Ruku 511 komt uit soera Al-Muddaththir (verzen 32 tot 56). Hij bevat 25 verzen en behoort tot Djoez 29.
Bijgewerkt op 10 juli 2026 om 03h41
coran.read_full_page : Ruku 511 van de Koran lezen →
فَمَا تَنفَعُهُمْ شَفَـٰعَةُ ٱلشَّـٰفِعِينَ ﴿٤٨﴾
De tusschentreding der tusschenpersonen zal hen niet helpen.
فَمَا لَهُمْ عَنِ ٱلتَّذْكِرَةِ مُعْرِضِينَ ﴿٤٩﴾
Wat scheelde hun dus, dat zij zich van de vermaning des Korans afwendden.
كَأَنَّهُمْ حُمُرٌۭ مُّسْتَنفِرَةٌۭ ﴿٥٠﴾
Als waren zij verschrikte ezels,
فَرَّتْ مِن قَسْوَرَةٍۭ ﴿٥١﴾
Die den leeuw ontvluchten.
بَلْ يُرِيدُ كُلُّ ٱمْرِئٍۢ مِّنْهُمْ أَن يُؤْتَىٰ صُحُفًۭا مُّنَشَّرَةًۭ ﴿٥٢﴾
Maar ieder van hen wilde, dat hem een bijzonder besluit van God zou toekomen.
كَلَّا ۖ بَل لَّا يَخَافُونَ ٱلْـَٔاخِرَةَ ﴿٥٣﴾
Volstrekt niet. Zij vreezen het volgende leven niet.
كَلَّآ إِنَّهُۥ تَذْكِرَةٌۭ ﴿٥٤﴾
Volstrekt niet. Waarlijk, dit is eene toereikende waarschuwing;
فَمَن شَآءَ ذَكَرَهُۥ ﴿٥٥﴾
En wie geneigd is, gewaarschuwd te worden, dien zal hij (de Koran) waarschuwen.
وَمَا يَذْكُرُونَ إِلَّآ أَن يَشَآءَ ٱللَّهُ ۚ هُوَ أَهْلُ ٱلتَّقْوَىٰ وَأَهْلُ ٱلْمَغْفِرَةِ ﴿٥٦﴾
Doch zij zullen niet gewaarschuwd worden tenzij het Gode zal behagen. Hij is waardig gevreesd te worden, en hij is geneigd te vergeven.