij maakten van de zoon van Maryam en zijn moeder een teken, en gaven hun als verblijf een verheven plek, rustig en rijk aan water.

De voorgangers en de exegeten verschilden over wat deze verheven plek betekent die Allah beschreef met te zeggen dat zij rustig is en rijk aan water; en het is een vreemde beschrijving van vorm: namelijk dat zij een verheven plek is, namelijk de verheven plaats van de aarde, waarvan het bovenste plat en vast is; verheven, zij is ruim; en verheven, er bevindt zich in haar een bron van levend water: die vrij loopt over het oppervlak van de aarde. De bedoelde plaats is die waar de Messias geboren werd, en het is de standplaats van Bayt al-Maqdis; daarom riep hij haar eronder: wees niet verdrietig: jouw Heer heeft aan jouw voeten een stroompje gelegd: het is het kleine riviertje, volgens de mening van de meerderheid van de voorgangers.

En er is van Ibn Abbas overgeleverd, met een schone keten, dat het de rivieren van Damascus zijn: misschien wilde hij deze plaats vergelijken met de rivieren van Damascus. Dit in Egypte, zoals heeft aangehouden wie het onder de mensen van het Boek heeft aangehouden en wie het van hen overnam. En Allah weet het beter. Het is ar-Ramla.

Idris zei tot ons, van zijn grootvader Wahb ibn Munabbih: toen Isa dertien jaar bereikte, beval Allah hem terug te keren van het land van Egypte naar Bayt Ilya. Yusuf, de moeders-neef van zijn moeder, kwam tot hem, droeg hen op een ezel, totdat hij hen naar Ilya bracht, en hij resideerde er totdat Allah hem het Evangelie openbaarde, en hem de Tora onderwees, en hem verleende de opwekking van de doden, de genezing van de ziekten, en de kennis van de verborgenen, van wat zij in hun huizen oppotten. De mensen spraken over zijn komst, en haastten zich naar de wonderen die van hem kwamen: zij begonnen zich erover te verwonderen: hij riep hen dus tot Allah: zijn zaak verspreidde zich onder hen.

Uiteenzetting van de openbaring van de vier Boeken en hun tijdperken.

Abd Allah ibn Salih heeft ons verteld: Mu'awiya ibn Salih heeft mij verteld: de Tora werd geopenbaard aan Musa in zes nachten van de maand Ramadan; en de Zaboer daalde op Dawud in twaalf nachten van de maand Ramadan, en dat vierhonderdtweeëntachtig jaar na de Tora; en het Evangelie werd geopenbaard aan Isa ibn Maryam in achttien nachten van de maand Ramadan, duizend jaar en vijftig jaar na de Zaboer; en de Furqan werd geopenbaard aan Mohamed, over hem het gebed en het heil, in vierentwintig nachten van de maand Ramadan. Wij hebben in de tafsir vermeld, bij het woord: de maand van Ramadan, waarin de Koran werd geopenbaard, de hadiths die erover zijn overgekomen: en er bevindt zich onder hen dat het Evangelie geopenbaard werd aan Isa ibn Maryam in achttien nachten van de maand Ramadan.

Ibn Jarir heeft in zijn tafsir vermeld dat het op hem werd geopenbaard terwijl hij dertig jaar was, en dat hij bleef tot hij naar de hemel werd verheven, terwijl hij drieëndertig jaar was: zoals de uiteenzetting zal komen, als Allah de Verhevene wil.

Sa'id ibn Abi Aruba bracht ons bericht: van Qatada; en Muqatil: van Qatada: van Abd ar-Rahman ibn Adam: Allah openbaarde aan Isa ibn Maryam: o Isa, wees ijverig in Mijn bevel, en wees niet zwak: hoor en gehoorzaam, o zoon van de reine zuivere maagd: jij bent van een vrouwelijk wezen zonder mannelijk wezen, en ik schiep jou, een teken voor de werelden: aanbid Mij dus, en stel in Mij jouw vertrouwen: neem het Boek met kracht: leg het uit aan de mensen van Syrië: breng over aan degenen die vóór jou zijn dat Ik de Levende ben, de Vaste, die niet verdwijnt: gelooft in de analfabete Arabische profeet, de drager van de kameel en van de kroon, die de tulband is, en van de staf en van de beide sandalen, en van de wandelstaf, die het riet is: met brede ogen, met hoge jukbeenderen, met heldere wangen, met krullend haar, met dikke baard, met samengevoegde wenkbrauwen, met fijne neus, met glanzende tanden, met uitstaande kin, waarvan de hals lijkt op een kruik van zilver: en alsof het goud vloeide tussen zijn twee sleutelbeenderen: hij heeft haar van de nek tot de navel, vloeiend als een rietstengel: er is op zijn buik en op zijn borst geen ander haar: breed van handpalmen en voeten: wanneer hij zich wendt, wendt hij zich geheel: en wanneer hij wandelt, lijkt hij zich los te maken van de rots en van een helling af te dalen: zijn zweet is op zijn gezicht als parels: en de adem van de muskus komt eruit: men heeft vóór hem noch na hem een gelijke gezien:

mooi van gestalte, van aangename geur: trouwend met de vrouwen: weinig nageslacht: zijn nageslacht is slechts van een gezegende vrouw, wiens huis, in het Paradijs, van qasab is, zonder moeite of tumult: jij zult hem verheffen, o Isa, aan het einde der tijden, zoals Zakariya jouw moeder verhief: van haar zijn er twee kleine martelaren: en hij heeft bij Mij een rang die geen van de mensen heeft: zijn woord is de Koran, en zijn godsdienst is de islam: en Ik ben de Heilstaat: gelukkig wie zijn tijd bereikt, zijn dagen ziet en zijn woord hoort.

Uiteenzetting van wat de boom van Tubba is.

O Heer: en wat is Tubba? Het is een boom die Ik met Mijn hand heb geplant: hij is voor alle tuinen: zijn wortel is van het goddelijk welgevallen, zijn water van het Tasnim, zijn frisheid is de frisheid van de kamfer, zijn smaak de smaak van de gember, zijn geur de geur van de muskus: wie er één slok van drinkt, zal daarna nooit meer dorst hebben. O Heer: geef mij ervan te drinken. Het is de profeten verboden ervan te drinken totdat deze profeet drinkt: en het is de gemeenschappen verboden ervan te drinken totdat de gemeenschap van deze profeet drinkt. O Isa: ik zal jou tot Mij verheffen. O Heer: waarom zou U mij verheffen? Ik zal jou verheffen, en jou vervolgens aan het einde der tijden doen neerdalen: om de wonderen van de gemeenschap van deze profeet te zien, en hen bij te staan tegen de strijd van de vervloekte Dadjjal. Ik zal jou doen neerdalen op de tijd van een gebed, en jij zult dan niet met hen bidden: omdat het een gemeenschap is aan wie men barmhartigheid heeft betoond, en er is geen profeet na hun profeet.

Hisham ibn Ammar heeft gezegd: van al-Walid ibn Muslim: van Abd ar-Rahman ibn Zayd: van zijn vader: O Heer: deel mij mee deze gemeenschap aan wie men barmhartigheid heeft betoond. Het is de gemeenschap van Ahmad: zij hebben geleerden en wijzen alsof zij profeten zijn: zij stellen zich met Mij tevreden met de weinige gave, en Ik ben met hen tevreden met de weinige daad: en Ik zal hen het Paradijs doen binnentreden: er is geen godheid dan Allah. O Isa: zij zullen de talrijkste bewoners van het Paradijs zijn: omdat de tongen van een volk nooit zijn neergedrukt door: er is geen godheid dan Allah, zoals hun tongen zijn neergedrukt; en de nekken van een volk zijn nooit neergedrukt door de neerbuiging zoals hun nekken zijn neergedrukt. Ibn Asakir heeft haar overgeleverd.

En er is overgeleverd langs de weg van Abd ibn Badil al-'Uqayli: van Abd Allah ibn Awsaja: Allah openbaarde aan Isa ibn Maryam: o Isa, o zoon van de reine maagd, huil over jezelf de dagen van het leven: huil zoals huil degene die zijn familie verlaat en wiens wereld arm is, die de genoegens aan zijn mensen achterlaat, en wiens verlangen opstijgt naar wat bij zijn Allah is: en wees daarin zacht van woord, de groet verspreidend: en wees wakker wanneer de ogen van de rechtschapenen slapen: pas op voor wat komt van de zaak van de terugkeer, en voor de schokken van de harde beproevingen, voordat noch familie noch bezit nog nuttig is: en maak jouw oog op met het kohl van de droefheid, wanneer de luien lachen: en wees daarin geduldig, vertrouwend op Allah: gelukkig jij als jou komt wat Ik aan de geduldigen heb beloofd: proef de smaak van wat jou is ontglipt: waar is zijn smaak? En wat jou niet is gekomen: wat is zijn zoetheid?

Neem dan van de wereld wat volstaat: en laat het ruwe en harde jou volstaan: jij hebt gezien waarnaar men gaat: handel voor een afrekening: jij wordt ondervraagd: als jouw oog zag wat Ik voor Mijn rechtschapene bondgenoten heb bereid, jouw hart zou smelten, en jouw ziel zou verdwijnen.

Aboe Dawoed heeft gezegd in zijn boek: Muhammad ibn Yahya ibn Faris heeft ons verteld: Abd ar-Razzaq heeft ons verteld: Ma'mar heeft ons verteld: van az-Zuhri; en van Ibn Tawus: van zijn vader: Isa ibn Maryam ontmoette Iblis: weet je niet dat jou slechts zal treffen wat voor jou is opgeschreven? Klim dus naar de top van deze berg, en werp je: jij zult zien of jij leeft of niet. Ibn Tawus zei: toen zei Isa: weet je niet dat Allah heeft gezegd: Mijn dienaar stelt Mij niet op de proef: want Ik doe wat Ik wil? De dienaar stelt zijn Heer niet op de proef, maar het is Allah die Zijn dienaar op de proef stelt.

Ahmad ibn 'Abda heeft ons verteld: Sufyan heeft ons bericht: van Amr: de duivel kwam tot Isa ibn Maryam: beweert jij niet dat je waarachtig bent? Kom dan hier en werp je. Wee jou! Heeft Hij niet gezegd: o zoon van Adam, ondervraag Mij niet over de vernietiging van jouw ziel: want Ik doe wat Ik wil?

Abu Tuba ar-Rabi' ibn Nafi' heeft ons verteld: Husayn ibn Talha heeft ons verteld: ik hoorde Khalid ibn Yazid zeggen: de duivel aanbad met Isa tien jaar, of twee jaar: op een dag stond hij aan de rand van een berg: zie jij, als ik mij wierp, zou mij slechts treffen wat voor mij is opgeschreven? Ik ben niet degene die zijn Heer op de proef stelt: maar mijn Heer, als Hij wil, zal mij op de proef stellen. En hij wist dat het de duivel was, en verliet hem.

Surayj ibn Yunus heeft ons verteld: Ali ibn Thabit heeft ons verteld: van al-Khattab ibn al-Qasim: van Abu Uthman: Isa, toen de duivel tot hem zei: ben jij degene die aanhoudt dat alle dingen bij beschikking en voorbestemming zijn? Ja. Werp dan jouw ziel van deze berg, en zeg: beschikking over mij. O vervloekte: Allah stelt de dienaren op de proef, en de dienaren stellen Allah niet op de proef.

Al-Fadl ibn Musa al-Basri heeft ons verteld: Ibrahim ibn Bashshar heeft ons verteld: Isa ibn Maryam ontmoette Iblis: o Isa ibn Maryam, ben jij degene wiens heerschappij zo groot was dat hij als kind in de wieg sprak, en dat niemand vóór hem erin had gesproken? De heerschappij is eerder voor de godheid die mij deed spreken, mij daarna zal doen sterven, en mij vervolgens zal opwekken. Ben jij degene wiens heerschappij zo groot was dat hij de doden opwekt? De heerschappij is eerder voor Allah die doet leven en sterven: en als jij opwekt, is het Hij die opwekt.

Bij Allah, jij bent een godheid in de hemel, en een godheid op de aarde. Djibril sloeg hem met een vleugelslag, en hij bereikte niet minder dan de horens van de zon; toen sloeg hij hem met een tweede vleugelslag, en hij bereikte niet minder dan het oog dat behoudt; toen sloeg hij hem met een derde, en bracht hem in de zevende zee, en dompelde hem daarin tot hij het kokende water proefde: niemand heeft ooit van iemand ontvangen wat ik van jou heb ontvangen, o zoon van Maryam.

Abu al-Hasan ibn Rizqawayh heeft mij bericht: Abu Bakr Ahmad ibn Sindi heeft ons bericht: Abu Mohamed al-Hasan ibn Ali al-Qattan heeft ons verteld: Ismail ibn Isa al-'Attar heeft ons bericht: Ali ibn 'Asim heeft ons bericht: Abu Salama Suwayd heeft mij verteld: van sommigen van zijn metgezellen: Isa bad bij Bayt al-Maqdis, en keerde toen terug; en toen hij op een helling was, verscheen Iblis aan hem en hield hem tegen: het past jou niet een dienaar te zijn. Hij zei veel over hem, en Isa strende zich ervan los te komen, zonder het te bereiken: het past jou niet, o Isa, een dienaar te zijn. Isa smekte dus zijn Heer aan: Djibril en Mikail kwamen: toen Iblis hen zag, stopte hij; en toen zij zich met hem op de helling hadden opgesteld, omringden zij Isa, en Djibril sloeg Iblis met zijn vleugel: hij wierp hem in de diepte van het dal.

Iblis kwam weer naar hem, wetend dat zij geen ander bevel hadden ontvangen: ik heb jou meegedeeld dat het jou niet past een dienaar te zijn: jouw toorn is niet de toorn van een dienaar: jij hebt gezien wat ik van jou heb ontvangen toen je toornig werd; maar ik roep jou tot een zaak die voor jou is: ik beveel de duivels: gehoorzaam hem dus: wanneer de mens zal zien dat de duivels hem gehoorzamen, hij zal hem aanbidden: ik zeg niet dat jij een godheid bent die geen andere godheid bij zich zou hebben: maar Allah zal een godheid zijn in de hemel, en jij zult een godheid zijn op de aarde. Toen Isa dit van hem hoorde, smekte hij zijn Heer aan en schreeuwde een hevige schreeuw: zie, Israfil daalde neer: Djibril en Mikail keken naar hem: Iblis stopte; en toen hij zich bij hen had opgesteld, sloeg Israfil Iblis met zijn vleugel: hij zond hem naar het oog van de zon; toen sloeg hij hem met een tweede slag: Iblis begon te vallen, en passeerde langs Isa die op zijn plaats was gebleven: o Isa, ik heb van jou vandaag een intense vermoeidheid ontvangen.

Hij wierp hem naar het oog van de zon: hij vond zevenduizend engelen aan het oog dat behoudt: zij overgieten hem: telkens wanneer hij eruit kwam, gieten zij hem met dit kokende water: en bij Allah kwam hij niet meer naar hem terug.

Ismail al-'Attar heeft ons verteld: Abu Hudhayfa heeft ons verteld: zijn duivels verzamelden zich bij hem: onze heer, jij hebt vermoeidheid ontvangen. Het is een behoede dienaar: ik heb geen weg over hem; en ik zal door hem veel mensen doen dwalen, en ik zal onder hen uiteenlopende opvattingen verspreiden, en ik zal hen sekten maken: zij zullen hem en zijn moeder twee godheden maken buiten Allah.

En Allah liet neerdalen, onder dat waarmee Hij Isa steunde en hem van Iblis behoedde, een Koran die Zijn gunst over Isa vermeldt: o Isa ibn Maryam, herinner Mijn gunst over jou en over jouw moeder, toen Ik jou ondersteunde met de geest van heiligheid: dat wil zeggen: toen Ik jou versterkte met de geest van heiligheid, die Djibril is: jij zult tot de mensen spreken in de wieg en op volwassen leeftijd; en toen Ik jou het Boek onderwees: dat wil zeggen het Evangelie, en de Tora, en de wijsheid; en toen Ik de Bani Israël van jou terugbracht; en toen Ik voor jou van de armen maakte vertrouwden, metgezellen en helpers met wie jij tevreden bent, metgezellen en helpers die met jou tevreden zijn, geleid en tot het Paradijs gevoerd.

Let dus op: dit zijn twee immense karakters: wie Mij daarmee ontmoet, ontmoet Mij met de zuiverste en meest welgevallige schepselen bij Mij: wij hebben gevast en U hebt ons vasten niet aanvaard; wij hebben gebeden en U hebt ons gebed niet aanvaard; wij hebben aalmoezen gegeven en U hebt onze aalmoezen niet aanvaard; wij hebben geweend, als het gebrul van de kameel, en U had geen medelijden met ons geween. En waarom dat? En wat weerhoud mij daaraan: dat Mijn hand arm geworden is? Zijn de schatten van de hemelen en de aarde niet in Mijn hand: Ik besteed ervan zoals Ik wil?

Of treft Mij de gierigheid? Ben Ik niet de vrijgevigste wanneer men vraagt, en de ruimste wanneer men geeft? Of is Mijn barmhartigheid gekrompen? De barmhartigen betonen alleen barmhartigheid door Mijn gunst.

Maar deze mensen, o Isa ibn Maryam, rekenden zichzelf bij door de wijsheid die in hun harten zaait wat zij van de wereld bemachtigden, met voorrang op het andere wereld: zij wisten niet waarvandaan zij kwamen: en dan zouden zij geweten hebben dat hun zielen de meeste vijanden van de vijanden voor hen zijn. En hoe zou ik hun vasten aanvaarden, terwijl zij zich ermee versterken met de verboden spijzen? En hoe zou ik hun gebed aanvaarden, terwijl hun harten neigen naar degenen die Mij bestrijden en Mijn verbodene toegestaan maken? En hoe zou ik hun aalmoezen aanvaarden, terwijl zij er de mensen van afnemen, ze op verboden wijze nemend?

O Isa: Ik vergeld slechts zijn mensen: en hoe zou ik barmhartigheid betonen aan hun geween, terwijl hun handen druppelen van de bloedstroom van de profeten? Ik heb mij in toorn over hen vergroot. O Isa: Ik heb op de dag waarop Ik de hemelen en de aarde schiep beschikt dat wie Mij aanbidt, en over jou spreekt volgens Mijn woorden, ik van hem jouw buurman in de verblijfplaats maak, en jouw metgezel in de verblijven, en jouw deelgenoot in de edelheid. En Ik heb op de dag waarop Ik de hemelen en de aarde schiep beschikt dat wie jou en jouw moeder neemt als twee godheden buiten Allah, ik hem op de laagste trede van het Vuur plaats.

En Ik heb op de dag waarop Ik de hemelen en de aarde schiep beschikt dat ik dit bevel vestig door de handen van Mijn dienaar Mohamed, door wie Ik de profeten en de boodschappers zal verzegelen: zijn geboorte is in Mekka, zijn emigratie naar Tayba, en zijn koningschap in Syrië: hij is niet ruw noch grof, noch praterig op de markten, noch vertoont hij de lelijkheid, noch lui in de belastering: ik richt hem op voor elke schone zaak: en ik verleen hem elk edel karakter: ik maak de godsvrucht zijn bedoeling, en de wijsheid zijn verstand, en de trouw zijn natuur, en de rechtvaardigheid zijn gedrag, en de waarheid zijn wet, en de islam zijn godsdienst: zijn naam is Ahmad: ik leid door hem na de dwaling: en ik onderwijs door hem na de onwetendheid: en ik verrijk door hem na de armoede: en ik verhef door hem na de vernedering: ik leid door hem, en ik open door hem tussen dovege oren, en gesluierde harten, en uiteenlopende en verstrooide opvattingen: ik maak zijn gemeenschap de beste gemeenschap voortgekomen voor de mensen: zij bevelen het gepaste en verbieden het afkeuringswaardige: in oprechtheid voor Mijn naam, en in bevestiging van wat de boodschappers hebben aangebracht: ik geef hun in teving de verheerlijking, de bevestiging van de uniciteit en de heiliging in hun moskeeën, hun vergaderingen, hun huizen, hun terugkeer en hun verblijven: zij roepen Mij aan staand, zittend, buigend en neerbuidend:

en zij strijden op Mijn weg in dichte gelederen: hun offerande is hun bloed, en hun evangeliën zijn in hun borsten, en hun offergave in hun buiken: monniken in de nacht, leeuwen overdag: dit is Mijn gunst: ik verleen haar aan wie Ik wil: en Ik ben de bezitter van de immense gunst.

Wij zullen vermelden wat veel van dit verhaal bevestigt, met wat wij zullen aanvoeren uit de soera's Al 'Imran en an-Nisa, als Allah de Verhevene wil: in Hem is het vertrouwen. Abu Hudhayfa, dat is Ishaq ibn Bishr, heeft overgeleverd met zijn ketenen: van Ka'b al-Ahbar, en van Wahb ibn Munabbih, en van Ibn Abbas, en van Salman al-Farisi, wiens hadiths zich vermengen: toen Isa ibn Maryam gezonden was en tot hen kwam met de bewijzen: wat heeft zo-en-zo gisteravond gegeten? En wat heeft hij in zijn huis opgepot? Hij informeert hen er dus over: de gelovigen groeien in geloof, en de ongelovigen en huichelaars in twijfel en ongeloof.

En Isa had, ondanks dit, geen verblijfplaats waar hij zich terugtrekken kon: hij zwierf over de aarde, zonder verblijf of bekende plaats: de eerste van de doden die hij opwekte was op een dag dat hij langs een vrouw passeerde die bij een graf zat, aan het huilen: wat heb je, o vrouw? Mijn dochter is gestorven: ik had geen ander kind dan zij; en ik heb aan mijn Heer beloofd mijn plaats niet te verlaten totdat ik proef wat zij heeft geproefd van de dood, of dat Allah haar voor mij zal opwekken, en dat ik naar haar kijk. Zie jij: als jij naar haar keek, zou jij tevreden zijn? Ja.

Hij bad dus twee rak'a, kwam toen en ging bij het graf zitten: o zo-en-zo, sta op met de verlof van de Barmhartige, en kom naar buiten. Het graf bewoog: toen schreeuwde hij een tweede keer: het graf splijtte, met de verlof van Allah: toen schreeuwde hij een derde keer: zij kwam naar buiten, zich het hoofd schuddend van het stof: waarom heb jij mij laten wachten? Toen de eerste schreeuw tot mij kwam, stuurde Allah mij een engel die mijn schepping weer samenvoegde; toen kwam de tweede schreeuw, en mijn geest kwam naar mij terug; toen kwam de derde schreeuw, en ik vreesde dat het de schreeuw van de Opstanding was: ik rukte mij het hoofd, de wenkbrauwen en de wimpers uit, uit angst voor de Opstanding. O mijn moeder: wat heeft jou gebracht dat ik de nood van de dood twee keer proef?

O mijn moeder: wees geduldig en stel je vertrouwen op Allah: ik heb geen behoefte aan de wereld. O geest van Allah en Zijn woord: vraag aan jouw Heer mij naar de andere wereld terug te brengen, en mij de nood van de dood te verlichten. Hij riep dus zijn Heer aan, die haar tot Zich nam, en de aarde sloot zich over haar. Dit bereikte de Joden: hun toorn tegen hem nam toe.

Wij hebben al gezegd, in het verhaal van Nuh, dat de Bani Israël hem vroegen voor hen Sam, zoon van Nuh, op te wekken: hij riep Allah aan, en bad voor hen: Allah wekte hen voor hen op: hij sprak met hen over de ark en haar geschiedenis, toen riep hij aan en werd weer stof.

As-Suddi heeft overgeleverd, van Abu Salih en Abu Malik, van Ibn Abbas, in een verhaal dat hij vermeldde, dat een koning van de koningen van de Bani Israël stierf en op zijn troon werd gedragen: Isa kwam, riep Allah aan: Allah wekte hem voor hem op: de mensen zagen een immense zaak en een verwonderlijk schouwspel.

En toen Allah zei: o Isa ibn Maryam, herinner Mijn gunst over jou en over jouw moeder, toen Ik jou ondersteunde met de geest van heiligheid: jij zult tot de mensen spreken in de wieg en op volwassen leeftijd: en toen Ik jou het Boek onderwees, de wijsheid, de Tora en het Evangelie: en toen jij uit klei, met Mijn verlof, naar de gestalte van de vogel zult vormen: jij zult erin blazen, en het zal, met Mijn verlof, een vogel zijn: en jij zult, met Mijn verlof, de blindgeborene en de melaatse genezen: en wanneer jij, met Mijn verlof, de doden zult laten uitkomen: en toen Ik de Bani Israël van jou terugbracht, toen jij tot hen kwam met de bewijzen: degenen van hen die ongelovig werden zeiden: dit is niets dan duidelijke magie. En toen Ik aan de discipelen openbaarde: gelooft in Mij en in Mijn boodschapper: zij zeiden: wij geloven: en getuig dat wij onderworpenen zijn.

De Verhevene herinnert hem Zijn gunst over hem, en Zijn weldaad aan hem, hem scheppend zonder vader, maar van een moeder zonder mannelijk wezen, en van hem een teken voor de mensen makend, en een bewijs van de volkomenheid van Zijn allerhoogste macht: vervolgens Zijn zending na dit alles. En over jouw moeder, in Zijn keuze van haar en Zijn verkiezing voor deze immense gunst: toen Ik jou ondersteunde met de geest van heiligheid, die Djibril is, door het richten van zijn geest naar zijn moeder, en zijn aanwezigheid bij hem tijdens zijn zending, de mensen tot Allah oproepend tijdens jouw vroege kindsheid in jouw wieg, en jouw rijpheid. En toen Ik jou het Boek en de wijsheid onderwees: dat wil zeggen het schrijven en het begrip. Jij zult naar haar gestalte de vorm uit de klei vormen, op Mijn bevel.

De Verhevene bevestigt bij het vermelden van de verlof daarvan: om de twijfel weg te nemen. Jij zult de blindgeborene genezen: sommige voorgangers hebben gezegd: het is degene die blind geboren wordt, zonder dat een van de wijzen hem kan behandelen; en de melaatse: degene voor wie er geen remedie is, maar die door de melaatsheid is getroffen en wiens remedie koppig geworden is. En jij zult de doden laten uitkomen: dat wil zeggen uit hun graven, levend, met Mijn verlof: wat wij al hebben vermeld bevat de aanduiding dat dit meermaals geschiedde, waarvan er voldoende zijn. En toen Ik de Bani Israël van jou terugbracht, toen jij tot hen kwam met de bewijzen: degenen van hen die ongelovig werden zeiden: dit is niets dan duidelijke magie: en dat toen zij hem wilden kruisigen: Allah verhief hem naar Zich, en redde hem van onder hen: tot bescherming van Zijn edele essentie tegen het kwaad, en tot heil van hem tegen de dood.

En toen Ik aan de discipelen openbaarde: gelooft in Mij en in Mijn boodschapper: zij zeiden: wij geloven: en getuig dat wij onderworpenen zijn. Er is gezegd: deze openbaring is een openbaring van inspiratie: Allah leidde hen naar hem en toonde hen hen: jouw Heer heeft aan de bijen geopenbaard; en Wij openbaarden aan de moeder van Musa: zoog hem: en als jij voor hem vreest, werp hem in de zee: het gaat om een openbaring tussenkomst van een boodschapper: wij geloven: en getuig dat wij onderworpenen zijn.

Onder de gunsten van Allah over Zijn dienaar en Zijn boodschapper Isa ibn Maryam: dat Hij voor hem helpers en bijstanders maakte die hem steunden en met hem tot het aanbidden van Allah alleen, zonder deelgenoot, oproepen: Hij is het die jou door Zijn hulp en door de gelovigen heeft gesteund, en de overeenstemming tussen hun harten heeft gelegd: als jij alles wat op de aarde is zou besteden, jij hun harten geen overeenstemming zou leggen: maar Allah heeft ze gelegd: Hij is de Almachtige, de Wijze. En: hij zal hem het Boek onderwijzen, de wijsheid, de Tora en het Evangelie, en hij zal een boodschapper voor de Bani Israël zijn: ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer: ik vorm voor jou uit klei naar de gestalte van een vogel, dan blaas ik erin, en het zal met de verlof van Allah een vogel zijn: en ik genees de blindgeborene en de melaatse, en ik wek de doden op met de verlof van Allah: en ik verkondig jullie wat jullie eten en wat jullie in jullie huizen oppotten. Daarin bevindt zich voor jou een teken, als jij gelovige bent.

En gekomen om te bevestigen wat vóór mij is van de Tora: en om jullie toe te staan een deel van wat jullie verboden was: en ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer: vreest dus Allah en gehoorzaamt mij: waarlijk, Allah is mijn Heer en jullie Heer: aanbid Hem dan: dit is een recht pad. Toen Isa hun ongeloof gewaar werd, zei hij: wie zijn mijn helpers tot Allah? De discipelen zeiden: wij zijn de helpers van Allah: wij geloven in Allah: en getuig dat wij onderworpenen zijn. Heer, wij hebben geloofd in wat U hebt laten neerdalen, en wij hebben de boodschapper gevolgd: schrijf ons dus bij de getuigen.

En zij beraamden list: en Allah beraamde list: en Allah is de beste der listen.

Het wonder van elke profeet in zijn tijd is overeenkomstig de mensen van die tijd: zij hebben vermeld dat het wonder van Musa overeenkomstig was de mensen van zijn tijd: zij waren listige tovenaars: hij werd dus gezonden met tekenen die de blikken verblindden en waarvoor de jarretelbanden zich onderwierpen; en toen de tovenaars experts waren in de kunsten van de magie en in waartoe zij leidt, en aanschouwden deze stralende en immense zaak, die alleen kan uitgaan van iemand die door Allah wordt gesteund, en op wier handen Allah het buitengewone deed geschieden tot zijn bevestiging: zij omarmden de islam snel, zonder aarzelen. Evenzo werd Isa ibn Maryam gezonden in de tijd van de naturalisten en de wijzen: hij werd dus gezonden met wonderen die zij niet konden verrichten en waarnaar zij zich niet konden richten: hoe zou een wijs man de blindgeborene kunnen genezen, die erger van staat is dan de blinde, de melaatse en de zwarte melaatse; en degene met een chronische ziekte? En hoe zou iemand van de schepping erin kunnen slagen de dode uit zijn graf te richten?

Dit behoort tot wat ieder weet dat het een wonder is dat de waarachtigheid bewijst van degene die het verricht, en de macht van Degene die hem zond. Evenzo werd Mohamed, over hem de gebeden van Allah en Zijn heil, en over hen allen, gezonden in de tijd van de welsprekenden en de redenaars: Allah liet dus op hem de immense Koran neerdalen, die het valse niet bereikt komt, van voren noch van achteren: openbaring van een Wijze, van lof waardig: zijn woord is wonderbaarlijk: hij heeft mens en djinn uitgedaagd het gelijke ervan aan te dragen, of tien soera's van zijn gelijke, of een soera, en hij sneed hun het woord af: zij kunnen het niet, noch nu noch in de toekomst: als zij het niet doen, en zij zullen het nooit doen: en dat omdat het het woord van de Schepper is: en Allah de Verhevene, niets lijkt op Hem, noch in Zijn essentie, noch in Zijn eigenschappen, noch in Zijn daden.

De strekking is dat, toen Isa voor hen de bewijzen en de argumenten had opgesteld, de meesten van hen volhardden in hun ongeloof, hun dwaling, hun hardnekkigheid en hun tirannie: Allah koos dus uit hun midden een rechtvaardige groep, die voor hem helpers en bijstanders werd, zich belastend hem te volgen, hem te steunen en hem oprecht te adviseren. Dit toen de Bani Israël aan hem dachten, en hem bij bepaalde koningen van die tijd aanklaagden: zij besloten hem te doden en te kruisigen: Allah redde hem dus van hen, en verhief hem naar Zich van onder hen, en wierp zijn gestalte op een van zijn metgezellen: zij namen hem, doodden hem en kruisigden hem, gelovend dat het Isa was: en zij vergisten zich daarin, en verhardden zich tegen de waarheid; en veel christenen gaven hen toe wat zij hadden beweerd: en de beide groepen vergisten zich daarin. En zij beraamden list: en Allah beraamde list: en Allah is de beste der listen. En de Verhevene heeft gezegd:

« En (gedenk) toen Isa, zoon van Maryam zei: “O kinderen van Israël! Ik ben de boodschapper van Allah voor jullie, de Thora (die) vóór mij (kwam) bevestigend, en geef het goede nieuws van een boodschapper na mij, wiens naam Ahmad zal zijn. Maar wanneer hij tot hen met duidelijke bewijzen kwam, zeiden zij: “Dat is duidelijke toverij.” En wie begaat er een grotere zonde dan degene die een leugen over Allah verzint, terwijl hij tot de Islam wordt uitgenodigd? En Allah leidt niet het volk dat onrechtvaardig is.

Zij willen het licht van Allah met hun monden te doven. Maar Allah zal Zijn licht voltooien zelfs als de ongelovigen (het) haten. Hij is het Die Zijn boodschapper met leiding en de godsdienst van de waarheid heeft gestuurd om het overwinnend te maken over alle (andere) godsdiensten zelfs als de afgodendienaars (het) haten. » Soera 61, 6-9

« O jullie die geloven! Wees de helpers van Allah zoals Isa, zoon van Maryam, tegen de discipelen gezegd heeft: "Wie zijn mijn helpers in de zaak van Allah?” De discipelen zeiden: “Wij zijn Allah Zijn helpers” Toen geloofde een groep van de kinderen van Israël en een groep van de kinderen van Israël was ongelovig. Dus gaven Wij macht aan degenen die geloven tegen hun vijanden en zij werden de machtigsten. » Soera 61, 14

Isa is dus de verzegelaar van de profeten van de Bani Israël: hij verhief zich onder hen als prediker, en verkondigde hun de goede tijding van de verzegelaar van de profeten die na hem zou komen: hij vermeldde zijn naam, en beschreef hun zijn eigenschappen, opdat zij hem zouden herkennen en volgen wanneer zij hem zouden zien: door tegen hen het bewijs op te stellen, en als weldaad van Allah aan hen: degenen die de boodschapper volgen, de analfabete profeet, die zij bij zichzelf geschreven vinden in de Tora en het Evangelie: hij beveelt hun het gepaste, verbiedt hun het afkeuringswaardige, staat hun de goede dingen toe, verbiedt hun de slechte, en ontlast hen hun last, en de ketens die op hen waren: degenen dus die in hem zullen geloven, hem zullen steunen, hem zullen bijstaan en het licht zullen volgen dat met hem is neergedaald: dit zijn zij die welslagen.

Thawr ibn Yazid heeft mij verteld: van Khalid ibn Ma'dan: zij zeiden: o boodschapper van Allah, deel ons jezelf mee:: de aanroeping van mijn vader Ibrahim, en de goede tijding van Isa: en mijn moeder, toen zij mij droeg, zag alsof er een licht uit haar kwam, dat de paleizen van Bostra verlichtte, in het land van Syrië. Er is van al-Irbad ibn Sariya, en van Abu Umama, van de Profeet, een verwant verhaal overgeleverd: de aanroeping van mijn vader Ibrahim: onze Heer, en wek onder hen een boodschapper op, uit hun midden. En het vers. En toen het profeterschap bij de Bani Israël in Isa ten einde liep, verhief hij zich onder hen als prediker, en informeerde hen dat het profeterschap aan hen was afgesneden, en dat het na hem zou zijn bij de analfabete Arabische profeet, verzegelaar van de profeten zonder beperking: Ahmad, dat is Muhammad ibn Abd Allah ibn Abd al-Muttalib ibn Hashim, voortkomend uit de afstamming van Ismail ibn Ibrahim al-Khalil:: toen hij tot hen kwam met de bewijzen, zeiden zij: dit is duidelijke magie.

De terugverwijzing van het voornaamwoord kan Isa betreffen, en zij kan terugkeren naar Mohamed. Vervolgens spoorde de Verhevene Zijn gelovige dienaren aan de islam en zijn mensen te steunen, en Zijn profeet te steunen, en hem te verdedigen en bij te staan de godsdienst te vestigen en de oproep te verspreiden: o jullie die geloven, weest de helpers van Allah: zoals Isa ibn Maryam tot de discipelen zei: wie zijn mijn helpers tot Allah? Dat wil zeggen: wie zal mij bijstaan in de oproep tot Allah? De discipelen zeiden: wij zijn de helpers van Allah: en dit was in een dorp genaamd an-Nasira: daarnaar werden de christenen genoemd.

Een groep van de Bani Israël geloofde dus, en een groep werd ongelovig: dat wil zeggen dat, toen Isa de Bani Israël en de anderen tot Allah de Verhevene riep, sommigen van hen geloofden, en anderen ongelovig werden. Onder degenen die in hem geloofden: de mensen van Antiochië, in hun geheel, zoals meer dan één van de auteurs van de sira's en de geschiedenissen en de tafsir heeft vermeld: hij zond hen drie boodschappers: een van hen was Sham'un as-Safa: zij geloofden en antwoordden: en deze zijn niet degenen die in soera Yasin worden vermeld, zoals vaststaat in het verhaal van de mensen van de stad. En anderen van de Bani Israël werden ongelovig: zij zijn de meerderheid van de Joden: Allah steunde dus degenen die in hem geloofden tegen degenen die daarna ongelovig werden: zij waren over hen de overwinnaars, hen overheersend: toen Allah zei: o Isa, waarlijk, Ik zal jou tot Mij terugroepen, en jou tot Mij verheffen, en jou reinigen van degenen die ongelovig werden, en degenen die jou zijn gevolgd boven degenen die ongelovig werden plaatsen, tot aan de Dag van de Opstanding. En het vers.

Wie dichter bij hem staat, was dus overwinnaar op wie eronder staat; en zoals het woord van de moslims over hem de waarheid is zonder twijfel, namelijk dat hij de dienaar van Allah en Zijn boodschapper is: zij waren dus overwinnaars op de christenen die overdrijving in hem pleegden en hem vleiden, en hem boven plaatsten wat Allah had geplaatst; en zoals de christenen, in het geheel, dichter bij de waarheid over hem staan dan dat waarnaar de Joden, over hen de vloek van Allah, zich richtten: de christenen overheersten dus de Joden in de tijdperken van de lauwheid, tot aan de tijd van de islam en zijn mensen. En Allah de Verhevene weet het beter.

Het verhaal van de gedekte tafel

« (Gedenk) toen de apostelen zeiden: “O Isa, zoon van Maryam! Kan jouw Heer voor ons een gedekte tafel (met voedsel) neerzenden uit de hemel?” Isa zei: “Vrees Allah, als jullie waarlijk gelovigen zijn.” Zij zeiden: “Wij wensen daarvan te eten en sterker in het geloof te zijn en te weten dat jij ons inderdaad de waarheid verteld hebt en dat wijzelf getuigen zijn.” Isa, de zoon van Maryam zei: “O Allah, onze Heer! Zend uit de hemel voor ons een gedekte tafel dat er voor ons - voor de eerste en de laatste van ons – een feest zou zijn en een teken van U; en geef ons onderhoud, want U bent de Beste van de Onderhouders."

Allah zei: “Ik zal het naar jullie sturen, maar als één van jullie hierna ongelovig is, zal Ik hem zo straffen met een bestraffing die Ik op niemand van de wereldwezens heb toegepast." » Soera 5, 112-115

Wij hebben in de tafsir de athars vermeld die over de neerdaaling van de tafel zijn overgekomen, van Ibn Abbas, en Salman al-Farisi, en Ammar ibn Yasir, en anderen van de voorgangers: hun inhoud is dat Isa de discipelen beval dertig dagen te vasten; en toen zij die hadden volbracht, vroegen zij aan Isa van de hemel een gedekte tafel te laten neerdalen, om ervan te eten en om hun harten erin gerust te stellen, wetend dat Allah hun vasten had aanvaard en hun verzoek had verhoord: en dat zij voor hen een feest zou zijn, waarop zij het vasten zouden verbreken op de dag van zijn verbreking: en dat zij zou volstaan voor de eerste en de laatste van hen, voor de rijke evenals voor de arme. Isa vermaande hen dus hierover, en vreesde voor hen dat zij geen dank zouden brengen, en de voorwaarden van het recht niet zouden vervullen: zij drongen bij hem aan haar voor hen bij hun Heer te vragen.

Toen zij er niet van afzagen, stond hij op naar zijn plaats van gebed, gehuld in een deken van wol, stevig op zijn beide voeten staand, het hoofd gebogen, de ogen stromend van tranen, zich vernederend tot Allah in de aanroeping en het verzoek, dat zij verhoord zouden worden in wat zij hadden gevraagd: Allah de Verhevene liet dus de gedekte tafel uit de hemel neerdalen, en de mensen keken naar haar neerdalen tussen twee wolken: zij naderde langzaam, en telkens wanneer zij nadaderde, vroeg Isa zijn Heer er een barmhartigheid van te maken, geen bestraffing, en er een zegen en een heil van te maken. Zij hield niet op te naderen totdat zij zich voor Isa neerzette, bedekt met een doek. Isa stond op en onthulde haar: in de naam van Allah, de beste der voorziener. Er bevonden zich op haar zeven vissen, en zeven broden, en azijn, en granaatappels en vruchten: en zij had een zeer sterke geur.

Hij zei: wees: en zij was: toen beval hij hun ervan te eten: wij eten niet zolang jij niet eet: jullie zijn degenen die haar hebben gevraagd. Zij weigerden er als eersten van te eten: hij beval dus de armen, de behoeftigen, de zieken en de verlamden, die bijna duizendderfhonderd waren: zij aten ervan, en werd genezen wie een gebrek had, of een vloek, of een chronische ziekte. De mensen betreurden niet van haar te hebben gegeten: bij het zien van de genezing van de toestand van deze mensen. Zij daalde elke dag eenmaal neer: de mensen aten ervan: de laatste van hen at zoals de eerste at: zij spijzekerde ongeveer zevenduizend.

Vervolgens daalde zij één dag om de twee, zoals de kameel van Salih waarvan zij om de dag de melk dronken. Toen beval Allah aan Isa haar te beperken tot de armen, of tot de behoeftigen, ten uitsluiting van de rijken: dat was veel mensen pijnlijk, en hun huichelaars spraken erover: zij werd dus geheel weggenomen, en degenen die erover spraken werden in varkens veranderd.

Ibn Abi Hatim en Ibn Jarir hebben haar samen overgeleverd: al-Hasan ibn Qaza'a al-Bahili heeft ons verteld: Sufyan ibn Habib heeft ons verteld: Sa'id ibn Abi Aruba heeft ons verteld: van Qatada: van Khilas: van Ammar ibn Yasir die zegt: de gedekte tafel daalde uit de hemel neer: van brood en van vlees: en hun werd bevolen niet te verraden, niet te oppotten, niets voor morgen op te slaan: zij verraadden, oppotten en sloegen op: zij werden in apen en varkens veranderd. Toen bracht Ibn Jarir haar over: van Bundar: van Ibn Abi 'Adi: van Sa'id: van Qatada: van Khilas: van Ammar, als onderbroken; en dit is juister: en evenzo heeft hij haar overgeleverd langs de weg van Simak: van een man van de Bani 'Ijl: van Ammar, als onderbroken: en dat is het juiste. En Allah weet het beter. En Khilas, over Ammar, is een onderbroken keten: als deze hadith authentiek was, tot de Profeet teruggevoerd, zou zij doorslaggevend zijn in dit verhaal; omdat de geleerden over de tafel hebben verschillen: is zij neergedaald of niet?

De meerderheid houdt aan dat zij is neergedaald, zoals deze athars aangeven, en zoals men het begrijpt uit de duidelijkheid van de koranische context: waarlijk, Ik laat haar over jullie neerdalen: zoals Ibn Jarir heeft vastgesteld. En Allah weet het beter. Ibn Jarir heeft overgeleverd, met een keten authentiek tot aan Mujahid, en tot aan al-Hasan ibn Abi al-Hasan al-Basri: zij daalde niet: zij drongen aan op haar neerdaaling: wie van jullie daarna ongelovig wordt, Ik zal hem straffen met een bestraffing waarmee Ik niemand onder de werelden zal straffen.

De christenen kennen het verhaal van de gedekte tafel niet: het wordt niet vermeld in hun boek, terwijl zijn verhaal behoort tot wat de motieven tot overbrengen aanzetten. En Allah weet het beter. Wij hebben het betoog hierover in de tafsir gedetailleerd: dat het daarvandaan geschreven worde, en wie het wil herzien kijke er. Aan Allah de lof en de genade.

De overgeleverde woorden van Isa

Een man wiens naam verloren is gegaan heeft ons verteld: Hajjaj ibn Mohamed heeft ons verteld: Abu Hilal Muhammad ibn Sulayman heeft ons verteld: van Bakr ibn Abd Allah al-Muzani: de discipelen verloren hun profeet Isa: hij had zich naar de zee gericht: zij gingen hem zoeken: en toen zij bij de zee aankwamen, wandelde hij op het water: de golf hief hem eenmaal op, en legde hem een andere keer neer: en hij was gehuld in een gewaad, een helft loshangend, en de andere helft aangepast, totdat hij tot hen kwam. Een van hen, van wie ik geloof dat hij een van de besten van hen was, zei: mag ik tot jou komen, o profeet van Allah? Ja. Hij zette een van zijn beide voeten op het water: wee mij, ik verdrink, o profeet van Allah.

Toon mij jouw hand, o kleintje in geloof: als de zoon van Adam een zekerheid had ter grootte van een korrel gerst, hij zou op het water wandelen. Abu Sa'id ibn al-A'rabi heeft haar overgeleverd: van Ibrahim ibn Abi al-Jahm: van Sulayman ibn Harb: van Abu Hilal: van Bakr, in een verwante betekenis. Toen zei Ibn Abi ad-Dunya: Muhammad ibn Ali ibn al-Hasan ibn Shaqiq heeft ons verteld: Ibrahim ibn al-Ash'ath heeft ons verteld: er werd tot Isa ibn Maryam gezegd: o Isa, waarmee wandelt jij op het water? Met het geloof en de zekerheid.

Wij hebben geloofd zoals jij geloofd hebt, en wij hebben de zekerheid verkregen zoals jij de zekerheid verkregen hebt. Wandelt dan. Zij wandelden dus met hem in de golf, en verdronken. Wat is er met jullie?

Wij vreesden de golf. Hebben jullie geen vrees gehad voor de Heer van de golf? Hij liet hen uitkomen, sloeg toen de aarde met zijn hand: hij greep haar en opende haar: in een van zijn handen bevond zich goud, en in de andere klei of kiezelstenen: welke van de twee is zachter in jullie harten? Het goud.

Zij zijn dan voor mij gelijk. Wij hebben al gezegd, in het verhaal van Yahya ibn Zakariya, van sommigen van de voorgangers, dat Isa gewaden van wol droeg, en bladeren van bomen at, en zich niet terugtrok in een verblijf, noch bij een familie, noch met een bezit, en niets voor morgen oppotte. Hij at van het spinnen van zijn moeder: over haar de gebeden van Allah en het heil.

Ibn Asakir heeft overgeleverd, van ash-Sha'bi: toen het Uur vóór Isa werd genoemd, schreeuwde hij: het past niet dat men het Uur vóór de zoon van Maryam vermeldt en dat hij zwijgt. En van Abd al-Malik ibn Sa'id ibn Abjar: toen Isa de vermaning hoorde, schreeuwde hij de schreeuw van de vrouw aan wie haar kinderen zijn gestorven.

Ma'mar heeft ons bericht dat Isa zei: Allah, ik ben bij het ochtendlicht gekomen zonder het te kunnen afwenden wat ik haat, en zonder het voordeel te bezitten van wat ik hoop: en de zaak is in de hand van een ander dan ik: en ik ben verbonden aan mijn daad: er is geen armer dan ik. Allah: verheug mijn vijand niet over mij, en verdriet mij niet door mijn vriend, en maak mijn beproeving niet in mijn godsdienst, en onderwerp mij niet aan wie geen medelijden met mij heeft. Niemand bereikt de werkelijkheid van het geloof zolang hij zich niet bekommerd maakt om van de wereld te eten. En Isa zei: ik heb nagedacht over de schepping: en ik heb gevonden dat degene die niet is geschapen bij mij het meest benijd wordt dan degene die geschapen is.

Ishaq ibn Bishr heeft gezegd: van Hisham ibn Hassan: van al-Hasan: waarlijk, Isa is de aanvoerder van de asceten op de Dag van de Opstanding: en degenen die omwille van hun zonden vluchten zullen op de Dag van de Opstanding met Isa worden verzameld. En terwijl Isa op een dag sliep op een steen die hij tot kussen had, en hij de zoetheid van de slaap had gevonden, passeerde Iblis bij hem langs: o Isa, beweert jij niet dat jij niets wilt van de toebehoren van de wereld? Ziedaar deze steen van de toebehoren van de wereld. Isa stond op, nam de steen en wierp hem naar hem: ziedaar voor jou, met de wereld.

Isa ging naar zijn metgezellen, gekleed in een wollen mantel, een gewaad en een tulband, blootsvoets, huilend, van het haar beroofd, geel van de kleur van de honger, de lippen droog van de dorst: de vrede zij met jullie, o Bani Israël: ik ben degene die de plaats van de wereld heeft verlaagd, met de verlof van Allah: zonder verwondering noch hoogmoed: weten jullie waar mijn huis is? Waar is jouw huis, o geest van Allah? Mijn huizen zijn de moskeeën, en mijn parfum het water, en mijn kruid de honger, en mijn lamp de maan in de nacht: en mijn gebed in de winter in de oosten van de zon, en mijn rozentuin de kruiden van de aarde: en mijn gewaad de wol: en mijn elegantie de ontzag voor de Heer van de edelheid: en mijn metgezellen de verlamden en de armen: ik kom bij het ochtendlicht zonder iets, en ik kom bij de avond zonder iets: en ik ben van zuiver hart, rijk en overvloedig: wie is dus rijker dan ik, en meer voortbrengend? Ibn Asakir heeft haar overgeleverd.

Er is overgeleverd in de biografie van Muhammad ibn al-Walid ibn Aban ibn Hibban, Abu al-Hasan al-'Uqayli al-Misri: Hani' ibn al-Mutawakkil al-Iskandarani heeft ons verteld: Haywa ibn Shurayh heeft ons verteld: al-Walid ibn Abi al-Walid heeft mij verteld: van Shufayy ibn Mati': van Abu Hurayra, van de Profeet: Allah de Verhevene openbaarde aan Isa: o Isa, verhuis van plaats naar plaats, uit vrees gekend en gevolgd te worden: bij Mijn edelheid en Mijn grootheid, ik zal jou trouwen met duizend houris, en ik zal jou vierhonderd jaar geven. En het is een vreemde hadith, tot de Profeet teruggevoerd: en zij kan onderbroken zijn, uit de overbrenging van Shufayy ibn Mati' van Ka'b al-Ahbar, of anderen van de Israëlieten. En Allah weet het beter.

Abd Allah ibn al-Mubarak heeft gezegd: van Sufyan ibn Uyayna: Isa zei tot de discipelen: zoals de koningen jullie de wijsheid hebben nagelaten, laat hun de wereld na.

Isa zei: vraagt mij: want ik heb een teder hart: en ik ben klein in mijn eigen ogen. Ismail ibn Ayyash heeft gezegd: van Abd Allah ibn Dinan: Isa zei: eet het brood van gerst, en drink het heldere water, en ga gezond en behouden uit de wereld: waarlijk, de zoetheid van de wereld is de bitterheid van het andere wereld: en waarlijk, de bitterheid van de wereld is de zoetheid van het andere wereld: en de dienaren van Allah zijn geen mensen van gemakzucht: de slechtste van jullie is de geleerde die zijn hartstocht boven zijn kennis verkiest: hij zou willen dat alle mensen zoals hij zijn. En een verwante betekenis is van Abu Hurayra overgeleverd.

Abu Mus'ab heeft gezegd: er is tot hem bekend gemaakt dat Isa zei: o Bani Israël: grijpt naar het heldere water, naar de wilde kruiden, en naar het brood van gerst: en wantrouwt het brood van tarwe: want jij zou geen dank kunnen brengen.

Ibn Wahb heeft gezegd: van Sulayman ibn Bilal: van Yahya ibn Sa'id: Isa zei: trekt door de wereld, en bewoon haar niet: de liefde voor de wereld is het hoofd van elke tekortschoting: en de blik zaait in het hart de wellust. En Wahb ibn al-Ward heeft evenzo overgeleverd: en hoeveel wellust heeft haar mensen een lange droefheid doen erven. En van Isa: o zwakke zoon van Adam: vrees Allah waar jij ook bent, en wees in de wereld een gast: en neem de moskeeën tot verblijfplaats: en onderwijs jouw oog het huilen, aan jouw lichaam het geduld, aan jouw hart het nadenken: en maak je geen zorgen over de spijze van morgen: het is een tekortschoting. En van Isa: zoals het jou, jij, niet mogelijk is een verblijfplaats te bouwen op de golven van de zee: neem de wereld niet tot verblijf.

Jullie hebben huizen aan de rand van de overstromingen: en hoe zou een verblijfplaats waarvan de fundamenten van klei zijn op het water blijven staan?

Isa ibn Maryam heeft gezegd: de liefde voor de wereld en de liefde voor het andere wereld blijven niet in het hart van een gelovige, evenzo als het water en het vuur niet blijven in een vat. Ibrahim al-Harbi heeft gezegd: van Dawud ibn Rashid: van Abu Abd Allah de soefi: Isa heeft gezegd: wie de wereld zoekt is zoals degene die van het water van de zee drinkt: hoe meer hij drinkt, hoe dorstiger hij wordt: totdat zij hem doodt. En er is van Isa overgeleverd: de duivel is met de wereld, en zijn list met het goede: en zijn verfraaiing bij het hartstocht, en zijn greep nabij de wellusten. Al-A'mach heeft gezegd: Isa bereidde de spijze voor zijn metgezellen en stond op om hen te dienen: doet zo met jullie notabelen.

Een vrouw zei tot Isa: geluk aan de buik die jou droeg, en aan de borst die jou zoog. Geluk aan wie het Boek van Allah leest en het volgt. Geluk aan wie huilt bij de vermelding van zijn tekortschoting, en zijn tong bewaart, en wiens huis hem volstaat. Geluk aan het oog dat sliep, zonder dat zijn ziel door de ongehoorzaamheid werd getroffen, en wakker werd naar iets anders dan de zonde.

En van Malik ibn Dinar: Isa en zijn metgezellen passeerden langs een kadaver: hoe stinkend is zijn geur. En hoe wit zijn zijn tanden: hij wilde hun het roddelen verbieden. Al-Husayn ibn Abd ar-Rahman heeft ons verteld: van Zakariya ibn 'Adi: Isa ibn Maryam heeft gezegd: o vergadering van discipelen, stelt u tevreden met het weinige van de wereld met het heil van de godsdienst, evenzo als de mensen van de wereld zich hebben tevredengesteld met het weinige van de godsdienst met het heil van de wereld. En hierover zegt de dichter: ik zie mensen die zich met het weinige van de godsdienst hebben tevredengesteld, en ik zie hen niet tevreden met het lage in het leven.

Wees dus rijk door de godsdienst van de wereld van de koningen, evenzo als de koningen zich hebben verrijkt met hun wereld ten koste van de godsdienst.

Abu Mus'ab heeft gezegd: Isa ibn Maryam heeft gezegd: spreek niet veel zonder vermelding van Allah: jouw harten zouden verharden: en het harde hart is ver van Allah, maar jij weet het niet: en kijk niet naar de zonden van de dienaren alsof jij meesters bent: en kijk ernaar alsof jij dienaren bent: gespaard en beproefd: betoon dus medelijden aan de mensen van de beproeving, en dank Allah voor de gezondheid.

Ik hoorde mijn vader zeggen: van Ibrahim at-Taymi: Isa zei tot zijn metgezellen: waarlijk, ik zeg jullie: wie het Firdaws zoekt: het brood van gerst is voor hem: en het slapen in de puin met de honden is overvloedig.

Isa heeft gezegd: waarlijk, eten van gerst met de as, en slapen op het puin met de honden, is weinig voor het zoeken van het Firdaws.

Sufyan heeft ons bericht: van Mansur: van Salim ibn Abi al-Ja'd: Isa heeft gezegd: werk voor Allah, en werk niet voor jullie buiken: kijk naar deze vogels: zij trekken bij het ochtendlicht uit en keren bij de avond terug: zij ploegen niet en oogsten niet: en Allah voorziet hen: wij hebben buiken groter dan de vogels. Kijk naar deze dieren en deze ezels: zij trekken bij het ochtendlicht uit en keren bij de avond terug, ploegen niet en oogsten niet: en Allah voorziet hen.

Safwan ibn Amr heeft gezegd: van Shurayh ibn Ubayd: van Yazid ibn Maysara: de discipelen zeiden tot de Messias: o Messias van Allah, kijk naar de moskee van Allah: hoe mooi is zij. Amen, amen: Allah zal van deze moskee geen steen rechtop laten staan of hij vernietigt haar door de zonden van haar mensen: waarlijk, Allah heeft goud of zilver niet nodig, noch deze stenen die jullie behagen: meer behagelijk bij Allah dan zij zijn de rechte harten: en door hen laat Allah de aarde standhouden: en door hen vernietigt Allah de aarde wanneer zij anders zijn.

De hafiz Abu al-Qasim Ibn Asakir heeft vermeld: Abu Mansur Ahmad ibn Mohamed as-Sufi heeft ons bericht: A'isha bint al-Hasan ibn Ibrahim al-Warkaniyya heeft ons bericht: Abu Mohamed Abd Allah ibn Omar ibn Abd Allah ibn al-Haytham heeft ons gediceerd: al-Walid ibn Aban heeft ons gediceerd: Ahmad ibn Ja'far ar-Razi heeft ons verteld: Suhayl ibn Ibrahim al-Hanzali heeft ons verteld: Abd al-Wahhab ibn Abd al-Aziz heeft ons verteld: van al-Mu'tamir: van Layth: van Mujahid: van Ibn Abbas, van de Profeet: Isa passeerde langs een stad in puin: het bouwwerk verwonderde hem: o Heer: maak dat deze stad mij antwoordt. Allah openbaarde aan de stad: o verwoeste stad: antwoord aan Isa. De stad riep tot Isa: mijn geliefde, en wat wilt jij van mij? Wat hebben jouw bomen gedaan?

En jouw rivieren? En jouw paleizen? En waar zijn jouw bewoners? Mijn geliefde: de belofte van jouw Heer, de waarheid, is gekomen: mijn bomen zijn verdord, mijn rivieren zijn opgedroogd, mijn paleizen zijn in puin, en mijn bewoners zijn gestorven.

En waar zijn hun bezittingen? Zij hebben hen verzameld van het toegelaten en het verboden, gestort in mijn boezem: aan Allah behoort de erfopvolging van de hemelen en de aarde. Isa schreeuwde: ik heb mij verwonderd over drie personen: degene die de wereld zoekt, terwijl de dood hem zoekt; en degene die de paleizen bouwt, terwijl het graf zijn verblijf is; en degene die met volle mond lacht, terwijl het Vuur voor hem is. Zoon van Adam: jij wordt niet verzadigd door de overvloed, noch stel je je tevreden door het weinige: jij verzamelt jouw bezit voor wie jou niet zal prijzen: en jij stapt voort naar een Heer die jou niet zal excuseren: jij bent slechts de dienaar van jouw buik en jouw wellust: jij vult jouw buik pas wanneer jij jouw graf binnengaat: en jij, zoon van Adam, jij ziet de massa van jouw bezit in de weegschaal van een ander.

Het is een zeer vreemde hadith, en zij bevat een schone vermaning: wij hebben haar dus daartoe opgeschreven.

Sufyan ath-Thawri heeft gezegd: van zijn vader: van Ibrahim at-Taymi: Isa heeft gezegd: o vergadering van discipelen: legt jullie schatten in de hemel: want het hart van de mens is daar waar zijn schat is. Thawr ibn Yazid heeft gezegd: van Abd al-Aziz ibn Dhabyan: Isa ibn Maryam heeft gezegd: wie leert, onderwijst en werkt zal immens genoemd worden in het koninkrijk van de hemel. Er is overgeleverd dat Isa zei: er is geen goed in een kennis die met jou niet de vallei passeert, en niet met jou de moskee doet bewonen.

Ibn Asakir heeft overgeleverd, met een vreemde keten, van Ibn Abbas, teruggevoerd: Isa zei: o vergadering van discipelen: spreek niet over de wijsheid tot degenen die haar niet waardig zijn, of jij zult haar onrecht aandoen: en onthoud haar niet aan haar waardigen, of jij zult hun onrecht aandoen: een zaak waarvan de rechtdoorzaamheid verschijnt: volg haar; en een zaak waarvan de dwaling verschijnt: vermijd haar; en een zaak waarover jij uiteenloopt: verwijs haar kennis naar Allah. Abd ar-Razzaq heeft gezegd: Ma'mar heeft ons bericht: van een man: van Ikrima: Isa heeft gezegd: werpt de parels niet aan de varkens: want het varken doet niets met de parels: en geeft de wijsheid niet aan wie haar niet wil: want de wijsheid is beter dan de parel: en wie haar niet wil is erger dan het varken. Evenzo hebben Wahb en anderen het van hem overgeleverd. Jullie zijn het zout van de aarde: als jullie dus verdorven, er is geen remedie voor jullie: het lachen zonder verwondering: en de bleekheid zonder waken.

Wie is de meest beproevende van de mensen? De tekortschoting van de geleerde: want wanneer de geleerde tekortschiet, schiet door zijn tekortschoting een geleerde menigte tekort. O geleerden van het kwaad: jullie hebben van de wereld de top van jullie hoofden gemaakt, en van het andere wereld de onderkant van jullie voeten: jouw woord is remedie, en jouw daad is kwaad: jouw voorbeeld is dat van de oleanderboom: hij verleidt wie hem ziet, en doodt wie hem eet. Isa heeft gezegd: o geleerden van het kwaad: jullie zitten aan de poorten van het Paradijs: noch jullie betreden het, noch laten jullie de armen erin binnentreden: het slechtste van de mensen bij Allah is de geleerde die door zijn kennis de wereld zoekt.

Yahya en Isa ontmoetten elkaar: Isa drukte hem lachend de hand: hij zei tot hem: o zoon van mijn moederszuster: wat heb ik jou lachend te zien, alsof jij in veiligheid bent? Wat heb ik jou somber te zien, alsof jij de hoop had opgegeven? De behagelijkste van jullie beiden bij mij is de beste verkondiger van de goede tijding aan zijn metgezel.

Isa, hij en zijn metgezellen, bleef voor een graf staan, wiens meester erin was geworpen: zij begonnen het graf en zijn nauwheid te vermelden: jullie waren in wat nauwer is dan het, in de schoot van jullie moeders: wanneer Allah wil verruimen, Hij verruimt. Er is mij bekend gemaakt dat Isa, wanneer hij de dood vermelde, zijn huid druppelde van bloed.

En de athars van dit soort zijn zeer talrijk: de hafiz Ibn Asakir heeft er een goed deel van overgeleverd: wij hebben ons tot deze maat beperkt, en Allah de Verhevene is Degene die tot het juiste doet slagen.

De verheffing van Isa naar de hemel en de weerlegging van de Joden en de christenen

« En voor hun uitspraak: “Wij hebben de Messias, Isa de zoon van Maryam (aleihi salaam) gedood – maar zij hebben hem niet gedood, noch hem gekruisigd, maar de gelijkenis van Isa werd op een andere man gelegd, en degenen die daarin van mening verschillen zitten vol twijfel met geen kennis, zij volgen niets anders dan gissingen voor een zekerheid, zij doodden hem niet. Maar Allah heeft hem doen tot zich opgeheven. En Allah is altijd Almachtig, Alwijs.

En er is geen van de mensen van het Boek, behalve die in hem geloven als slechts een boodschapper van Allah en een mens voor zijn dood. En op de dag der opstanding zal hij tegen hen getuigen. » Soera 4, 157-159

De Verhevene meldde dat Hij hem naar de hemel verhief, na hem door de slaap tot Zich te hebben teruggeroepen, volgens het juiste, onherroepelijk: en hem redde van degenen die hem wilden treffen onder de Joden, die hem bij bepaalde ongelovige koningen van die tijd aanklaagden. Al-Hasan al-Basri heeft gezegd: hij heette Dawud ibn Nura: hij beval zijn doodstreffing en zijn kruisiging: zij omsingelden hem dus in een huis bij Bayt al-Maqdis, en dat op de avond van de vrijdag, in de nacht van de zaterdag: en toen het moment van hun binnentreden kwam, werd zijn gestalte op bepaalde van zijn metgezellen die bij hem aanwezig waren geworpen, en Isa werd van een dak van dit huis naar de hemel verheven, terwijl de mensen van het huis toekijken. De politiemensen binnentraden: zij vonden deze jongeman op wie zijn gestalte was geworpen: zij namen hem, gelovend dat het Isa was: zij kruisigden hem, en legden de doornen op zijn hoofd ter vernedering van hem. En de meeste christenen die niet bij de zaak van Isa aanwezig waren, gaven de Joden toe dat hij gekruisigd werd: zij dwalen dus daardoor in een duidelijke, overvloedige, ernstige en verre dwaling.

En er zijn geen mensen van het Boek of zij geloven in hem vóór zijn dood: dat wil zeggen: na zijn neerdaaling naar de aarde aan het einde der tijden, vóór het opkomen van het Uur: want hij zal neerdalen, het varken doden, het kruis verbreken, de jizya opleggen, en slechts de islam aanvaarden: zoals wij dat hebben getoond met wat daarover van hadiths is overgekomen, bij de tafsir van dit edele vers van soera an-Nisa, en zoals wij het in detail zullen aanvoeren in het boek over de tijdingen van de Messias Dadjjal: wij zullen vermelden wat er is overgekomen over de neerdaaling van de Messias Mahdi vanwege de Eeuwige: om de Messias Dadjjal te doden, de leugenaar die tot de dwaling oproept. En dit is de vermelding van wat er in de athars overgekomen is over de wijze van zijn verheffing naar de hemel.

Ahmad ibn Sinan heeft ons verteld: Abu Mu'awiya heeft ons verteld: van al-A'mach: van al-Minhal ibn Amr: van Sa'id ibn Jubayr: van Ibn Abbas: toen Allah Isa naar de hemel wilde verheffen, ging hij naar zijn metgezellen, en in het huis waren er twaalf mannen van hen, namelijk discipelen: hij kwam tot hen uit een bron in het huis: waarlijk, er is onder jou wie twaalf keer in mij ongelovig zal worden, nadat hij in mij heeft geloofd: en degene op wie mijn gestalte zal worden geworpen zal in mijn plaats worden gedood, en zal bij mij zijn in mijn rang. Een jongeman, de jongste van hen naar leeftijd, stond op: ga zitten. Toen herhaalde hij bij hen: de jongeman stond op: ga zitten. Toen herhaalde hij bij hen: de jongeman stond op: dit ben ik.

Jij bent die. Zijn gestalte van Isa werd dus op hem geworpen, en Isa werd van een dak van het huis naar de hemel verheven. De Joden kwamen hem zoeken: zij namen de gestalte, doodden hem, kruisigden hem toen: bepaalden van hen werden dus twaalf keer ongelovig, nadat zij in hem hadden geloofd: en zij splitsten zich in drie sekten: Allah was onder ons zoals Hij wilde, en hij klom naar de hemel. Dit zijn de Jacobieten.

Hij was onder ons de zoon van Allah zoals Hij wilde, toen Allah hem naar Zich verhief: dit zijn de Nestorianen. Hij was onder ons de dienaar van Allah en Zijn boodschapper, zoals Allah wilde, toen Allah hem naar Zich verhief: dit zijn de moslims. De beide ongelovige verbroederden zich dus tegen de moslimse: zij doodden haar, en de islam bleef uitgewist totdat Allah Mohamed zond. En dit is het woord van de Verhevene: Wij hebben degenen die geloofden tegen hun vijand gesteund: zij waren toen overwinnaars.

En deze keten is authentiek tot aan Ibn Abbas, volgens de voorwaarden van Moeslim; en an-Nasa'i heeft haar overgeleverd: van Abu Qurayb: van Abu Mu'awiya, in een verwante betekenis; en Ibn Jarir heeft haar overgeleverd: van Salm ibn Junada: van Abu Mu'awiya: en zo hebben meer dan één van de voorgangers vermeld. Onder degenen die het langdurig hebben vermeld: Muhammad ibn Ishaq ibn Yasar: hij maakte van Isa degene die aan Allah vroeg zijn termijn uit te stellen, dat wil zeggen om de boodschap over te brengen, de oproep te voltooien, en dat de mensen veel in de godsdienst van Allah zouden ingaan. En hij had, onder de discipelen, twaalf mannen: Butrus; en Ya'qub ibn Zabdi; en Yahna, broeder van Ya'qub; en Andrawus; en Filiqqus; en Abarthalma; en Matta; en Tumas; en Ya'qub ibn Halqiya; en Taddawus; en Fata'; en Yudus Zakariya Yawta: en deze is degene die de Joden naar Isa leidde. Ibn Ishaq heeft gezegd: en er bevond zich onder hen nog een man genaamd Sarjis: de christenen verborgen hem: en hij is degene op wie de gestalte van de Messias werd geworpen: hij werd in zijn plaats gekruisigd.

En bepaalden van de christenen houden aan dat degene die in de plaats van de Messias werd gekruisigd, en op wie zijn gestalte werd geworpen, Yudus Zakariya Yawta is. En Allah weet het beter.

Ad-Dahhak heeft gezegd: Isa liet als erfgenaam Sham'un na: en de Joden doodden Yudus Zakariya Yawta, op wie de gestalte werd geworpen. Muhammad ibn al-Jahm heeft ons verteld: ik hoorde al-Farra' zeggen over Zijn woorden: en zij beraamden list: en Allah beraamde list: en Allah is de beste der listen: Isa was van zijn tante weg een tijd: toen hij naar haar kwam: de aanvoerder van de Goliath der Joden stond op, en viel Isa aan: tot zij zich bij de deur van zijn huis verzamelden: zij verbrijzelden de deur, en de aanvoerder van de Goliath binnentrad om Isa te nemen: ik heb hem niet gezien. Hij had bij zich een getrokken zwaard: ben jij Isa. Allah wierp de gestalte van Isa op hem: zij namen hem, doodden hem, kruisigden hem toen: zij hebben hem niet gedood, noch gekruisigd: maar het werd aan hen gelijkgesteld.

Ibn Jarir heeft gezegd: Ibn Humayd heeft ons verteld: Ya'qub al-Qummi heeft ons verteld: van Harun ibn Antara: van Wahb ibn Munabbih: Isa kwam, met zeventien van de discipelen, in een huis: zij omsingelden hen: toen zij bij hen binnentraden, vormde Allah hen allen naar de gestalte van Isa: jij hebt ons betoverd: toon ons Isa, of wij zullen jullie allen doden. Hij zei: wie koopt van jullie zijn ziel vandaag voor het Paradijs? Ik ben het. Hij kwam dus tot hen: ik ben Isa: en Allah had hem naar de gestalte van Isa gevormd: zij namen hem, doodden hem, kruisigden hem toen: vandaar dat het aan hen gelijkgesteld werd: en zij dachten dat zij Isa hadden gedood: en de christenen dachten evenzo dat het Isa was: en Allah verhief Isa die dag.

Al-Muthanna heeft ons verteld: Ishaq heeft ons verteld: Ismail ibn Abd al-Karim heeft ons verteld: Isa ibn Maryam, toen Allah hem leerde dat hij uit de wereld zou gaan, werd door de dood bedroefd, en dat was hem pijnlijk: verzamelt mij vanavond: ik heb jullie nodig. Toen zij zich vanavond bij hem verzamelden, diende hij hen: en toen zij met eten klaar waren, begon hij hun de handen te wassen en hen met zijn hand te reinigen, en hun handen af te vegen met zijn gewaden: zij vonden dat zeer ernstig en weigerden: wie mij vanavond iets teruggeeft, van wat ik doe: hij behoort niet tot mij, en ik behoor niet tot hem. Wat ik vanavond met jullie heb gedaan, jullie bij het voedsel te hebben gediend, en jullie handen met mijn hand te hebben gewassen: laat dat jullie een voorbeeld zijn jegens mij: omdat jullie zien dat ik de beste van jullie ben: laat geen van jullie zich boven de ander verheffen: en laat een van jullie voor de ander zijn ziel blootstellen, zoals ik mijn ziel voor jullie heb blootgesteld.

Wat mijn behoefte betreft waarvoor ik jullie om hulp heb gevraagd: roept Allah voor mij aan, en spant jullie in de aanroeping dat Hij mijn termijn uitstelt. Toen zij begonnen aan de aanroeping en wilden zich inspannen, nam de slaap hen totdat zij niet meer konden aanroepen: glorie aan Allah: kunnen jullie mij niet één nacht geduldig zijn, en mij erin bijstaan? Bij Allah, wij weten niet wat wij zullen hebben: en bij Allah, wij bleven wakker en spraken veel: en vanavond kunnen wij geen gesprek houden: en wij willen slechts aanroepen of er iets tussen ons en hem glipt: de herder wordt weggevoerd, en de kudde wordt verstrooid. Hij begon woorden van dit soort te zeggen, zijn ziel beklagend: waarlijk, een van jullie zal in mij ongelovig worden voordat de haan driemaal kraait: en een van jullie zal mij verkopen voor enkele dirhams: en een van jullie zal mijn achtste eten.

Zij gingen dus uit en verspreidden zich: en de Joden zochten hem: zij namen Sham'un, een van de discipelen: deze is een van zijn metgezellen. Ik ben niet zijn metgezel: zij lieten hem: toen namen anderen hem: hij ontkende hem evenzo: toen hoorde hij de stem van een haan, en huilde, en dat bedroefde hem. Toen de ochtend kwam, kwam een van de discipelen bij de Joden: wat geeft u mij als ik u naar de Messias leid? Zij stelden hem dertig dirhams vast: hij nam ze, en leidde hen naar hem.

En zijn gestalte was hun tevoren gelijkgesteld: zij namen hem, namen zijn belofte: en bonden hem met het koord, en begonnen hem te voeren: jij wekte de doden op, en berispte de duivel, en jij geneesde de krankzinnige: kon je je van dit koord niet redden? En zij spuwden op hem: en wierpen hem de doornen toe: totdat zij met hem bij het hout kwamen waarop zij hem wilden kruisigen: Allah verhief hem naar Zich: zij kruisigden wat aan hen gelijkgesteld werd: hij bleef zeven uren. Toen kwamen zijn moeder, en de vrouw die Isa verzorgde, die Allah van het krankzinnigheid genas, huilend waar de gekruisigde was: Isa kwam tot hen: waarom huilen jullie? Voor jou.

Waarlijk, Allah heeft mij tot Zich verheven: en mij is slechts goeds overkomen: en dit is een zaak die aan hen gelijkgesteld werd: beveelt dus de discipelen mij op dit en dit plaats te vinden. Zij vonden hem op die plaats, elf: en ontbrak degene die hem had verkocht en naar hem de Joden had geleid: hij betreurde wat hij had gedaan: hij wurgde zichzelf en doodde zichzelf. Als hij berouw had gehad, Allah had zich tot hem berouwd. Yahna: hij is met jullie: ga dus: elk mens onder jullie zal bij het ochtendlicht opstaan de taal van een volk sprekend: dat hij hen waarschuwe, en hen roep.

En dit is een vreemde, verwonderlijke keten: en zij is juister dan wat de christenen vermelden, moge Allah hen vervloeken: dat de Messias tot Maryam kwam, terwijl zij huilend bij haar stamboom zat: hij toonde haar de plaats van de spijkers in zijn lichaam: en informeerde haar dat zijn geest verheven werd, en dat zijn lichaam werd gekruisigd: en dit is laster, leugen, verzinning, vervalsing, verandering en een valse toevoeging in het Evangelie, tegenstrijdig met de waarheid en met de eis van de overbrenging.

De hafiz Ibn Asakir heeft overgeleverd, langs de weg van Yahya ibn Habib, wat tot hem overgekomen was: Maryam vroeg aan het huis van de koning, nadat de gekruisigde zeven dagen gekruisigd was, en zij dacht dat het haar zoon was, dat men zijn lichaam neerlaat: zij kwamen daaraan tegemoet, en hij werd daar begraven. Zullen jij niet met ons komen het graf van de Messias bezoeken? Zij gingen dus: en toen zij het graf nadaderden: ga jij je niet bedekken? Wie zou zich bedekken?

Van deze man die bij het graf is. Ik zie niemand. Maryam hoopte dat het Djibril was, terwijl haar verbond met hem ver was: zij ondervroeg de moeder van Yahya, en deze ging naar het graf: toen zij het nadaderde, zei Djibril tot haar: o Maryam, waarheen wil jij gaan? Ik bezoek het graf van de Messias, en ik groet hem, en ik vernieuw een verbond met hem.

O Maryam: dit is niet de Messias: Allah heeft de Messias verheven, en hem gereinigd van degenen die ongelovig werden: maar deze jongeman op wie zijn gestalte werd geworpen werd in zijn plaats gekruisigd en gedood: en het teken daarvan is dat zijn mensen hem zijn kwijtgeraakt: zij weten niet wat er met hem is geschied: zij huilen om hem: wanneer het dit en dit dag zal zijn, kom op het tijdstip van dit en dit: jij zult de Messias ontmoeten. Zij keerde terug naar haar zuster, en Djibril klom op: zij informeerde haar over Djibril, en over wat hij haar over de termijn had gezegd. Toen die dag kwam, ging zij: zij vond Isa op de afgesproken tijd: toen hij haar zag, haastte hij zich naar haar, boog zich over haar, kuste haar hoofd, en begon voor haar aan te roepen, zoals hij gewoon was te doen: o mijn moeder: de mensen hebben mij niet gedood: maar Allah heeft mij tot Zich verheven: en Hij heeft mij vergund jou te ontmoeten: en de dood zal jou spoedig komen: wees dus geduldig, en gedenk Allah. Toen klom Isa op: zij ontmoette hem niet meer, tot aan haar dood.

En er is mij bekend gemaakt dat Maryam na Isa vijf jaar leefde, en stierf terwijl zij vijfenvijftig jaar was: en Allah heeft haar welgevallen.

De leeftijd van Isa op de dag van zijn verheffing was vierendertig jaar. Waarlijk, de mensen van het Paradijs zullen er binnengaan zonder haar, zonder baard, met kohl opgemaakt: over de geboorte van Isa, en de schoonheid van Yusuf. Evenzo heeft Hammad ibn Salama gezegd: van Ali ibn Zayd: van Sa'id ibn al-Musayyib: Isa werd verheven terwijl hij drieëndertig jaar was.

Wat de hadith betreft die al-Hakim in de Sahih heeft overgeleverd, en Ya'qub ibn Sufyan al-Fasawi in de Sahih: van Sa'id ibn Abi Maryam: van Nafi' ibn Yazid: van Umara ibn Ghaziya: van Muhammad ibn Abd Allah ibn Amr ibn Uthman: dat zijn moeder Fatima bint al-Husayn mij heeft bericht: Fatima heeft mij bericht dat de boodschapper van Allah haar berichtte dat er geen profeet is geweest na wie een profeet kwam, of die na hem de helft van het leven van de vorige leefde: Isa ibn Maryam leefde honderdtwintig jaar: ik zie dus slechts mij gaand naar het begin van de zestig. Dit is de tekst van al-Fasawi: het is een vreemde hadith.

Het juiste is dat Isa die leeftijd niet bereikte: wat daarmee bedoeld wordt is de duur van zijn verblijf in zijn gemeenschap: zoals Sufyan ibn Uyayna heeft overgeleverd: van Amr ibn Dinan: van Yahya ibn Ja'da: Fatima heeft gezegd: de boodschapper van Allah heeft mij gezegd: waarlijk, Isa ibn Maryam bleef bij de Bani Israël veertig jaar: en het is een onderbroken keten. Jarir en ath-Thawri hebben gezegd: Isa bleef onder zijn volk veertig jaar. En er is van de aanvoerder der gelovigen Ali overgeleverd dat Isa verheven werd in de tweeëntwintigste nacht van Ramadan: en op haar gelijke stierf Ali, vijf dagen na zijn verwonding. Ad-Dahhak heeft van Ibn Abbas overgeleverd dat Isa, toen hij naar de hemel werd verheven, tot hem een wolk kwam die zich tot hem naderde totdat hij erop ging zitten: en Maryam kwam tot hem, nam van hem afscheid en wuifde: dit is een teken tussen jou en mij op de Dag van de Opstanding.

Hij droeg zijn imamaat over aan Sham'un: en zijn moeder begon hem met haar vinger afscheid te wuiven: zij wees naar hem totdat hij aan haar blik ontging. En zij hield van hem met een intense liefde: omdat zijn liefde voor haar totaal was, van beide kanten van vader en moeder: want hij heeft geen vader: en zij verliet hem niet op reis noch bij verblijf.

Ik zag de dood als tussen een uur: en hoe met de tussenpoos die de vergadering als afspraak heeft.

Ishaq ibn Bishr heeft vermeld, van Mujahid ibn Jabr: dat de Joden, toen zij deze man die aan hen gelijkgesteld was kruisigden, in de overtuiging dat hij de Messias was: en dat de meeste christenen hun door hun onwetendheid daarin toegaven: zich van zijn metgezellen meester maakten door moord, klappen en gevangenschap: hun zaak bereikte de heer van de Rum, die in die tijd de koning van Damascus was: waarlijk, de Joden hebben zich meester gemaakt van de metgezellen van een man die hen meldde dat hij de boodschapper van Allah was, en die de doden opwekte, de blindgeborene en de melaatse genas, en wonderen verrichtte: zij stootten op hem en doodden hem: en zij hebben zijn metgezellen vernederd en hen gevangen gezet.

Hij zond dus: men haalde hen terug, onder hen Yahya ibn Zakariya, en Sham'un, en een groep: hij ondervroeg hen over de zaak van de Messias: zij informeerden hem: hij volgde hun godsdienst, en verhief hun woord: de waarheid zegevierde over de Joden, en het woord van de christenen won het van hen: hij zond naar de gekruisigde: hij werd van zijn paal gehaald: en men bracht de paal terug waarop deze man werd gekruisigd: hij verhief haar: vandaar dat de christenen het kruis verhieven: en vandaar kwam de godsdienst van het christendom bij de Rum binnen. En er is daar, van verschillende kanten, stof tot onderzoek: een van hen is dat Yahya ibn Zakariya een profeet is: hij zou niet erkennen dat de gekruisigde Isa is: want hij is behoede, en weet wat volgens de waarheid geschiedde. De tweede: dat de Rum pas driehonderd jaar in de godsdienst van de Messias ingingen: en dat in de tijd van Qustantin ibn Qastas, bouwer van de stad aan wie zij wordt toegeschreven, zoals wij zullen vermelden.

De derde: dat de Joden, toen zij deze man kruisigden, hem vervolgens met zijn hout wierpen, er een plaats van puin en onreinheden van maakten, en van kadavers van doden en vuiligheden: en dit bleef zo tot de tijd van de genoemde Qustantin: zijn moeder, Helena, van oorsprong uit Harran, Romeinse, legde zich erop toe: zij haalde het eruit, gelovend dat het de Messias was: en zij vonden het hout waarop de gekruisigde werd gekruisigd: zij vermeldden dat geen drager van een gebrek het raakte of hij werd genezen. Allah weet dus beter of dit al dan niet geschiedde: en is het omdat deze man die zijn ziel blootstelde een rechtvaardige man was, of is het een beproeving en een verzoeking voor de gemeenschap van de christenen die dag? Totdat zij dit hout verhieven, en het met goud en parels overtrokken: en vandaar namen zij de kruisen, zwaaiden ermee door hun vorm, en kusten hen: moge Allah hen vervloeken.

De moeder van de koning, Helena, beval: men haalde dus dit puin weg: en men bouwde op zijn plaats een immense kerk, versierd met alle soorten sieraden: en zij is de tegenwoordig beroemde in het land van Bayt al-Maqdis: al-Qumama, naar wat erin was: en zij noemen haar al-Qiyama, bedoelende die waaruit het lichaam van de Messias zal opstaan. Toen beval Helena dat het puin van het land, zijn stof en zijn vuiligheden op de rots die de qibla van de Joden is, werden gestort: dit bleef zo totdat Umar ibn al-Khattab Bayt al-Maqdis veroverde: hij vaagde het puin met zijn gewaad weg, en reinigde haar van de uitwerpselen en de onreinheden: en hij plaatste de moskee niet achter zich, maar vóór zich, daar waar de boodschapper van Allah bad, in de nacht van de nachtreis, met de profeten: en het is al-Aqsa.

Eigenschappen van Isa, zijn deugden en zijn verdiensten.

De Messias ibn Maryam is niets dan een boodschapper: vóór hem zijn boodschappers voorbijgegaan: en zijn moeder was een waarachtige. Er is gezegd: de Messias werd zo genoemd vanwege het afstrijken van de aarde: namelijk zijn zwerven over haar, en zijn vluchten met zijn godsdienst van de beproevingen in die tijd: vanwege de hevigheid van de ontkenning van de Joden tegenover hem, en hun laster tegenover hem en zijn moeder; of omdat zijn beide voeten werden afgestreken. Wij stopten hun sporen door Isa ibn Maryam, bevestigend wat vóór hem is van de Tora: en Wij gaven hem het Evangelie: waarin leiding en licht. En de Verhevene heeft gezegd: en Wij gaven aan Isa ibn Maryam de bewijzen: en Wij steunden hem met de geest van heiligheid.

En de verzen hierover zijn zeer talrijk. Er is al gezegd wat in de Sahihs vaststaat: er is geen pasgeborene of de duivel doorboort zijn zij op het moment dat hij geboren wordt: hij schreeuwt bij de aanraking: met uitzondering van Maryam en haar zoon: de duivel trok eropuit hem te doorboren: hij doorborde slechts het vlies. En de hadith van Umayr ibn Hani', van Junada, van Ubada, van de boodschapper van Allah, is al vermeld: wie getuigt dat er geen godheid is dan Allah, alleen, zonder deelgenoot, en dat Mohamed Zijn dienaar en Zijn boodschapper is, en dat Isa de dienaar van Allah en Zijn boodschapper is, en Zijn woord dat Hij tot Maryam richtte en een geest van Hem, en dat het Paradijs waarheid is en het Vuur waarheid: Allah laat hem voor wat de daad was het Paradijs binnentreden: overgeleverd door Al-Boekhari, en dit is zijn tekst, en door Moeslim.

Al-Boekhari en Moeslim hebben overgeleverd, uit de hadith van ash-Sha'bi: van Abu Burda ibn Abi Musa, van zijn vader: de boodschapper van Allah zei: wanneer een man zijn dienares trouwt, haar goed opvoedt, haar goed onderwijst, haar vervolgens vrijlaat en haar trouwt, hij heeft twee beloningen: en wanneer een man in Isa ibn Maryam gelooft, en dan in mij gelooft, hij heeft twee beloningen: en de dienaar, wanneer hij zijn Heer vreest en zijn meesters gehoorzaamt, heeft twee beloningen. Dit is de tekst van Al-Boekhari.

Ibrahim ibn Musa heeft ons verteld: Hisham heeft ons bericht: van Ma'mar; en Mahmud heeft mij verteld: Abd ar-Razzaq heeft ons verteld: Ma'mar heeft ons bericht: van az-Zuhri: Sa'id ibn al-Musayyib heeft mij bericht: van Abu Hurayra: de Profeet zei, in de nacht waarin hij op de nachtreis werd gevoerd:: ik ontmoette Musa:: hij beschreef hem: en zie een man waarvan ik geloof dat hij van vertroebelde kleur is, het hoofd gladharig, alsof hij van de mensen van Shanu'a was. En ik ontmoette Isa: en de Profeet beschreef hem:: van gemiddelde gestalte, rood, alsof hij uit de baden kwam: hij bedoelde het bad van het hammam: en ik zag Ibrahim, en ik lijk meer op zijn zoon. En de hadith is al gezegd in het verhaal van Ibrahim en Musa. Muhammad ibn Kathir heeft ons verteld: Isra'il heeft ons bericht: van Uthman ibn al-Mughira: van Mujahid: van Ibn Umar: de Profeet zei: ik zag Isa, en Musa, en Ibrahim: wat Isa betreft: hij is rood, met krullend haar, met brede borst: en wat Musa betreft: hij is bruin, corpulent, met rechte taille, alsof hij van de mensen van az-Zutt was. Alleen Al-Boekhari heeft haar overgeleverd.

Ibrahim ibn al-Mundhir heeft ons verteld: Abu Damra heeft ons verteld: Musa ibn Uqba heeft ons verteld: van Nafi': Abd Allah ibn Umar heeft gezegd: de Profeet vermeldde op een dag, temidden van de mensen, de Messias Dadjjal:: waarlijk, Allah is niet eenogig: maar de Messias Dadjjal is eenogig aan het rechteroog: zijn oog lijkt op een drijvende druif: en Allah heeft mij vanavond, bij de Kaaba, in een droom getoond: en zie een bruine man van de mooiste die men van bruine mensen ziet: de lokken van zijn haar vallend tussen zijn schouders: het gladde haar: zijn hoofd druppelend van water: zijn handen op de schouders van twee mannen leggend: en hij ging om het Huis heen: wie is dit? Het is de Messias ibn Maryam. Toen zag ik achter hem een man met krullend, struikelig haar, eenogig aan het rechteroog: de meest gelijkende van wie ik zag op Ibn Qatan: zijn hand op de schouder van een man leggend, om het Huis heengaand: wie is dit? Het is de Messias Dadjjal.

En Moeslim heeft haar overgeleverd uit de hadith van Musa ibn Uqba. Toen zei Al-Boekhari: Ubayd Allah ibn Nafi' heeft haar bevestigd: vervolgens bracht hij haar over langs de weg van az-Zuhri: van Salim: van Ibn Umar. En Ibn Qatan is een man van Khuzay'a: gestorven in de djahiliya. Hij toonde dus, over hem de gebeden van Allah en het heil, de eigenschappen van de beide Messias: de Messias van de leiding en de Messias van de dwaling: opdat deze herkend zal worden wanneer hij neerdalen zal, en dat de gelovigen in hem zullen geloven: en dat de ander herkend zal worden, en dat de unitairen zich ervoor behoeden.

Abd Allah ibn Mohamed heeft ons verteld: Abd ar-Razzaq heeft ons verteld: Ma'mar heeft ons bericht: van Hammam ibn Munabbih: van Abu Hurayra die zegt: Isa ibn Maryam zag een man stelen: hij zei tot hem: heb jij gestolen? Nee, bij Degene buiten Wie geen godheid is. Ik heb in Allah geloofd: en ik heb mijn oog een leugenaar genoemd. Evenzo heeft Moeslim haar overgeleverd: van Muhammad ibn Rafi': van Abd ar-Razzaq.

'Affan heeft ons verteld: Hammad ibn Salama heeft ons verteld: van Humayd at-Tawil: van al-Hasan en anderen: van Abu Hurayra: en ik ken haar slechts van de Profeet: Isa zag een man stelen: hij zei: o zo-en-zo, heb jij gestolen? Nee, bij Allah, ik heb niet gestolen. Ik heb in Allah geloofd: en ik heb mijn gezichtsvermogen een leugenaarster genoemd. En dit geeft een pure wijsheid aan: zoals hij deze man een eed afnam, denkend dat niemand bij de grootheid van Allah liegt, over wat hij hem duidelijk had zien doen: hij aanvaardde dus zijn excuus, en kwam op zichzelf terug: ik heb in Allah geloofd. Jij hebt mij de waarheid gezegd: en ik heb mijn gezichtsvermogen een leugenaarster genoemd: vanwege jouw eed.

Muhammad ibn Yusuf heeft ons verteld: Sufyan heeft ons verteld: van al-Mughira ibn Nu'man: van Sa'id ibn Jubayr: van Ibn Abbas: de boodschapper van Allah zei:: zoals Wij met de eerste schepping begonnen, Wij haar zullen herhalen: belofte van Onze kant: waarlijk, Wij zijn handelenden: de eerste van de schepping die gekleed zal worden is Ibrahim: toen zal men mannen van mijn metgezellen rechts en links nemen: dit zijn mijn metgezellen. Zij houden niet op op hun hielen te keren sinds ik hen heb verlaten: en ik was getuige over hen zolang ik onder hen was: toen toen U mij tot U had teruggeroepen, was het U die hun waarnemer was: en U bent getuige van alle dingen. Als U hen straft, zijn zij Uw dienaren: en als U hen vergeeft, waarlijk, U bent de Almachtige, de Wijze. Alleen Moeslim heeft haar op deze wijze overgeleverd.

Abd Allah ibn az-Zubayr al-Humaydi heeft ons verteld: Sufyan heeft ons verteld: Ubayd Allah ibn Abd Allah heeft mij bericht: van Ibn Abbas: ik hoorde de boodschapper van Allah zeggen: overdrijf mij niet, zoals de christenen Isa ibn Maryam hebben overdreven: want ik ben slechts een dienaar: de dienaar van Allah en Zijn boodschapper.

Moeslim ibn Ibrahim heeft ons verteld: Jarir ibn Hazim heeft ons verteld: van Muhammad ibn Sirin: van Abu Hurayra, van de Profeet: er heeft in de wieg slechts gesproken drie: Isa, en Jurayj:: hij bad toen zijn moeder tot hem kwam en hem riep: antwoord ik haar, of bid ik? Allah: laat hem sterven zonder dat hij de gezichten van de ontuchtige vrouwen ziet. Jurayj was in zijn kluizenaarshut: een vrouw presenteerde zich aan hem en sprak tot hem: hij weigerde: zij ging dus naar een herder en stond zichzelf aan hem toe: zij baarde een jongen: van wie? Van Jurayj.

Zij kwamen dus tot hem, verbrijzelden zijn kluizenaarshut, lieten hem naar beneden komen en beledigden hem: hij deed zijn wassing, en bad: wie is jouw vader, o jongen? Zo-en-zo, de herder. Herbouw jouw kluizenaarshut in goud? Nee, anders in klei.

En een vrouw zoog haar zoon bij de Bani Israël: een ruiter met een zweep passeerde langs haar: Allah: maak dat mijn zoon zoals hij is. Zij liet haar borst, en wendde zich tot de ruiter: Allah: maak mij niet zoals hem. Alsof ik de Profeet zag zijn vinger zuigen:: toen passeerde een dienstmaagd: zij zei: Allah: maak mijn zoon niet zoals deze. Zij liet haar borst: Allah: maak mij zoals haar.

Waarom dat? De ruiter is een tiran der tiranen: jij hebt gestolen, en jij hebt overspel gepleegd. En ik heb dat niet gedaan.

Abu al-Yaman heeft ons verteld: Shu'ayb heeft ons verteld: van az-Zuhri: Abu Salama heeft mij bericht: ik hoorde de boodschapper van Allah zeggen:: ik ben de dichtste van de mensen bij de zoon van Maryam: en de profeten zijn zonen van verschillende vaders: en er is tussen mij en hem geen profeet. Alleen Al-Boekhari heeft haar op deze wijze overgeleverd: en Ibn Hibban heeft haar overgeleverd in de Sahih: uit de hadith van Abu Dawud al-Hafari: van ath-Thawri: van Abu az-Zinad: van al-A'raj: van Abu Salama: van Abu Hurayra.

Waki' heeft ons verteld: Sufyan, dat is ath-Thawri, heeft ons verteld: van Abu az-Zinad: van al-A'raj: van Abu Hurayra: de boodschapper van Allah zei: ik ben de dichtste van de mensen bij Isa: en de profeten zijn broeders, zonen van verschillende vaders: en er is tussen mij en Isa geen profeet: en het is een authentieke keten volgens hun beide voorwaarden: en zij hebben haar niet op deze wijze overgeleverd.

Ahmad heeft haar overgeleverd: van Abd ar-Razzaq: van Ma'mar: van Hammam: van Abu Hurayra, van de Profeet, in een verwante betekenis: en Ibn Hibban heeft haar uit de hadith van Abd ar-Razzaq overgeleverd, in een verwante betekenis.

Yahya heeft ons verteld: van Ibn Abi Aruba: Qatada heeft ons verteld: van Abd ar-Rahman ibn Adam: van Abu Hurayra, van de Profeet: de profeten zijn broeders, zonen van verschillende vaders: en hun godsdienst is één: en hun moeders zijn verschillend: en ik ben de dichtste van de mensen bij Isa ibn Maryam: omdat er tussen mij en hem geen profeet is: en hij zal neerdalen: wanneer jullie hem zullen zien, herken hem: het is een man van gemiddelde gestalte, neigend naar rood en wit: van kleur alsof zijn hoofd druppelt, al bereikt het vocht hem niet: tussen de beide teugels: hij zal het kruis verbreken: en het varken doden: en de jizya opleggen: en de godsdiensten opheffen: totdat dat in zijn tijd alle godsdiensten vergaan, behalve de islam: en Allah zal in zijn tijd de leugenachtige Messias Dadjjal laten vergaan: en het vertrouwen zal zich op de aarde nederleggen: zodanig dat de kamelen samen met de leeuwen zullen weiden: en de tijgers met de koeien: en de wolven met de schapen: en de kinderen en de jongelingen met de slangen zullen spelen: zonder dat zij elkaar schaden: hij zal dan blijven zolang Allah wil dat hij blijft: toen zal hij sterven: de moslims zullen over hem bidden en hem begraven.

Ahmad heeft haar vervolgens overgeleverd: van 'Affan: van Hammam: van Qatada: van Abd ar-Rahman: van Abu Hurayra: hij vermeldde een verwante betekenis: hij zal veertig jaar blijven: toen zal hij sterven, en de moslims zullen over hem bidden. Aboe Dawoed heeft haar overgeleverd: van Hudba ibn Khalid: van Hammam ibn Yahya, in een verwante betekenis. Hisham ibn Urwa heeft overgeleverd: van Salih, vrijgelatene van Abu Hurayra, van hem: dat de boodschapper van Allah zei:: hij zal veertig jaar op de aarde blijven: en de uiteenzetting van zijn neerdaaling aan het einde der tijden zal in het boek komen: zoals wij het ook in de tafsir hebben ontwikkeld, bij het woord van de Verhevene in soera an-Nisa: en er zijn geen mensen van het Boek of zij geloven in hem vóór zijn dood: en op de Dag van de Opstanding zal hij getuige over hen zijn; en Zijn woorden: en waarlijk, hij is een kennis voor het Uur. En het vers.

Hij zal neerdalen op de witte minaret van Damascus, terwijl het ochtendgebed zal zijn ingesteld: ga voor, o geest van Allah: en bid. Nee: bepaalden van jullie staan boven anderen: van emirs: als eer die Allah aan deze gemeenschap verleent. Isa zal tot hem zeggen: het gebed is slechts voor jou ingesteld. Hij zal dus achter hem bidden, en dan met de moslims optrekken op zoek naar de Messias Dadjjal: hij zal hem inhalen bij de poort van Ludd: en hem doden met zijn edele hand.

Wij hebben vermeld dat de verwachting sterker werd toen deze oostelijke minaret van Damascus gebouwd werd, die van witte stenen is: en hij werd ook gebouwd met de goederen van de christenen toen zij de verwoeste verbrandden, en zijn omgeving: Isa ibn Maryam zal er dus op neerdalen: het varken doden, het kruis verbreken: en van niemand dan de islam aanvaarden: en hij zal de bedevaart verrichten vanaf ar-Rawha, als bedevaart of als Omra, of voor beide: en hij zal veertig jaar verblijven, en dan sterven: en hij zal begraven worden, volgens wat gezegd wordt, in de profetische kamer, bij de boodschapper van Allah en zijn beide metgezellen. En er is er een hadith overgekomen hierover, vermeld door Ibn Asakir aan het einde van de biografie van de Messias in zijn boek: van A'isha, tot de Profeet teruggevoerd: dat hij begraven zal worden met de boodschapper van Allah, en Abu Bakr, en Umar, in de profetische kamer: maar haar keten komt niet vast te staan.

Zayd ibn Akhzam at-Ta'i heeft ons verteld: Abu Qurayba, dat is Salm ibn Qurayba, heeft ons verteld: Abu Mawdud al-Madani heeft mij verteld: Uthman ibn ad-Dahhak heeft ons verteld: van Muhammad ibn Yusuf ibn Abd Allah ibn Salam: van zijn vader: van zijn grootvader: in de Tora is de beschrijving van Mohamed geschreven: en Isa ibn Maryam zal bij hem begraven worden. En er blijft in het Huis de plaats van een graf over. Het is een goede hadith. Zo zegt hij. En de rechtvaardige is ad-Dahhak ibn Uthman al-Madani. Deze hadith komt naar mijn mening niet vast te staan: en zij is niet bevestigd.

Al-Boekhari heeft overgeleverd: van Yahya ibn Hammad: van Abu Awana: van 'Asim al-Ahwal: van Abu Uthman an-Nahdi: van Salman:: de tussenpoos tussen Isa en Mohamed is zeshonderd jaar. Vijfhonderdzestig jaar. Vijfhonderdvierenveertig jaar. Vierhonderddertig en enkele jaren. En het beroemde is zeshonderd jaar. Zeshonderdtwintig jaar volgens de maankalender, die zeshonderd volgens de zonnekalender zijn. En Allah weet het beter.

Ibn Hibban heeft gezegd in de Sahih: vermelding van de duur waarin de gemeenschap van Isa op zijn leiding bleef. Abu Ya'la heeft ons verteld: Abu Hammam heeft ons verteld: al-Walid ibn Muslim heeft ons verteld: van al-Haytham ibn Humayd: van al-Wadhin ibn 'Ata': van Nasr ibn 'Alqama: van Jubayr ibn Nufayr: van Abu ad-Darda: de boodschapper van Allah zei: Allah nam Dawud temidden van zijn metgezellen weg: zij werden niet beproefd noch veranderd: en de metgezellen van de Messias bleven op zijn soenna en zijn leiding tweehonderd jaar. En het is een zeer vreemde hadith: ook al heeft Ibn Hibban haar authentiek verklaard. Ibn Jarir heeft vermeld, van Muhammad ibn Ishaq, dat Isa, vóór zijn verheffing, de discipelen aanbeveel de mensen tot het aanbidden van Allah alleen, zonder deelgenoot, te roepen: en hij wees elk van hen toe aan een groep van de mensen, in een klimaat van de klimaten van Syrië en het oosten, en het land van het westen: zij vermeldden dat elk mens van hen bij het ochtendlicht begon de taal te spreken van degenen naar wie de Messias hem had gezonden.

Luka, en Matta, en Murqus, en Yuhanna. En tussen deze vier Evangeliën bevindt zich veel verschil, voor elk exemplaar en exemplaar: en veel toevoegingen en weglatingen ten opzichte van de anderen: en deze vier: onder hen twee die de Messias bereikten en hem zagen: namelijk Matta en Yuhanna: en onder hen twee uit de metgezellen van zijn metgezellen. En Allah weet het beter. En de twee zijn Murqus en Luka.

Dina, en hij was verborgen in een grot binnenin de oostelijke poort, nabij de kerk van de Gekruisigde: uit vrees voor Bulus de Jood: die onrechtvaardig was, uitbuiter, hatend de Messias: en toen hij hem terugbracht. En hij had het hoofd van de neef geschoren toen hij in de Messias geloofde: en hij ging in de stad om hem heen: toen stenigde hij hem tot hij stierf. Toen Bulus hoorde dat de Messias zich naar Damascus had gericht, bereidde hij zijn zwaard en trok uit om hem te doden: hij ontmoette hem bij Kawkaba: en toen hij de metgezellen van de Messias het hoofd bood, kwam tot hem een engel: hij sloeg zijn gezicht met de rand van zijn vleugel: hij blindte hem: toen hij dit zag, vestigde zich het geloof in de Messias in zijn ziel: hij kwam dus naar hem: en verzocht hem om wat hij had gedaan: en geloofde in hem: hij aanvaardde hem: en hij vroeg hem zijn ogen te wrijven: opdat Allah hem zijn gezicht teruggeeft: ga naar Dina: hij is in Damascus, aan het einde van de uitgestrekte markt van het oosten: hij roept voor jou aan.

Hij kwam dus tot hem: en hij riep aan: zijn gezicht werd hem teruggegeven: en het geloof van Bulus in de Messias, namelijk dat hij de dienaar van Allah en Zijn boodschapper is, werd mooi: en er werd een kerk gebouwd op zijn naam: en het is de beroemde kerk van Bulus in Damascus, vanaf de tijd van zijn verovering door de metgezellen, totdat zij werd verwoest in de tijd die wij zullen aanvoeren: als Allah de Verhevene wil.

Hoofdstuk.

De metgezellen van de Messias verschilden na zijn verheffing naar de hemel: over hem, volgens woorden, zoals Ibn Abbas en anderen van de imams van de voorgangers hebben gezegd: Wij hebben degenen die geloofden tegen hun vijand gesteund: zij waren toen overwinnaars. Ibn Abbas en anderen hebben gezegd: groepen van hen zeiden: hij was onder ons de dienaar van Allah en Zijn boodschapper: toen werd hij naar de hemel verheven. Hij is Allah. Hij is de zoon van Allah.

De eerste is dus de waarheid: en de beide andere woorden zijn een immense ongeloof: vervolgens verschilden de partijen onderling: wee dan degenen die ongelovig werden, bij het aanschouwen van een geweldige dag.

En zij verschilden in de overbrenging van de Evangeliën volgens vier woorden: tussen toevoeging, weglating, vervalsing en verandering: vervolgens driehonderd jaar na de Messias geschiedde de immense ramp en de grote beproeving: de vier patriarchen verschilden, en alle bisschoppen, de priesters, de diakenen en de monniken over de Messias, volgens talrijke woorden die niet geteld noch begrensd worden: zij verzamelden zich en deden uitspraak bij de koning Qustantin, bouwer van Constantinopel: en zij waren het eerste concilie: de koning keerde zich dus tot het woord van de grootste groep die overeenstemming was geworden over een woord van deze opvattingen: zij werden de Malaika genoemd: hij weerlegde en verwierp degenen die hen tegenspraken: en de sekte die Abd Allah ibn Adyus volgt bleef alleen over: hij die vaststelde dat Isa een dienaar is onder de dienaren van Allah, en een boodschapper onder zijn boodschappers: zij bewoonden dus de vlakten en de woestijnen: en bouwden de kluizenaarshutten, de kloosters en de cellen: en stelden zich tevreden met het ascetische leven: en vermengden zich niet met deze godsdiensten en sekten: en de Malaika bouwden de immense kerken: zij leenden wat van de bouwkunst van de Grieken was: en keerden hun nissen naar het oosten: terwijl zij naar het noorden gericht waren, naar de Ram.

Uiteenzetting van de bouw van Bayt Lahm en al-Qumama.

En de koning Qustantin bouwde Bayt Lahm op de plaats van de geboorte van de Messias: en zijn moeder Helena bouwde al-Qumama: namelijk op het graf van de gekruisigde, aan wie zij de Joden de Messias toegeven: terwijl deze en die ongelovig zijn geworden: en zij stelden de wetten en de regels vast: waaronder één tegenstrijdig met de antieke godsdienst, die de Tora is: en zij stonden dingen toe die volgens de tekst van de Tora verboden zijn: daaronder het varken: en zij baden naar het oosten: terwijl de Messias slechts naar de rots van Bayt al-Maqdis bad: en evenzo alle profeten na Musa, en Mohamed, verzegelaar van de profeten, bad naar haar zestien of zeventien maanden na zijn emigratie naar Medina: toen werd zij verplaatst naar de Kaaba die Ibrahim al-Khalil bouwde: en zij versierden de kerken, die niet vóór dit versierd waren: en zij stelden het credo vast dat hun kinderen, hun vrouwen en hun mannen bewaren: dat zij de Amana noemen: en wat in werkelijkheid de grootste van de ongeloof en de verraad is.

En alle Melkiten en Nestorianen zijn de mensen van Nestorius, mensen van het tweede concilie: en de Jacobieten zijn de mensen van Ya'qub al-Barad'i, mensen van het derde concilie: zij geloven dit credo: en verschillen in zijn interpretatie: en zie, ik draag het over: en degene die het ongeloof overbrengt is voor wat hij openbaart niet ongelovig, naar wat het bevat, de woordenvertering en de overvloed van ongeloof en kwaad, zijn drager tot het Vuur der vlammen voerend: zij zeggen dus: wij geloven in één enige godheid, die het geheel regelt, schepper van de hemelen en de aarde: van alles wat gezien wordt, en van alles wat niet gezien wordt: en in één enige Heer, Yashu' al-Masih zoon van Allah: de unieke, verwekt van de Vader vóór de tijdperken: licht van licht: godheid van waarheid, van godheid van waarheid: verwekt, niet geschapen: gelijk aan de Vader in de essentie: door wie alle dingen zijn, omwille van ons, wij de mensen: en voor ons heil daalde hij van de hemel: en werd vlees door de geest van heiligheid: en door de maagd Maryam: en werd mens: en werd gekruisigd in de tijd van Malatis de Nabateeër: en leed en werd begraven: en stond op de derde dag op, zoals in de boeken staat: en klom naar de hemel: en ging zitten aan de rechterhand van de Vader: en ook: hij zal in zijn lichaam komen om de levenden en de doden te oordelen, wiens koningschap geen einde heeft:

en de geest van heiligheid, de Heer die doet leven, voortgevloeid van de Vader: met de Vader en de Zoon wordt hij aanbeden: en in de glorie van degene die tot de profeten spreekt: in één verhouding, verzamelende, heilige, katholieke: en hij erkent één doop voor de vergeving van de zonden: en hij verwacht de opstanding van de doden: en het leven van de komende eeuwigheid: laat het zo zijn: amen.

بسم الله الرحمن الرحيم do 24 Djoemaada al-oela
الخميس 24 جمادى الأولى
هلال متناقص Afnemende Maan Dag 25.4 / 29.5
Verlichting 18%
Nieuwe maan over 4 dagen
الله أكبر Allah is de Grootste

إِنَّ ٱللَّهَ وَمَلَٰٓئِكَتَهُۥ يُصَلُّونَ عَلَى ٱلنَّبِىِّ ۚ يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ صَلُّوا۟ عَلَيْهِ وَسَلِّمُوا۟ تَسْلِيمًا

Waarlijk, God en zijne engelen zegenen den profeet. O ware geloovigen! zegent hem mede en groet hem met eene eerbiedvolle groete.

Al-Ahzab 33:56

Gebed voor de Profeet