Ruku 520 komt uit soera An-Naziat (verzen 1 tot 26). Hij bevat 26 verzen en behoort tot Djoez 30.
Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41
coran.read_full_page : Ruku 520 van de Koran lezen →
إِذْ نَادَىٰهُ رَبُّهُۥ بِٱلْوَادِ ٱلْمُقَدَّسِ طُوًى ﴿١٦﴾
Toen zijn Heer in de heilige vallei Toewa hem toeriep;
ٱذْهَبْ إِلَىٰ فِرْعَوْنَ إِنَّهُۥ طَغَىٰ ﴿١٧﴾
Zeggende: Ga tot Pharao; want hij is op eene onbeschaamde wijze zondig.
فَقُلْ هَل لَّكَ إِلَىٰٓ أَن تَزَكَّىٰ ﴿١٨﴾
En zeg: Begeert gij rechtvaardig en heilig te worden?
وَأَهْدِيَكَ إِلَىٰ رَبِّكَ فَتَخْشَىٰ ﴿١٩﴾
Ik wil u tot uwen Heer leiden, opdat gij moogt vreezen te zondigen.
فَأَرَىٰهُ ٱلْـَٔايَةَ ٱلْكُبْرَىٰ ﴿٢٠﴾
En hij toonde hem het zeer groote teeken van den staf, die in eene slang veranderde.
فَكَذَّبَ وَعَصَىٰ ﴿٢١﴾
Maar Pharao beschuldigde Mozes van bedrog, en was weerspannig tegen God.
ثُمَّ أَدْبَرَ يَسْعَىٰ ﴿٢٢﴾
Daarop wendde hij zich haastig af.
فَحَشَرَ فَنَادَىٰ ﴿٢٣﴾
Hij verzamelde de toovenaren, en riep luid:
فَقَالَ أَنَا۠ رَبُّكُمُ ٱلْأَعْلَىٰ ﴿٢٤﴾
Zeggende: Ik ben uw opperste Heer.
فَأَخَذَهُ ٱللَّهُ نَكَالَ ٱلْـَٔاخِرَةِ وَٱلْأُولَىٰٓ ﴿٢٥﴾
Daarom kastijdde God hem met de straf van het volgende leven en met die van het tegenwoordige leven.
إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَعِبْرَةًۭ لِّمَن يَخْشَىٰٓ ﴿٢٦﴾
Waarlijk, hierin is een voorbeeld voor hem, die vreest weerspannig te zijn.